Hebben Britse burgers nog rechtmatig verblijf in Nederland? (in dit overgangsjaar?)…… Eh.. Ja!

Voor inschrijving in de BRP (Basisregistratie Personen) als ingezetene geldt de eis van rechtmatig verblijf in Nederland.

Op 31 januari 2020 werd de Brexit een feit. Er is tot 31 december 2020 sprake van een Deal. Voor Britten geldt daarom tot 31 december 2020 een overgangsregeling en daardoor behouden zij hun rechten op verblijf, werk en studie. Dit betekent dat ook Britten die zich na 31 januari 2020 melden of gaan melden voor de inschrijving in de BRP als ingezetene automatisch rechtmatig verblijf hebben. Dus zij kunnen ingeschreven worden, uiteraard mits zij aan de overige inschrijvingseisen voldoen.

Pas na 31 december 2020 geldt de eis van het hebben van een verblijfsvergunning of dat een verblijfsvergunning is aangevraagd.
Legalisatie vereist?
Openbare documenten zijn tijdens de overgangsperiode vrijgesteld van legalisatie.
Na 31 december 2020
Wat na 31 december 2020 gaat gelden is nog niet bekend. Dit is afhankelijk of er een handelsakkoord wordt afgesloten of dat de overgangsperiode wordt verlengd.

Bron: NVVB.

INBURGERING TURKSE NIEUWKOMERS…

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal,

Datum 4 februari 2020

Betreft Motie van de leden Paternotte en Heerma inburgering voor Turkse nieuwkomers

Pagina 1 van 4

In deze brief wordt ingegaan op de door uw Kamer aangenomen motie van de leden Paternotte en Heerma van 29 november 2018.1 In de motie wordt de regering verzocht om aan de hand van jurisprudentie en de praktijk in andere lidstaten te verkennen hoe het inburgeringsbeleid ook kan gaan gelden voor individuele Turkse nieuwkomers en hierover aan de Kamer te rapporteren. Mede namens de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid (J&V) en de Minister van Buitenlandse Zaken (BZ) bericht ik uw Kamer dat de inburgeringsplicht voor Turkse nieuwkomers heringevoerd kan worden, omdat inburgering ook voor Turkse nieuwkomers een belangrijke en noodzakelijke maatregel is ter bevordering van een geslaagde integratie. Dit mede bezien de ruimte die recente jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) over het associatierecht tussen de EU en Turkije inmiddels biedt.

Naar aanleiding van de motie heb ik in samenwerking met de ministeries van J&V en BZ de door uw Kamer gevraagde verkenning verricht. Uit recente jurisprudentie van het HvJ EU2 volgt dat het geoorloofd is om de inburgeringsplicht voor Turkse nieuwkomers opnieuw in te voeren, indien wordt voldaan aan de door het HvJ EU geformuleerde voorwaarden, kort samengevat: het bevorderen van de integratie van nieuwkomers en maatwerk bij inburgering. Het standpunt van het kabinet is daarom dat het nieuwe inburgeringsstelsel gelet op deze jurisprudentie voldoende basis biedt om de inburgeringsplicht voor Turkse nieuwkomers opnieuw in te voeren. Het voornemen is de inburgeringsplicht vanaf de inwerkingtreding van de nieuwe Wet inburgering opnieuw in te voeren voor Turkse nieuwkomers. In deze brief wordt na een toelichting op de juridische analyse ingegaan op de gevolgen voor deze groep.

Juridische analyse Tot 2011 gold een inburgeringsplicht voor Turkse nieuwkomers. Naar aanleiding van een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) uit 2011 is deze inburgeringsplicht voor Turkse nieuwkomers vervallen.

De CRvB heeft destijds geoordeeld dat de inburgeringsplicht voor Turkse staatsburgers in Nederland in strijd is met het associatierecht EU-Turkije.3

Zo mogen lidstaten gelet op de associatieverdragen tussen de EU en Turkije, in het bijzonder de zogenaamde standstill-bepalingen, geen nieuwe beperkingen invoeren voor Turkse werknemers, zelfstandigen en hun gezinsleden, wier verblijf en arbeid op het grondgebied van de lidstaat legaal zijn.

De lijn in de jurisprudentie van het HvJ EU is sinds 2013 dat een nationale maatregel die een dergelijke (in beginsel ontoelaatbare) beperking inhoudt, zoals de plicht tot inburgering, gerechtvaardigd kan worden door dwingende redenen van algemeen belang, zoals het bevorderen van een geslaagde integratie van derdelanders. Wel moet de maatregel voldoen aan de eisen van noodzaak, geschiktheid en evenredigheid.

Uit analyse van CBS-cijfers blijkt dat nieuwkomers met een Turkse achtergrond wat betreft mate van integratie een middenpositie innemen tussen migranten met een Marokkaanse achtergrond (die inburgeringsplichtig zijn) en migranten afkomstig uit andere lidstaten van de EU (die niet inburgeringsplichtig zijn). Zowel voor de Turkse nieuwkomers als voor de Nederlandse samenleving is een betere integratie van deze groep noodzakelijk. Door inburgering leren nieuwkomers de Nederlandse taal en hoe de Nederlandse samenleving in elkaar zit waardoor ze in de gelegenheid worden gesteld om mee te kunnen doen vanaf dag één, aan het werk te zijn en actief en zelfstandig deel te nemen aan onze samenleving. Verplichte inburgering voor Turkse nieuwkomers zal een relevante bijdrage leveren aan een succesvolle start van hun integratieproces en daarmee het verbeteren van hun integratiepositie.

De inburgeringsplicht is een geschikte maatregel om het doel, de integratie van Turkse nieuwkomers, te waarborgen. Het ontbreken van kennis van de Nederlandse taal en de Nederlandse samenleving staat veelal succesvolle integratie in de weg. Wie het Nederlands niet beheerst, heeft beperkte mogelijkheden tot het opbouwen van een zelfstandig bestaan. Door de Nederlandse taal te leren en kennis op te doen over de Nederlandse samenleving draagt inburgering eraan bij dat nieuwkomers zo snel mogelijk gaan meedoen in Nederland, bij voorkeur via betaald werk. Kennis van het Nederlands is daarmee een middel tot integratie. Inburgering is een eerste stap in het proces tot integratie. Wordt deze eerste stap gemist, dan wordt het verdere proces van integratie bemoeilijkt.

Uit de jurisprudentie van het HvJ EU volgt dat de maatregel niet verder mag gaan dan noodzakelijk om het legitieme doel te bereiken en dat rekening moet worden gehouden met bijzondere individuele omstandigheden. In het nieuwe inburgeringsstelsel is bij uitstek ruimte voor maatwerk in het persoonlijk Plan Integratie en Participatie (PIP) en wordt rekening gehouden met bijzondere individuele omstandigheden.

Tegen deze achtergrond is het standpunt van het kabinet dat de inburgeringsplicht van Turkse nieuwkomers naar de huidige stand van de jurisprudentie van het HvJ EU verenigbaar is met het associatierecht en is het kabinet voornemens om over te gaan toe het opnieuw invoeren van deze inburgeringsplicht. Aan de juridische randvoorwaarden is immers voldaan.

De inburgeringsplicht voor Turkse nieuwkomers wordt met ingang van het nieuwe inburgeringsstelsel opnieuw ingevoerd en wordt niet met terugwerkende kracht ingevoerd. De inburgeringsplicht geldt daarmee alleen voor Turkse nieuwkomers die vanaf dat moment nieuw naar Nederland komen.

Het nieuwe inburgeringsstelsel omvat alle elementen om ook voor Turkse nieuwkomers een goede start in Nederland mogelijk te maken. Door herinvoering van de inburgeringsplicht kunnen gemeenten straks in het nieuwe inburgeringsstelsel Turkse nieuwkomers begeleiding bieden, een brede intake bij hen afnemen, een PIP opstellen, de voortgang binnen de inburgering monitoren en hier op handhaven. Voor Turkse gezinsmigranten wordt het mogelijk een lening af te sluiten bij DUO. Op jaarbasis bedraagt het aantal Turkse gezinsmigranten ongeveer 2500. Deels betreft het echter minderjarige kinderen die niet inburgeringsplichtig zijn.

Het herinvoeren van de inburgeringsplicht voor Turkse nieuwkomers betekent tevens dat zij op grond van de Vreemdelingenwet 2000 voorafgaand aan de aankomst in Nederland het “basisexamen inburgering in het buitenland” moeten behalen. Dit examen is een voorwaarde voor het verkrijgen van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Naar de opvatting van het kabinet is ook deze maatregel in het licht van de recente jurisprudentie verenigbaar met het associatierecht, omdat rekening kan worden gehouden met bijzondere individuele omstandigheden van betrokkene.

Hierbij wordt opgemerkt dat de herinvoering van de inburgeringsplicht voor Turkse nieuwkomers ook zal doorwerken in de voorwaarden voor het verkrijgen van een sterker verblijfsrecht zoals geregeld in de Vreemdelingenwet 2000 (het inburgeringsvereiste).

Na een redelijke, nog nader te bepalen, overgangstermijn zullen Turkse onderdanen die in aanmerking willen komen voor een permanent verblijfsrecht, met succes het inburgeringstraject moeten hebben afgerond.

De herinvoering van de inburgeringsplicht voor Turkse nieuwkomers binnen het nieuwe inburgeringstelsel zorgt voor een verhoging van de geraamde uitgaven voor het nieuwe stelsel omdat het volume toeneemt. Deze extra kosten neem ik, onder verwijzing naar mijn brief over financiële dekking van kosten nieuwe stelsel voor gemeenten van 14 november 2019, mee in de financiële uitwerking van het nieuwe stelsel.

Het kabinet is zich ervan bewust dat deze keuze gevolgen heeft voor Turkse nieuwkomers onder andere in financiële zin en realiseert zich dat de herinvoering van de inburgeringsplicht voor Turkse nieuwkomers in samenhang met het vereiste om het basisexamen inburgering buitenland met goed gevolg af te leggen, een aanzienlijke beleidswijziging betekent ten opzichte van de huidige situatie. Het kabinet hecht aan goede voorlichting en zal maatschappelijke organisaties actief informeren over deze wijziging en wat dit betekent voor Turkse nieuwkomers.

de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

W. Koolmees

 

GAAT HET GEBEUREN OP 5 FEBRUARI A.S.?

Even een voorafje: woensdag a.s. debatteert de Tweede Kamer over de komende nieuwe inburgeringswet. VNG en Divosa hebben een brief geschreven naar de Kamerleden. De brief vind je als je verder leest.

 

Datum: 29 januari 2020
Onderwerp: Input VNG & Divosa t.b.v. AO Inburgering en Integratie 5 februari
Geachte dames en heren,
Op 5 februari debatteert u over Inburgering en Integratie. Per 1 januari 2021 moet het nieuwe inburgeringstelsel van kracht worden. Wij, VNG en Divosa, steunen de hoofdlijn en ambitie van de nieuwe wet: meer nieuwkomers participeren sneller. Echter, zonder voldoende middelen en mogelijkheden om regie te nemen, kunnen gemeenten de nieuwe wet niet implementeren en uitvoeren. Het is nodig dat de financiële en inhoudelijke knelpunten snel worden opgelost, zodat gemeenten op tijd klaar zijn voor hun nieuwe taken. Deze punten hebben wij herhaaldelijk al gemaakt, in onze reactie op de conceptwet in september en ons persbericht van 12 november. Wij hopen op korte termijn hierover bestuurlijk in overleg te kunnen met de minister.
Omdat gemeenten niet opnieuw geconfronteerd kunnen worden met een financiële tegenvaller, hebben wij aangedrongen op een kostenonderzoek. Uit dit onderzoek blijkt dat er 42 miljoen extra nodig is voor gemeenten. Daarnaast is het nodig dat er middelen voor de implementatie beschikbaar komen, dat gaat om 56 miljoen (cf. ons persbericht van 12 november jl.). Het is randvoorwaardelijk dat deze middelen zo snel als mogelijk worden vrij gemaakt, uiterlijk in het Voorjaarsnota-traject. Zonder financiële dekking kunnen gemeenten de kwaliteit van de inburgering niet garanderen. Dit gaat ten koste van de begeleiding aan inburgeraars (aantal voortgangsgesprekken, maatschappelijke begeleiding) en kan andere negatieve effecten hebben zoals een ‘race to the bottom’ bij de aanbesteding van de inburgeringstrajecten. Gemeenten willen deze nieuwe taken alleen op zich nemen als dit daadwerkelijk een verbetering voor de inburgeraar betekent.
Ook over de regierol van gemeenten en de uitvoerbaarheid moeten nog stappen worden gezet. Het is nog niet duidelijk wat er is gebeurd met de zorgpunten van gemeenten uit onze consultatie. In de concept-wettekst is er sprake van een ingewikkelde rolverdeling over partijen en een sterke sturing vanuit het Rijk. Dit zet gemeenten in een positie waarbij zij hun taken niet goed kunnen uitvoeren. Ook is het onduidelijk wat er in de lagere regelgeving komt te staan en wat de gevolgen daarvan zijn, zowel in de uitvoering als financieel. Het is jammer dat deze knelpunten niet zijn opgelost alvorens de wet voor advies naar de Raad van State is gestuurd.
Per 1 januari 2021 worden gemeenten verantwoordelijk voor de inburgering. Tot die tijd moet er nog veel gebeuren. Wij wachten het voorstel van de minister om de financiële en inhoudelijke knelpunten op te lossen af.

IND breidt dienstverlening uit aan kennismigranten in Zuid-Limburg.

Expat Centre Maastricht Region, Gemeente Maastricht en de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) initiëren pilot rondom versnelde inschrijvingsprocedure en serviceverlening in de regio

Met ingang van deze week kunnen internationale kenniswerkers, wetenschappelijk onderzoekers, start-ups, buitenlandse investeerders en hun gezinsleden versneld hun formaliteiten voor inschrijving in de Basisregistratie Personen (BRP) en het afhalen van hun verblijfsdocument regelen bij het Expat Centre Maastricht Region. Tijdens de één jaar durende pilot koppelen het Expat Centre Maastricht Region, Gemeente Maastricht en de IND hun dienstverlening zodanig aan elkaar dat deze klanten op één dag en op één locatie alle formele stappen kunnen doorlopen, de zogeheten one stop shop.

De formele stappen bestaan uit het ontvangen van een verblijfsvergunning, inschrijving bij de gemeente en een persoonlijk adviesgesprek over wonen en werken in Zuid-Limburg. Bovendien zorgt de zogeheten fast track ervoor dat we het burgerservicenummer (BSN), dat de eerste en belangrijkste sleutel is voor een goede landing in Nederland, binnen drie dagen kunnen uitreiken in plaats van de wettelijk vastgestelde termijn van vier weken.

Verbeterde dienstverlening
De IND verruimt voor het aanbieden van de uitgebreidere dienstverlening haar openingstijden in Maastricht. Het inschrijvingsproces voor internationale klanten die gaan wonen en werken in de regio Zuid-Limburg wordt hierdoor aanzienlijk klantvriendelijker.

Werknemers van bedrijven die erkend referent zijn, kunnen gebruikmaken van de one stop shop en fast track. Ook andere mensen uit het buitenland die in de regio Zuid-Limburg willen werken, wonen of studeren, kunnen terecht bij het servicepunt van de IND in Maastricht voor een aantal diensten, bijvoorbeeld voor het afhalen van het verblijfsdocument en het afnemen van biometrie.

Nederland kennismigratieland
De aantrekkelijkheid van Nederland voor internationale kenniswerkers en hoogopgeleiden staat hoog op de agenda van het huidige kabinet. Om de positie van Nederland als kennismigratieland te versterken, wil de IND de dienstverlening aan deze doelgroep verder professionaliseren door samen te werken met gemeenten. Met de pilot in Maastricht brengen we in kaart hoe deze vorm van dienstverlening landelijk navolging kan krijgen.

Het Maastricht International Centre, waar Expat Centre Maastricht Region een onderdeel van is, draagt met deze dienstverlening bij aan de ontwikkeling van een krachtige internationale kennisregio. Ook de krapte op de Zuid-Limburgse arbeidsmarkt wordt door het aantrekken en behouden van internationale kenniswerkers aangepakt. In verhouding tot de rest van Nederland zijn dat er in de regio Zuid-Limburg veel: 36% van de internationale werknemers in Zuid-Limburg is kenniswerker. In de rest van Nederland is 27% kenniswerker (Monitor internationale werknemers, 2019).

​Bron: http://www.ind.nl

Vraagje: hoe verhoudt dit initiatief zich tot de komende sluiting van het in IND kantoor in Eindhoven?

In Eindhoven e.o. wonen ook veel kenniswerkers en de regio Eindhoven wordt ook door het Kabinet gewaardeerd door de geweldige economische bijdrage van deze regio aan ’s lands economie. Dus daar mag, zeker van de kant van de IND best ook wel wat tegenover staan!

Maar nog beter is het om de IND ook meer taken te geven die bijdragen aan een snelle en succesvolle start van alle nieuwkomers in het land.

Alle nieuwkomers hebben baat bij het snel verstrekken van het BSN.

Daarmee gaan ” deuren open “: naar werk, zorgverzekering, je prive bankzaken, inschrijven op een school e.d. Deze snelle afgifte alleen voorbehouden voor een speciale groep nieuwkomers ruikt niet fris!

VISUM NIEUWS!

Zijn de servicekosten van VFS niet gewoon verkapte extra visum leges? En kunnen we VFS aanpakken op verkeerde service?

” Tot mijn verbazing zag ik dat iemand die een visum aanvraagt niet alleen leges moet betalen maar ook nog apart VFS mag spekken voor het aannemen van de aanvraag. Zijn leges niet bedoeld als een vergoeding voor de service? En moet u zien hoe de kosten dankzij die verplichte “dienstverlener” omhoog klappen! Mag VFS zomaar zoveel extra kosten gaan rekenen terwijl ze een monopolie hebben? En wat als er weer eens een medewerker bepaalde essentiele stukken mee terug naar huis heeft meegegeven kunnen we ze dan op wanprestatie aanspreken?

Toeristen uit landen waarvoor een visumplicht geldt zoals China, Rusland en India gaan volgend jaar flink meer betalen om Nederland of andere Schengenlanden te bezoeken. De Europese commissie heeft besloten dat op 2 februari 2020 de prijs voor een Schengenvisum voor een volwassene fors omhoog gaat.
Dat geldt ook voor het tarief van de externe dienstverlener waar een visum voor de Schengenlanden aangevraagd moet worden aldus kennisbank schengenvisum.info. Was een visumplichtige volwassen buitenlander dit jaar nog maximaal € 90,- kwijt (€ 60,- aan legeskosten voor een aanvraag van een Schengenvisum en € 30,- servicekosten). Vanaf februari volgend wordt dit € 160,- per persoon (€ 80,- voor de aanvraag van een visum en € 80,- voor de externe dienstverlener). Visumaanvragers moeten vanaf februari ook in vrijwel alle gevallen verplicht gebruik maken van een externe dienstverlener (VFS Global). Wordt een visum afgewezen dan is de aanvrager alle betaalde kosten kwijt. Er volgt geen restitutie.
Een reden om een visum voor Nederland aan te vragen kan heel divers zijn maar meestal gaat het om een toeristisch verblijf, bezoek aan familie, verblijf bij partner of een zakelijk bezoek…”. (einde citaat)

bron: Vreemdelingenrecht.com