OOK NEDERLANDS PASPOORT VOOR HEN DIE HET EERST NIET KONDEN KRIJGEN…

Datum 26 april 2021.


Onderwerp Juridische belemmering voor naturalisatie van RANOV vergunninghouders.
Op 20 april 2021 is de motie van de leden Jasper van Dijk en Kuik over het nader
onderzoek naar door Ranov-vergunninghouders ervaren knelpunten voor het
indienen van een naturalisatieverzoek aangenomen (Kamerstuk 19 637, nr.
2709).
De strekking van de motie is om het gezamenlijke WODC/IND-onderzoek te
schrappen en direct uitvoering te geven aan de motie van 4 februari 2021 van de
leden Jasper van Dijk en Van Toorenburg (Kamerstuk 35 483, nr. 68) inhoudende om voor Ranov-vergunninghouders in de Handleiding voor de toepassing van de Rijkswet op het Nederlanderschap een vrijstelling op te nemen van de voor reguliere vreemdelingen geldende documenteneis.

Ik heb besloten op dit moment in zoverre * uitvoering te geven aan deze moties dat de niet-genaturaliseerde Ranov-vergunninghouder die als minderjarige samen met de ouder(s) of zelfstandig een Ranov-vergunning heeft gekregen,

en inmiddels meerderjarig is, in de optie- en naturalisatieprocedure vrijgesteld wordt van:
a) het overleggen van een geldig buitenlands paspoort (of anderszins een
bewijs van het actuele bezit van een vreemde nationaliteit) en
b) het overleggen van een (buitenlandse)
geboorteakte/geboorteregistratiebewijs en
c) alleen bij naturalisatie: van de verplichting om afstand te doen van de oorspronkelijke nationaliteit [en daarvan een bewijsstuk te overleggen].

De overige naturalisatievoorwaarden gelden onverminderd ( ** bv geslaagd zijn voor het inburgeringsdiploma, nu niveau A 2, geen ernstige criminele feiten).

Mijn besluit wordt geformaliseerd met een daartoe strekkende aanpassing van het beleid in de Handleiding voor de toepassing van de Rijkswet op het Nederlanderschap. Om de uitvoerende instanties voldoende gelegenheid te geven de relevante werkprocessen aan te passen, zal deze beleidswijziging per 1 juni 2021 worden ingevoerd.

Voor de Ranov-vergunninghouders die zelf als meerderjarige in Nederland zijn
geïmmigreerd acht ik het noodzakelijk de onderzoeksresultaten af te wachten om voor hen tot een afgewogen beleidsvorming te kunnen komen.
De onderzoeksresultaten komen in de zomer beschikbaar. Ik informeer uw Kamer over deze resultaten en mijn op grond daarvan genomen beslissing.

De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
Ankie Broekers-Knol

  • * in zoverre betekent hier niet helemaal,
  • ** de toevoegingen zijn van mij.

Het nieuwe inburgeringsbeleid: een hindernisbaan van sancties?

Per januari 2022 wordt de huidige inburgeringswet, welke door experts als disfunctioneel wordt beschouwd, eindelijk afgeschaft. Hoewel de Wet Inburgering 2022 op veel vlakken een verbetering is, blijven inburgeraars geconfronteerd met een indrukwekkend sanctiebeleid. Inburgeraars zijn de dupe van wantrouwen vanuit de overheid en rigide maatregelen. Dit beschrijft Ellen Nissen van Stichting Civic in het recent verschenen artikel ‘Inburgering Gelijkwaardige maatschappelijke deelname of (selectief) migratiebeleid?’ De handhaving is volgens diverse experts in de inburgeringsketen onredelijk streng. Toch neemt het aantal sanctiemomenten ten opzichte van de huidige wet inburgering toe. Daarnaast kunnen inburgeraars boetes opgelegd krijgen op onduidelijke en onterechte gronden.

door: Jolien de Vries & Nikki Scholten/Stichting Civic.

 22 april 2021,

‘Er zijn maar weinig groepen die met zoveel wettelijke verplichtingen en gekoppelde boetes worden lastiggevallen als inburgeraars’ – Tamar de Waal

Hoewel het ministerie van SZW erkent dat de meeste inburgeraars intrinsiek gemotiveerd zijn om de taal te leren en te slagen voor het inburgeringsexamen, is de vormgeving van de nieuwe wet nog steeds gebaseerd op wantrouwen in plaats van vertrouwen. Inburgeraars die verzuimen, niet hun verantwoordelijkheid nemen of te weinig inzet tonen kunnen sancties (bestuurlijke boete of een maatregel) opgelegd krijgen. Dit zou inburgeraars moeten “motiveren om zo snel mogelijk in te burgeren op het voor hen hoogst haalbare niveau (VNG, 2021).”

De Wet Inburgering 2022 telt maar liefst negen sanctiemomenten gedurende het inburgeringstraject. In het huidige beleid zijn al veel inburgeraars de dupe geworden van een systeem dat hen vooral ziet als potentiële fraudeurs (zie portretten uit de Humans of Inburgering reeks). Twee weken terug verscheen het artikel ‘Ongezien onrecht in het vreemdelingenrecht’ van het Centrum voor Migratierecht van de Radboud Universiteit in Nijmegen en de beroepsverenigingen van migratie- en asieladvocaten, waarin overeenkomsten tussen de betrokkenen in de toeslagenaffaire en migranten worden aangekaart. Net als in de toeslagenaffaire hebben ook deze mensen vaak een laag inkomen, hebben ze meestal geen Nederlandse nationaliteit en de toegang tot het recht is voor hen moeilijk. Het wantrouwen van de overheid in deze mensen is veel te groot en heeft vergaande consequenties. Neem bijvoorbeeld de ervaringen van gedupeerde inburgeraars als Nashmil en Ako. Zij zijn een langdurig en uitputtend proces aangegaan om erkend te krijgen dat DUO hen ten onrechte heeft opgezadeld met boetes en schulden[1].

In de nieuwe wet zijn er negen momenten waarop inburgeraars beboet kunnen worden worden:

het niet verschijnen bij de brede intake;

het niet meewerken aan de brede intake;

het onvoldoende meewerken aan de begeleiding binnen het Persoonlijke plan Inburgering en Participatie;

het niet houden aan de vastgestelde intensiteit van het Participatieverklaringstraject;

het niet houden aan de vastgestelde intensiteit van de Module Arbeidsmarkt en Participatie;

het niet houden aan de vastgestelde intensiteit van de leerroute;

het niet tijdig afronden van het Participatieverklaringstraject;

het niet tijdig afronden van de Module Arbeidsmarkt en Participatie;

het niet tijdig afronden van en de leerroute;

In elk van deze gevallen kan een afzonderlijke boete worden opgelegd wanneer er sprake is van verwijtbaarheid. Wat hier onder (gedeeltelijke) verwijtbaarheid wordt verstaan is echter erg ruim opgevat.

In de nieuwe inburgeringswet kan iemand al een (deel van de) boete opgelegd krijgen wanneer bijvoorbeeld de bus onverwacht niet rijdt, een taalschool foutieve informatie verstrekt of wanneer iemand de zorg op zich moet nemen van een ernstig ziek familielid. Als zelfs een ernstig ziek familielid geen reden is om iemand niet-verwijtbaar te verklaren, welke hoogst uitzonderlijke situaties vallen dan nog wél onder de definiëring van niet-verwijtbare omstandigheden (zie nota van toelichting, blz. 27). Het sanctiebeleid van de nieuwe inburgeringswet kent dus een ruime opvatting van (gedeeltelijke) verwijtbaarheid. Dit roept de vraag op: In hoeverre past deze invulling bij het voornemen van de overheid om boetes slechts in te zetten als ‘uiterst middel om onwillige inburgeringsplichtigen te stimuleren’?

In een brief aan de kamer geeft ook VluchtelingenWerk aan verbaasd te zijn dat inburgeraars kunnen worden beboet voor de voorheen genoemde situaties, waarin duidelijk sprake is van onmacht in plaats van onwil. VluchtelingenWerk adviseert om met incentives te werken en (onder andere bij de regels voor verzuim en verwijtbaarheid) meer rekening te houden met de omstandigheden, positie en achtergrond van de inburgeringsplichtigen, omdat in veruit de meeste gevallen sprake zal zijn van onmacht en niet van onwil. VluchtelingenWerk wil zich krachtig verzetten tegen het voorgestelde boetesysteem waarbij inburgeraars onevenredig hoge boetes opgelegd kunnen worden voor niet of nauwelijks verwijtbare zaken. Zij zijn van mening dat in dit soort situaties een waarschuwing zou volstaan en pas bij herhaling reden zou zijn voor het opleggen van boetes.

Aansluitend bij de kritische blik van VluchtelingenwWerk, kan worden toegevoegd dat drie van de negen sanctiemomenten gebaseerd zijn op het straffen van onvermogen, oftewel het niet op tijd halen van examens. Dit is het geval bij boetes voor het niet tijdig afronden van het Participatieverklaringstraject, de Module Arbeidsmarkt en Participatie en de vastgestelde leerroute. Het rapport ‘Evaluatie nieuwe Amsterdamse aanpak inburgering in de ondertussenperiode’ van het Verwey Jonker Instituut wijst erop dat inburgeraars mogelijk niet hun volledig potentieel benutten wanneer onvermogen wordt beboet. Uit angst voor boetes kunnen inburgeraars kiezen voor een veilige weg. In het nieuwe systeem zou dat tot uiting kunnen komen in onderprestatie bij de leerbaarheidstoets of het nastreven van afschaling naar een (voor diegene) te makkelijk leertraject. Een kleine kans op falen staat immers gelijk aan een kleine kans op een boete. Op deze manier heeft het dreigen met boetes een averechts effect op de inburgering. Naast dat boetes inburgeraars kunnen demotiveren hun hoogst haalbare niveau na te steven, brengt deze dreiging ook veel stress en mentale druk met zich mee.

De nieuwe wet bevat een overmaat aan sanctiemomenten. Bovendien ziet het er naar uit dat de invulling van verwijtbaarheid averechtse effecten zal hebben. In plaats van inburgeraars te motiveren, leidt de angst voor boetes tot veel stress en mentale druk en kan het mensen ervan weerhouden hun volledig potentieel te benutten.

Bronnen

Andriessen, I., J. Asmoredjo, R. Yohannes, en T. van Heese. (2021). Evaluatie nieuwe Amsterdamse aanpak inburgering in de ‘ondertussenperiode’. Verwey Jonker Instituut.  

Geertsema, K., K. Groenendijk, C. Grütters, P. Minderhoud, E. Nissen, Strik, A. Terlouw, en K. Zwaan. (2021). ‘Ongezien Onrecht in Het Vreemdelingenrecht’. In Nederlands Juristenblad. 14: 979 – 1053

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. (2021). ‘Wet van 2 december 2020, houdende regels over inburgering in de Nederlandse samenleving (Wet inburgering 2021)’. In Staatsblad van het Konikrijk der Nederlanden. 38: 1 – 21.

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. (2020). Ontwerp besluit inburgering 20… Rijksoverheid.

Nissen, E. (2021). Inburgering Gelijkwaardige maatschappelijke deelname of (selectief) migratiebeleid?’ In Nederlands Juristenblad. 14: 1054 – 1061

Schaap, S. (2021). Inbreng schriftelijk overleg ‘Ontwerp van het Besluit inburgering 20.. en ontwerp van de Regeling inburgering 20..’. op 20 januari a.s… Vluchtelingenwerk Nederland.

VNG. (2021). Naleving nieuwe Wet inburgering. Vereniging van Nederlandse gemeenten.

Waal, de T.M, en A. Mohammad. (2019). Reactie op Consultatie Wet Inburgering 20[..]. Stichting Civic.

[1] Tijdens een rechtszaak op 7 April 2021 is besloten dat DUO de eis op terugbetaling van de schulden zal moeten laten vallen. Na een periode van twee jaar zijn zij van hun schulden verlost.

BELANGRIJK INBURGERINGSNIEUWS.

32 824 Integratiebeleid
Nr. 325 Brief van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 9 april 2021

In de meest recente uitvoeringsbrief inburgering van 2 februari jl. (Kamerstuk 32824, nr. 322) heb ik u geïnformeerd over de aanpak van personen aan wie ten
onrechte de inburgeringsplicht niet is opgelegd.

Het betreft drie groepen:

  • De zogenoemde oudkomers: personen die zich voor 2007 de eerste keer in
    Nederland hebben gevestigd (maximaal 1.464);
  • Personen met een verblijfsvergunning voortgezet verblijf die niet waren
    aangeleverd door de IND (maximaal 250); en,
  • Personen die ten onterechte tijdelijk zijn vrijgesteld van de
    inburgeringsplicht (maximaal 130)1.
    Inburgering heeft als doel dat nieuwkomers beschikken over kennis van de
    Nederlandse taal en samenleving, zodat men de basis heeft om te functioneren in de Nederlandse maatschappij. Ik wil niet dat mensen die al participeren en werken in onze maatschappij jaren te laat geconfronteerd worden met oplegging van de inburgeringsplicht en de daarbij horende verplichtingen door een fout van de overheid. Daarom is voor de volgende benadering gekozen.
  • DUO stuurt al deze personen een beschikking met uitleg over de situatie dat de
    inburgeringsplicht eerder opgelegd had moeten worden. Daarbij wordt betrokkene erop gewezen dat ontheffing van de inburgeringsplicht verleend kan worden als de betrokkene participeert op de arbeidsmarkt.
  • Iemand wordt ontheven van de inburgeringsplicht wanneer voldaan wordt aan het criterium voor vrijstelling voor het inburgeringsexamenonderdeel Oriëntatie op de Nederlandse arbeidsmarkt(ONA) voor werkenden. Dit criterium behelst dat de betrokkene gedurende een periode van twaalf (12)maanden voorafgaande aan het verzoek tot vrijstelling in ten minste zes (6) maanden minimaal 48 uur per maand werkzaamheden heeft verricht.
  • Via een aanvraagformulier kunnen betrokkenen binnen zes (6)weken een beroep doen op deze vrijstelling. Als de inburgeringsplichtige voldoet aan de voorwaarden voor de vrijstelling dan wordt die in zijn geheel ontheven op basis van de ruime bevoegdheid tot ontheffing van de inburgeringsplicht op grond van aantoonbaar geleverde inspanningen (AGI).
    Normaliter geldt de ontheffing op grond van AGI alleen voor de
    taalvaardigheidsonderdelen en het onderdeel Kennis van de Nederlandse
    samenleving, en niet voor het participatieverklaringstraject (PVT-traject). Het
    PVT-traject, dat verzorgd wordt door gemeenten, is bedoeld voor nieuwkomers die aan het begin van hun inburgeringstraject staan, als een kennismaking met de beginselen van de Nederlandse rechtsstaat en de Nederlandse normen en
    waarden.

Ik vind het niet zinvol dat personen, die al enige jaren in Nederland wonen en
werken en dus participeren in de Nederlandse samenleving dit PVT-traject moeten afleggen. Daarom worden zij ontheven van de inburgeringsplicht zonder dit traject doorlopen te hebben. Op deze manier wordt voorkomen dat deze groep de dupe wordt van een fout van de overheid.

De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
W. Koolmees

1 Cijfers zoals dit moment bekend (Bron: DUO). Aantal kan lager worden door redenen als vertrek, ander verblijfsdoel of overlijden.

Mogen je moeder, je oom, je broer, je oma, je halfzus, je geliefde nog wel naar Nederland komen? Wat vinden de politieke partijen daarvan?

Gezinsmigranten vormen al jaren de grootste groep migranten in Nederland. Het thema gezinshereniging heeft ook jarenlang behoorlijk in de politieke belangstelling gestaan, maar in 2017 bleek dat de aandacht voor het thema gezinshereniging bij de verschillende politieke partijen plots drastisch was afgenomen. De grote toename van asielzoekers naar Europa in 2015-2016 verlegde de politieke aandacht van gezinsmigratie naar asielmigratie. Daarnaast is de vrijheid van lidstaten om regelgeving over gezinsmigratie aan te passen beperkt, aangezien de regels voor gezinshereniging in het Unierecht bindend zijn vastgelegd, met name in de Gezinsherenigingsrichtlijn. Het vorige Verblijfblogverkiezingsonderzoek naar gezinshereniging toonde aan dat veel van de thema’s die speelden in de programma’s van 2006 tot en met 2012 met betrekking tot gezinshereniging al waren beslecht door het Hof van Justitie van de Europese Unie en de nationale rechter.

In dit licht wekt het niet al te veel verbazing dat ook in de verkiezingsprogramma’s van 2021 beperkt aandacht aan dit onderwerp wordt besteed. Alleen in de programma’s van GroenLinks, SGP en de VVD worden meer concrete voorstellen over het recht op gezinshereniging gedaan. Waar GroenLinks stelt dat het recht op gezinshereniging een fundamenteel recht is, en pleit voor een versoepeling van sommige regels, willen de SGP en de VVD de regels aanscherpen.

In algemene termen wordt in verschillende programma’s wel gesproken over onderwerpen die ook gevolgen (kunnen) hebben voor gezinshereniging. Zo stelt Forum voor Democratie een ‘intelligente uittreding uit de EU’ voor, de NEXIT, en ook de PVV wil uit de EU. Op deze manier kan immigratie, en dus ook gezinshereniging, verder worden beperkt. De PVV wil daarnaast migranten uit islamitische landen weigeren: ook dit heeft impliciet gevolgen voor gezinsmigratie. Daarnaast wordt in veel van de verkiezingsprogramma’s gesproken over het onderwerp arbeidsmigratie. Het CDA geeft aan dat om in de maatschappij draagvlak te behouden om nieuwkomers toe te laten binnen Europa, het debat moet worden gevoerd of de grenzen aan Europese arbeidsmigratie op grond van het vrij verkeer van personen niet beperkt moet worden. Waar grenzen worden gesteld aan het vrij verkeer van personen binnen de EU, heeft dat ook gevolgen voor hun na- of meereizende gezinsleden. Ook voorstellen om de rechten van het kind te versterken, kunnen gevolgen hebben voor het gezinsherenigingsrecht. Zo wil Christen Unie dat Nederland het ‘Third Optional Protocol’ dat in 2014 is opgesteld en dat kinderen het recht geeft om naar het Kinderrechtencomité te stappen, ratificeert. Tot slot wordt in de programma’s van CDA, PvdD, VVD, SP en de SGP gesproken over het aanpakken van huwelijksdwang/huwelijkse gevangenschap. Denkbaar is dat een dergelijke maatregel gevolgen heeft voor wat betreft eisen aan gezinshereniging, maar dit wordt verder niet duidelijk op basis van de programma’s.

Disclaimer
In de tabel hieronder staat een overzicht van de voorstellen, daaronder een gedetailleerde bespreking van de verschillende voorstellen. Daarbij moet worden aangetekend dat in het vorige Verblijfblogonderzoek over de verkiezingen van 2006 tot en met 2017 niet alle partijen zijn meegenomen, maar we ons beperkten tot CDA, D66, GroenLinks, PvdA, PVV, VVD en SP. Dit jaar hebben we alle dertien programma’s onderzocht van de partijen die op dit moment zetels hebben in de Tweede Kamer en die als zodanig beogen daarin terug te keren (50+, CDA, CU, D66, DENK, FvD, GL, PvdA, PvdD, PVV, SGP, SP, VVD). Uit het meerjarige overzicht kunnen dus ook slechts conclusies worden getrokken voor wat betreft de zeven eerstgenoemde partijen.

Plan20062010201220172021
Gezinshereniging
Regels versoepelenD66, CUGLGL
Regels aanscherpenVVD, PVVVVD, SGP, PVV, FvD
Inburgering
Inburgering in het buitenland aanscherpenCDA, VVDCDA, VVDVVD
Inburgering in het buitenland afschaffenSP, GL
Gezinsleden inburgeren in NederlandDENK, CU, VVD
Eisen aan migrant
Inkomenseis 100% minimumloonSPPvdA
Inkomenseis omhoogVVDVVD
Inkomenseis omlaagGLGL
Leeftijdsgrens behoudenPvdA
Leeftijdsgrens omhoogVVD
Leeftijdsgrens omlaagGL
Vergunning
Beperkingen aan hoogte legesGL, CUD66GroenLinks
Termijn zelfstandige vergunning gezinslid omhoogVVD
Termijn zelfstandige vergunning gezinslid omlaagGLGL
Overige eisen aan vergunning invoerenCDA, VVDVVD, SGP

Nieuwe plannen
Er worden in de programma’s enkele concrete voorstellen gedaan om de gezinsherenigingsregels te versoepelen dan wel aan te scherpen. GroenLinks stelt voor dat de wettelijke mogelijkheid voor gezinshereniging van gezinsleden buiten het kerngezin opnieuw wordt ingevoerd. Het is niet duidelijk over welke gezinsleden het hier precies gaat. Denkbaar is dat dit gaat om ouderen (het officiële ouderenbeleid voor kwetsbare 65-plussers is afgeschaft op 1 oktober 2012), of bijvoorbeeld meerderjarige kinderen die op grond van het huidige recht te oud zijn om voor gezinshereniging in aanmerking te komen. De Gezinsherenigingsrichtlijn biedt hier ruimte toe en benoemt deze categorieën in de preambule. De VVD ziet daarentegen liever een aanscherping van zulke regels. Zo wil de VVD een verbod instellen op het meerdere keren naar Nederland laten overkomen van een huwelijkspartner: “Zo wordt voorkomen dat meerdere malen een bruid wordt geïmporteerd die het risico loopt op huwelijkse onderdrukking”, aldus de VVD. Dit verbod zou ook moeten gelden voor iemand die veroordeeld is voor geweld binnen het huwelijk. De VVD lijkt hier te suggereren dat waar sprake is van een dergelijke veroordeling van iemand die in Nederland verblijft, een huwelijkspartner nooit voor gezinshereniging in Nederland in aanmerking komt. Het is de vraag of deze bovengenoemde voorstellen in het kader van het Europese Unierecht zijn toegestaan. Uitgangspunt van het Unierecht is dat als aan alle voorwaarden van de Gezinsherenigingsrichtlijn is voldaan, gezinshereniging door de lidstaten niet geweigerd mag worden. Wel mag gezinshereniging worden geweigerd om redenen van openbare orde, deze voorstellen zouden onder dat kader geschaard kunnen worden en dienen dan de betreffende toetsingscriteria te voldoen (zie hierover ook het blog: EU-Hof krabbelt terug: geen algemene toets aan openbare orde). Tot slot wil de VVD ook onderzoeken of in het kader van gezinshereniging de strafbaarstelling van uitbuiting binnen het huwelijk aangescherpt kan worden. Het is bij dit laatste voorstel niet duidelijk of de VVD doelt op een specifieke bepaling hiervoor in de context van gezinsmigratie of de uitbreiding van de al bestaande strafbaarstelling van verschillende vormen van huiselijk geweld in het Wetboek van Strafrecht.

Eisen aan migrant
Voor wat betreft eisen die worden gesteld aan ofwel de referent, ofwel de gezinsmigrant is er, net zoals in 2017, door geen enkele partij een concreet voorstel gedaan. Wel stelt GroenLinks in algemene termen dat beperkingen op het fundamentele recht op gezinshereniging, “bijvoorbeeld in de vorm van strenge inkomenseisen, terughoudend en met ruimte voor de menselijke maat worden toegepast”. Ook stelt GroenLinks dat er voor vluchtelingen een reële mogelijkheid moet zijn om de identiteit en gezinsband te bewijzen zodat vluchtelingengezinnen niet meer ten onrechte gescheiden blijven.

Inburgering van gezinsmigranten
Per 1 januari 2007 is inburgering in het buitenland verplicht, ook voor gezinsmigranten. In de jaren erna is er regelmatig discussie geweest in hoeverre deze eisen moesten worden aangescherpt en wie verantwoordelijk was voor een succesvolle inburgering. Recent is de nieuwe wet inburgering aangenomen, deze zal op 1 januari 2022 inwerkingtreden (zie ook het blog: Verkiezingen 2021: Integratie).

Inburgering in het buitenland
In het verkiezingsprogramma maakt de VVD nogmaals duidelijk dat de verplichting te staan huwelijksmigranten vóór hun komst naar Nederland het basisexamen inburgering moeten hebben gehaald. Daarnaast wil de VVD dat huwelijksmigranten eenmaal in Nederland binnen drie jaar succesvol het inburgeringstraject doorlopen en de Nederlandse taal spreken op B1 niveau. Ook moeten inburgeraars voortaan een participatieverklaring ondertekenen waarin ze beloven de mensenrechten te eerbiedigen. Zowel het aanscherpen van het taalniveau van A2 naar B1, als het ondertekenen van de participatieverklaring zijn al onderdeel van de nieuwe wet inburgering. De SGP zegt het niet zo expliciet, maar duidelijk is dat ook zij voorstander zijn van inburgering in het buitenland. Volgens de SGP zou daarbij moeten gelden dat als gezinsmigranten een gedegen inburgering in het buitenland krijgen, zij alleen de participatieverklaring hoeven te ondertekenen en verder vrijgesteld kunnen worden van het participatieverklaringstraject.

Inburgering in Nederland
Daarnaast zijn er een aantal andere partijen die pleiten voor inburgering van gezinsmigranten in Nederland. D66 wil dat gezinsmigranten die zich permanent vestigen in Nederland “meedoen vanaf dag één”. Wat dit concreet zou betekenen wordt niet duidelijk gemaakt, wel is duidelijk dat D66 dit ‘meedoen’ wil bevorderen door nieuwkomers sneller toegang tot scholing en werk te bieden. Ook DENK vindt dat asielzoekers en nieuwkomers in het kader van gezinshereniging vanaf de allereerste dag van hun aankomst in Nederland de kans moeten krijgen om de taal te leren en een bijdrage te leveren aan de Nederlandse samenleving. Zij moeten op basis van vrijwilligheid én kosteloos door de overheid in staat gesteld worden om in te burgeren. Christen Unie wil dat de later nareizende partner en gezinsleden onder regie van de gemeente worden begeleid bij hun inburgering. Bij de SP is minder duidelijk of inburgeringsregels ook voor gezinsmigranten moeten gelden. Deze partij stelt alleen dat migranten zo snel mogelijk goed onderwijs door de overheid moeten krijgen en snel aan het werk moeten worden geholpen of op een andere wijze de mogelijkheid moeten krijgen om een bijdrage te leveren aan onze samenleving. Ditzelfde geldt ook voor het CDA. Ook deze partij noemt het zo snel mogelijk inburgeren van migranten in het algemeen en niet specifiek gezinsmigranten.

Vergunning
Daarnaast worden ook enkele voorstellen gedaan om de eisen voor het verkrijgen van een vergunning aan te passen. GroenLinks wil zelfstandig verblijf voor houders van een afhankelijke verblijfsvergunning als gezinsmigrant na drie jaar in plaats van de huidige vijf jaar. Dat is soepeler dan het Europese Unierecht vereist. SGP wil juist dat de mogelijkheden om gezinsleden te laten delen in de verblijfsvergunning van de asielzoeker strikter worden ingevuld. De SGP wil de ruimte die daartoe binnen de Europese regels wordt geboden benutten. De SGP noemt het instellen van een wachttermijn van twee jaar, zodat iemand na verkrijging van een verblijfsvergunning niet direct familie kan laten overkomen. Wel stelt de SGP dat daar in noodsituaties een uitzondering op kan worden gemaakt. Uit het programma wordt niet duidelijk wat de SGP verstaat onder dergelijke noodsituaties.

auteur: Nadia Ismaïli

bron: Verblijfblog.

De opvang van minder- en meerderjarige alleenstaande vreemdelingen – Kamervragen en antwoorden.

2021Z01660
Antwoord van staatssecretaris Broekers-Knol (Justitie en Veiligheid)
(ontvangen 16 februari 2021)
Vraag 1
Herinnert u zich uw brief van 24 november 2020, in reactie op de moties van
de leden Van Ojik en Van Toorenburg? 1)
Antwoord op vraag 1
Ja.
Vraag 2
Deelt u de mening dat verlengde opvang door Nidos gunstig kan zijn voor de
integratie van jonge statushouders? Zo ja, deelt u dan de mening dat het van
belang is creatief naar oplossingen te zoeken? Zo nee, waarom niet?
Antwoord op vraag 2
Voor jongeren – dus ook voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen
(amv’s) – kan de overgang naar 18 jaar en de verplichtingen die daarbij
komen kijken veel uitdagingen met zich meebrengen. Voor veel jongeren in
Nederland geldt dat zij vervolgens kunnen terugvallen op een netwerk, zoals
ouders en verzorgers. Voor amv’s geldt dat niet. Op het moment dat zij 18
jaar worden, wordt van hen verwacht dat zij zich zelfstandig staande houden
in de Nederlandse samenleving, soms terwijl zij pas recentelijk in Nederland
zijn aangekomen. Een langer verblijf bij Nidos zou een deel van de amv’s
kunnen helpen bij een betere integratie in de Nederlandse samenleving.
Zoals ik in mijn voornoemde brief van 24 november jl. heb aangegeven, ligt
de verantwoordelijkheid voor de huisvesting, begeleiding, participatie en zorg
voor amv’s die meerderjarig worden en een verblijfsstatus hebben – net als
voor andere statushouders – bij de gemeenten. Indien gemeenten de voorkeur
geven aan verlengde opvang door Nidos, dan kunnen zij, zoals door u in de
vraag aangegeven, hier nu reeds gebruik van maken. De kosten hiervoor
komen dan ten laste van de gemeentelijke begroting.
Vraag 3
Bent u ook van mening dat een AMV voor een verantwoorde overgang naar
18 jaar niet afhankelijk dient te zijn van de voor hem gekozen woonplaats en
dat een uniforme regeling, die de AMV in staat stelt uit te stromen wanneer
deze in staat is zelfstandig te wonen, de voorkeur geniet? Zo nee, waarom
niet?
Antwoord op vraag 3
Met de decentralisatie van o.a. jeugdtaken zijn verschillende taken
overgedragen aan gemeenten. Via het gemeentefonds ontvangen de gemeenten hier financiële middelen voor. In het verdelingsmechanisme wordt
daarbij rekening gehouden met de aard en de omvang van bewoners van de
gemeenten. Hoewel ik mij kan voorstellen dat voor een verantwoorde
overgang naar 18 jaar voor amv’s een uniforme regeling voordelen heeft, ligt
de verantwoordelijkheid bij de individuele gemeenten die hier zelfstandig
keuzes in kunnen maken. Daarbij kan zoals in antwoord 2 aangegeven ook nu
reeds een beroep worden gedaan op Nidos om de opvang voort te zetten.
Vraag 4
Herinnert u zich dat u in de genoemde brief aangeeft dat er geen 10 miljoen
euro structureel beschikbaar is binnen uw ministerie? Bent u bereid te
bekijken hoeveel geld u incidenteel zou kunnen vrijmaken voor 2021? Zo
nee, waarom niet?
Antwoord op vraag 4
In de genoemde brief geef ik aan dat meerderjarige amv’s met een status
buiten mijn mandaat en daarmee het financiële kader van het ministerie van
Justitie en Veiligheid vallen. Daarnaast, door afloop van het huidige
regeerakkoord, is 2021 een beleidsarm jaar waardoor er geen intensivering
plaats kan vinden. Daarbij komt dat het Kabinet momenteel demissionair is
en bovendien (beleidswijzigingen van) migratieonderwerpen door uw Kamer
controversieel zijn verklaard. In dit licht past het mij niet om dergelijke
nieuwe financiële verplichtingen aan te gaan. Bovendien heeft Covid-19 ook
impact op de migratieketen en zorgt voor extra uitgaven die niet voorzien
waren. Ook dat maakt dat voor incidentele uitgaven zoals door u gevraagd
geen budget beschikbaar is.
Vraag 5
Bent u bereid vervolgens met andere bewindslieden te overleggen over een
structurele oplossing? Zo ja, wat kunt u hierin doen en op welke termijn kunt
u de Kamer daarover informeren? Zo nee, waarom niet?
Antwoord op vraag 5
De behoefte om amv’s, waar nodig, langer te begeleiden naar zelfstandigheid
na hun 18de jaar is reeds door de VNG en door Nidos aangegeven. Zoals ik
in de genoemde brief heb aangegeven, dragen de gemeenten de
verantwoordelijkheid voor meerderjarige statushouders en niet het ministerie
van Justitie en Veiligheid. Ambtelijk is er wel contact met relevante
organisaties en departementen en is en wordt gesproken over
(on)mogelijkheden ten aanzien van deze groep. Mocht een nieuw kabinet de
begeleiding van de door u bedoelde groep structureel en landelijk willen
regelen, dan zal gevraagd worden om een ambtelijk voorstel daartoe. Omdat
ik geen zicht heb op het moment waarop een nieuw kabinet aantreedt en ik
mij bovendien niet kan uitspreken over (beleids)wensen van een volgend
kabinet, kan ik u geen tijdspad schetsen.
1) Kamerstuk 27 062, nr. 118

Bron: Migratieweb dd. 23-2-2021.

Brexit: de gevolgen voor het arbeidsrecht ( een kleine verkenning)

Als een werkgever mensen in loondienst heeft uit het Verenigd Koninkrijk, heeft de Brexit flinke gevolgen. Hier volgen de belangrijkste zaken op een rij.

Brexit: de gevolgen voor het arbeidsrecht

Tot 1 januari 2021 was het Verenigd Koninkrijk weliswaar geen onderdeel meer van de EU, maar was er een overgangsperiode van kracht. Die tijd werd benut om te onderhandelen, de zogenaamde ‘deal’. Tot 1 januari 2021 waren alle EU-regels nog van kracht. Maar inmiddels is er een Brexit deal gesloten. De exacte arbeidsrechtelijk gevolgen van die deal worden op dit moment bestudeerd door juristen. We zetten op een rij wat we nu weten over de positie van een Britse werknemer in een Nederlands bedrijf.

Vergunning nodig?

Omdat Britten geen EU-onderdaan meer zijn, vallen zij niet langer onder de regels voor het vrij verkeer van personen en goederen. Werken in Nederland kan dus niet meer zomaar. Dat betekent dat Britten sinds 1 januari een geldige verblijfs- of werkvergunning nodig hebben om in Nederland te wonen en/of werken. Een nieuwe vergunning wordt niet zomaar verstrekt. Nieuwe aanvragen worden behandeld als ‘derdelanders’. Alleen Britse werknemers die in Nederland wonen en/of werken sinds voor 31 januari 2020 mogen zonder meer in Nederland blijven. Britten die in de overgangsperiode (tot en met 31 december 2020) rechtmatig in Nederland verbleven mogen blijven. Bijna alle Britten die in de BRP stonden ingeschreven hebben inmiddels een brief van de IND ontvangen hierover. Zo niet, dan konden zij zelfstandig een verblijfsvergunning aanvragen op basis van het z.g. Terugtrekkingsakkoord – zie website www.ind.nl.

 Wat moet de werkgever doen?

Het meeste werk ligt bij de Britse werknemer, niet bij de werkgever. Het verkrijgen van de juiste vergunningen is de verantwoordelijkheid van de werknemer zelf. Toch kunnen werkgevers hun werknemers wel helpen. Want door de Britse expat actief te begeleiden in het aanvragen van een reguliere verblijfsvergunning voorkomen werkgevers dat er complicaties ontstaan in de toekomst. Zonder vergunning mag de werknemer immers niet aan de slag.

Werken zonder vergunning?

Een werknemer uit een derde land, (een land buiten de EU) waaronder Britse expats, aan het werk stellen zonder vergunning is geen goed idee. Het is illegaal en er staan boetes op. Bovendien zijn zulke werknemers niet verzekerd. Het risico op loondoorbetaling ligt echter bij de werkgever. De wet gaat ervan uit dat de werkgever het loon moet doorbetalen, tenzij het niet kunnen werken in redelijkheid voor rekening van de werknemer komt. Dat is waarschijnlijk alleen het geval als de werknemer niets heeft gedaan om een vergunning te krijgen. Maar dan moet de werkgever wel kunnen aantonen dat hij de werknemer heeft gevraagd om die vergunning.

Ontslag na Brexit

Als de Britse werknemer geen verblijfsvergunning ontvangt, kan hij of zij waarschijnlijk ontslagen worden. De wetgever heeft bij de totstandkoming van de Wet werk en zekerheid benoemd dat het ontbreken van een tewerkstellingsvergunning een ontslaggrond oplevert. Ook bij deze toets is weer van belang in hoeverre de werkgever de Britse expat achter zijn broek aan heeft gezeten. Overigens dient een werkgever ook rekening mee te houden dat bij ontslag de opzegtermijn in beginsel in acht dient te worden genomen en dat zij – gelet op bovenstaande – gehouden kan zijn om het loon in deze periode door te betalen.’

Bron Salarisnet dd. 28-1-2021, enigszins ingekort

Verordening openbare documenten na Brexit

woensdag 23 december 2020

De Brexit roept veel vragen op. Het Verenigd Koninkrijk heeft de EU verlaten, maar alle EU-regels zijn nog even blijven gelden voor het Verenigd Koninkrijk. Dat wordt binnenkort anders. Het ziet ernaar uit dat het Verenigd Koninkrijk zich op 1 januari 2021 losmaakt van de EU.

Een onderdeel waarover deze week wel duidelijkheid is gekregen uit Brussel is de verordening openbare documenten. Deze maakt geen deel uit van de Brexit-deal. Dus, deal of no-deal, zodra de EU-regels niet meer gelden in het VK geldt ook de verordening openbare documenten niet langer voor documenten uit het Verenigd Koninkrijk. Waarschijnlijk gebeurt dat op 1 januari 2021.

Wat betekent dat?

Apostilles worden hervat. Vanaf 1 januari 2021, zodra het Verenigd Koninkrijk niet meer onder de EU-regels valt, mag weer om een apostille op Britse documenten worden gevraagd. Documenten, afkomstig uit de lidstaten van de EU, worden wel nog steeds geaccepteerd zonder legalisatie.

Navraagsysteem werkt niet langer.

Een ambtenaar die twijfelt aan de echtheid van een document uit een andere EU-lidstaat, kan bij de autoriteiten die het document hebben afgegeven navraag doen via het interne markt informatiesysteem. Die mogelijkheid vervalt per direct voor het Verenigd Koninkrijk. Bij vertrek, op nieuwjaarsnacht om 0.00 uur, wordt de toegang van het Verenigd Koninkrijk tot dit systeem geblokkeerd en worden eventuele openstaande vragen verwijderd.

Vertaalformulieren.

 Als een burger daarom vraagt kan aan hem van bepaalde documenten ook een formuliervertaling worden afgegeven. Engels blijft een officiële taal van de EU, zodat vertalingen in het Engels nog steeds kunnen worden afgegeven. De Europese verordening verplicht ons daar niet meer toe.

Coulance in januari

Ook voor burgers is de situatie onoverzichtelijk. Afhankelijk van de dag waarop zij hun document aanbieden is dit vrijgesteld van legalisatie, of moet het voorzien zijn van een apostille. Door alle onzekerheid kunnen wij hen niet goed informeren.

Wij adviseren daarom om voor Britse documenten, die kort na het vertrek van het Verenigd Koninkrijk (dus 1-1-2021) worden aangeboden, af te zien van de apostille-eis.

Na een maand zijn de meeste burgers geïnformeerd dat zij hun documenten uit het Verenigd Koninkrijk weer van een apostille moeten laten voorzien, en wordt er weer gewoon om een apostille gevraagd

Is een Brits document twijfelachtig? Vraag dan uiteraard altijd om een apostille.

Bron: NVVB, een beetje meer leesbaar gemaakt.

BREXIT EN BELGIE

Op 31 december 2020 eindigt de overgangsfase van de Brexit. Vanaf 1 januari 2021 zullen Britten die een verblijfsaanvraag indienen niet langer als Unieburger beschouwd worden.

Britten die na 2020 als arbeidsmigrant in België willen komen werken zullen bijgevolg, afhankelijk van het geval, over een gecombineerde vergunning, arbeidskaart of beroepskaart moeten beschikken om te werken.

  • Britten die nog voor het einde van 2020 een verblijfsaanvraag in België indienen, worden op basis van het Terugtrekkingsakkoord van 17 oktober 2019 immers behandeld volgens de regels voor Unieburgers: dus zonder gecombineerde vergunning, arbeidskaart of beroepskaart. De rechten die op basis van dit Terugtrekkingsakkoord worden verworven, blijven levenslang behouden.
  • Bron:Agentschap Integratie en Inburgering, Brussel.
  • Bovenstaande wijziging van regels geldt natuurlijk ook voor Nederland, iets aangepast, maar in hoofdlijnen hetzelfde.
  • Op mijn Facebook pagina (MVV Advies Bureau Eindhoven) een berichtje over de gevolgen van de Brexit voor de rijbewijzen van Britten die in ons land wonen.

Nieuwe vragen en antwoorden over MVV, visa en langeafstandsrelaties…

Antwoord van minister Blok (Buitenlandse Zaken)

10-11-2020

Vraag 1

Bent u bekend met het bericht op http://evavandendam.com/heartbroken/?1

Antwoord

Ja.

Vraag 2

Bent u ermee bekend dat dit probleem – dat partners van Nederlanders of EU onderdanen legaal naar Nederland mogen reizen dat niet kunnen, enkel en alleen omdat ze geen visum of een machtiging tot voorlopig verblijf (MVV sticker) kunnen halen omdat de Nederlandse ambassade gesloten is – zich veel vaker voordoet? Om hoeveel mensen gaat dit (naar schatting)?

Antwoord

Ja, ik ben bekend met dit probleem en kan me voorstellen dat het voor de getroffen koppels erg moeilijk is geweest dat zij niet zo snel herenigd konden worden als gewenst. In de landen waarvoor het EU-inreisverbod is opgeheven, is de reguliere dienstverlening voor visa voor kort verblijf en faciliterende visa (KVVdienstverlening) inmiddels zo goed als mogelijk hervat. Deze dienstverlening is van toepassing op de regeling langeafstandsgeliefden, waarvoor een visum voor kort verblijf wordt afgegeven. In de landen waarvoor het inreisverbod (weer) van kracht is, worden alleen visumaanvragen ingenomen die onder de EU- en nationale uitzonderingscategorieën (inclusief de regeling langeafstandsgeliefden) vallen, en voor zover de lokale gezondheids situatie en maatregelen dit toestaan.

Voor lang verblijf dient men met een machtiging tot voorlopig verblijf(MVV) in te reizen. Met een MVV is men uitgezonderd van het inreisverbod. Momenteel (peildatum 12 oktober 2020) heeft 90% van de Nederlandse ambassades en consulaten-generaal die MVV-dienstverlening aanbiedt deze dienstverlening weer opgestart. Voor posten die momenteel de reguliere MVV-dienstverlening nog niet of beperkt hebben kunnen hervatten, geldt dat zij zich ervoor inzetten om bij wijze van uitzondering aan onder andere partners van een Nederlander een MVV te verstrekken. Partners van EU onderdanen die voor lang verblijf naar NL komen krijgen geen MVV, zij reizen in op een faciliterend visum of in hun vrije termijn.

1 http://evavandendam.com/heartbroken/

Wat betreft MVV-verlening is, na de beperking van de wereldwijde MVV dienstverlening vanaf medio maart, in nauw overleg met het ministerie van Justitie en Veiligheid, direct ingezet om dit proces zo snel als mogelijk weer te kunnen hervatten. Tijdens de periode van afgeschaalde MVV dienstverlening is in uitzonderingssituaties altijd geprobeerd om, waar dat mogelijk was, toch een MVV te verstrekken. Bij het opschalen van de MVV dienstverlening is steeds gekeken hoe de aanvrager tegemoet kan worden gekomen. Bijvoorbeeld door de MVV-ophaaltermijn te verlengen wanneer deze door COVID-19 maatregelen niet tijdig kon worden opgehaald, het verstrekken van een nieuwe MVV wanneer de aanvrager hier door COVID19 maatregelen niet tijdig mee kon reizen, of het wijzigen van de aangewezen post zodat het voor meer aanvragers mogelijk is de MVV op te kunnen halen.

Het ministerie van Buitenlandse Zaken heeft geen inzicht in cijfers van het aantal partners van Nederlanders of EU-onderdanen dat op dit moment niet kan reizen vanwege het niet kunnen aanvragen van een KVV of MVV bij een Nederlandse of, in het geval van een KVV, andere Europese ambassade. Nu de consulaire dienstverlening in het buitenland grotendeels is hervat, zou deze situatie zich in de meeste landen niet langer voor moeten doen.

Vraag 3

Bent u het eens dat dit scenario niet in de geest is van de regeling voor geliefden, zoals beschreven in Kamerstuk 24 804, nr. 140?

Vraag 4

Bent u het eens dat dit niet een juiste uitvoering van de regeling is en daarmee een onwenselijk scenario is?

Vraag 5

Bent u het eens dat dit zo snel mogelijk opgelost moet worden, en dat deze partners zo snel mogelijk naar Nederland moeten kunnen reizen?

Antwoord op vragen 3, 4 en 5

Het ministerie van Buitenlandse Zaken spant zich maximaal in om de consulaire dienstverlening waar mogelijk te herstarten of op te schalen om consulaire klanten op de best mogelijke manier in deze moeilijke tijden te bedienen.

Al naar gelang de lokale gezondheidssituatie is steeds bekeken of, en zo ja, welke consulaire dienstverlening kan worden aangeboden. Dat geldt ook voor partners van Nederlanders of EU-onderdanen. De gezondheids-en veiligheidsmaatregelen die lokale overheden hebben getroffen (of door een verslechterde gezondheidssituatie opnieuw nemen) om het COVID-19 virus in te dammen, maken het niet altijd mogelijk om de reguliere consulaire dienstverlening aan te bieden. Binnen de omstandigheden van het desbetreffende land wordt dit zo veel als mogelijk gefaciliteerd.

Vraag 6

Bent u bereid om de volgende maatregelen te nemen om dit probleem op te lossen: samen te werken met ambassades van Europese lidstaten zodat visa of documenten wel verstrekt kunnen worden; mvv-documenten digitaal te verstrekken; het visum of mvv-document op de Nederlandse grens op de luchthaven te verstrekken? Kunt u een reactie per afzonderlijk voorstel geven?

Antwoord

Door de EU-lidstaten zijn vrijwel alle bestaande bilaterale Schengenvisumvertegenwoordigingsafspraken tot nader order opgeschort, als gevolg van de COVID-19 pandemie. In de landen waar Nederland wordt vertegenwoordigd bepaalt het desbetreffende Schengenland of de visumverlening kan worden hervat.

EU-lidstaten zijn in de regel bereid, bij wijze van uitzondering en als de lokale situatie dat toestaat, op formeel verzoek van Nederland een visumaanvraag te faciliteren, als deze tot de uitzondering categorieën op het EU-inreisverbod behoort. Aangezien de versoepeling van het inreisverbod voor langeafstandsrelaties een nationale regeling is, zullen deze aanvragen niet door een vertegenwoordigend Schengenland worden behandeld.

Het in persoon verschijnen bij de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in het land van herkomst of van bestendig verblijf is één van de vereisten voor het verkrijgen van een MVV en dient plaats te vinden vóór het vertrek naar Nederland. De afgifte van een MVV via ambassades van andere landen, het digitaal toesturen van een MVV dan wel het verstrekken ervan op de Nederlandse grens op de luchthaven, is daarmee niet verenigbaar.

Vraag 7

Kunt u concreet aangeven op welke manier u aan de slag gaat om deze mensen zo snel mogelijk naar Nederland te laten overkomen? Antwoord Zie het antwoord op de vragen 3, 4 en 5.

Vraag 8

Is deze regeling ook van toepassing op niet-EU-onderdanen die voor langere tijd in Nederland wonen met een verblijfsvergunning regulier, bijvoorbeeld voor werk of studie? Kunnen zij hun geliefden ook naar Nederland laten reizen? Zo nee, waarom niet? Hoe verhoudt zich dit tot de regelingen in nadere EU-landen?

Antwoord

De langeafstandsregeling geliefden ziet op Nederlanders en Unieburgers die hun geliefde voor kort verblijf naar Nederland willen laten overkomen uit een land met een inreisverbod. Derdelanders met een verblijfsvergunning die in Nederland verblijven kunnen geen gebruik maken van deze uitzondering op het inreisverbod om te reizen. Het uitgangspunt van het kabinet is en blijft het beschermen van de volksgezondheid in Nederland, te meer nu de situatie ten aanzien van COVID-19 verslechtert. Meer uitzonderingscategorieën op het EU-inreisverbod hebben meer reisbewegingen uit risicolanden buiten de EU tot gevolg. Het EU-inreisverbod is momenteel één van de belangrijke instrumenten die Nederland heeft om reisbewegingen met risicolanden buiten de EU te beperken. Om die redenen is de geliefdenregeling dan ook niet uitgebreid tot derdelanders. Nederland mag derdelanders op grond van het Unierecht ook anders behandelen dan Nederlanders en Unieburgers in Nederland. Nederland is bovendien een van de weinige landen die op dit moment een dergelijke regeling heeft ingevoerd.

Vraag 9

Bent u bereid de regeling zo te laten gelden, dat ook niet EU-onderdanen met een verblijfsvergunning regulier die voor langere tijd in Nederland verblijven, ook de mogelijkheid te geven om hun partner in te laten reizen?

Antwoord

Nee, deze nationale regeling is alleen van toepassing op Nederlanders en Unieburgers die in Nederland wonen.

Vraag 10

Bent u bereid deze vragen zo snel mogelijk te beantwoorden gelet op de ernst van de problematiek?

Antwoord

Deze vragen zijn zo snel mogelijk beantwoord.

Erkenning voor de geboorte moet ook kunnen in coronatijd.

Er zijn signalen dat sommige gemeenten t.b.v. het verminderen van loketbezoek stimuleren dat erkenningen (ongeboren vrucht) worden uitgesteld tot het moment van geboorteaangifte.

 Het uitstellen van een erkenning van een ongeboren vrucht op aandringen van de gemeente is geen verstandige keuze. Natuurlijk willen gemeenten het loketbezoek zoveel mogelijk beperken. De vitale processen als geboorteaangifte en inschrijving in de BRP moeten echter doorgang kunnen vinden.

Maar ook een erkenning van een ongeboren vrucht moet kunnen plaatsvinden op verzoek van de moeder en erkenner.

Uitstel kan tot vervelende gevolgen leiden. Zoals bekend heeft het kind na erkenning ongeboren vrucht op het moment dat het ter wereld komt direct een vader, dan wel een mee-moeder.

Ook voor het verkrijgen van het Nederlanderschap kan het belangrijk zijn dat een kind erkend wordt als ongeboren vrucht.

Wachten tot er geboorteaangifte wordt gedaan kan nare situaties opleveren, bijvoorbeeld als het kind of de vader op het moment van geboorteaangifte niet (meer) in leven is.

Dus: de conclusie is duidelijk!

Bron: NVVB (10-11-2020).

Tekst is iets leesbaarder gemaakt.