Verlenen werkvergunningen buitenlandse werknemers wijzigt

Vanaf 1 januari 2022 is de Wet arbeid vreemdelingen gewijzigd. Vanaf dan kan een werkvergunning voor een langere periode worden verleend( max 3 jaar, was eerder 1 jaar). En werkgevers moeten het loon maandelijks via een bankrekening aan buitenlandse werknemers uitbetalen.

Maximale duur werkvergunning buitenlandse werknemer verlengd

Door de wijziging van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) kan vanaf 1 januari 2022 een werkvergunning voor maximaal 3 jaar worden verleend. Dit was maximaal 1 jaar. Een werkvergunning met een volledige arbeidsmarkttoets kan voor maximaal 2 jaar worden verleend, in plaats van 1 jaar. Een arbeidsmarkttoets betekent dat een werkgever eerst in Nederland en de EER-landen naar geschikte werknemers moet zoeken en dat gekeken moet worden naar aanwezig aanbod in Nederland en de EER.

Extra voorwaarde voor het betalen van het loon

Een andere wijziging is dat de werkgever het loon dat op de werkvergunning staat via een bankrekening aan de werknemer moet betalen, over een periode van maximaal een maand. Hierdoor kan de Nederlandse Arbeidsinspectie de loonbetaling beter controleren. Als de werkgever het loon niet op deze manier betaalt, kan de werkvergunning worden ingetrokken of niet worden verlengd.

Economische activiteiten nieuwe voorwaarde voor werkvergunning

Per 1 januari 2022 kan de aanvraag van een vergunning worden afgewezen als er bij de werkgever geen economische activiteiten plaatsvinden. Dit moet voorkomen dat een buitenlandse werknemer naar Nederland komt, terwijl de werkgever geen loon kan uitbetalen. Voor werkgevers van startende ondernemingen geldt dat de werkgever binnen een afgesproken periode kan aangeven dat zijn onderneming is gestart.

Bron: UWV

Dit is een kort persbericht over de wijzingen in de WAV. Op het vlak van het aanvragen van een werkvergunning en verblijfsvergunning is ook het een en ander veranderd. Er zijn 2 manieren om een werkvergunning (de juiste naam is tewerkstellingsvergunning) aan te vragen. Dat kan via de GVVA procedure: dit is een gecombineerde aanvraag van de tewerkstellingsvergunning en de verblijfsvergunning. De IND beslist op dit verzoek na advies van Economische Zaken. Daarnaast is het voor speciale groepen mensen mogelijk om een tewerkstellingsvergunning aan te vragen. Bijvoorbeeld: iemand die al jaren in Italie woont en daar de EU verblijfsvergunning langdurig ingezetene heeft en deze persoon wil nu in Nederland komen werken, dan moet de werkgever alleen de tewerkstellingsvergunning aanvragen.

Om hier te mogen werken en je komt uit een land van buiten de EU, dan heb je altijd support nodig van een werkgever, die jou in dienst wil nemen.

Don’t forget.

1 Januari 2022

Vandaag, 1 januari 2022 is het precies 5 jaar geleden dat ik als ZZP’er begonnen ben met het MVV Advies Bureau Eindhoven. Een maand daarvoor had ik mij als zelfstandige laten registreren bij de Kamer van Koophandel in Eindhoven.

Niet alleen klanten uit Eindhoven komen naar het bureau, maar uit heel Nederland word ik geraadpleegd voor advies en hulp als het gaat over het aanvragen van een verblijfsvergunning regulier. De meeste aanvragen gaan over de overkomst van de buitenlandse partner. Sinds twee jaar huur ik een mooi kantoor aan de Rozentuin in Eindhoven. Via de Hertogstraat kun je ook binnenkomen.

Ik zeg dank- je -wel tegen de mensen die mij gesteund hebben en/of nog steunen. Die steun heb je als eenmansbedrijfje echt nodig om vooruit te komen.

met vriendelijke groet,

Peter Ploeger.

Bericht van de IND: Het belang van zorgvuldige gegevensuitwisseling en extra toelichting op het adviesblad bij naturalisatie

In de samenwerking tussen gemeenten en uitvoeringsorganisaties is zorgvuldige uitwisseling van gegevens van belang. Die uitwisseling moet voldoen aan de richtlijnen die de AVG daarvoor heeft opgesteld. Wanneer er bijvoorbeeld gegevens op benodigde documenten, een instructie of adviesblad staan die niet relevant zijn voor het verwerken van de aanvraag door de gemeente of de betreffende uitvoeringsinstantie, dan is het zaak die gegevens niet mee te sturen. Is dat niet mogelijk, scherm deze gegevens dan af. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de contactgegevens van behandelend ambtenaren die in de stukken zichtbaar zijn.

Sinds kort is het mogelijk voor burgers om hun gegevens in te zien op MijnIND rondom de voortgang van hun Naturalisatie. Naar aanleiding hiervan hebben gemeenten vragen gesteld aan de IND en heeft de IND een extra toelichting gegeven op het adviesblad.

Bron: NVVB

Rijksoverheid start voorlichting inburgeringsplicht nieuwkomers met Turkse nationaliteit

Nieuwsbericht | 17-11-2021 | 12:25

Vanaf 1 januari 2022 zijn nieuwkomers met de Turkse nationaliteit verplicht om in te burgeren. Om een goede start te maken in Nederland is het belangrijk dat nieuwkomers de taal leren en de Nederlandse maatschappij leren kennen. Zo kunnen zij zo snel mogelijk meedoen. Of dat nu via betaald werk, stage of vrijwilligerswerk is. Door de nieuwe Wet inburgering wordt nu ook nieuwkomers met de Turkse nationaliteit daartoe de kans geboden. Om de nieuwkomers voor te lichten over waar ze vanaf 1 januari aan moeten voldoen, start de Rijksoverheid vandaag met voorlichting aan de doelgroep en de instanties die bij die inburgering betrokken zijn. De voorlichting begint vandaag via Rijksoverheid.nl, NaarNederland.nl, maar ook via de sites van ketenpartners als Buitenlandse Zaken, DUO, IND en NederlandWereldwijd.nl

Wat er verandert

De inburgeringsplicht geldt sinds 1 mei 2020 al voor Turkse nieuwkomers met een asielstatus en hun gezinsleden. Vanaf 1 januari 2022 geldt deze verplichting dus ook voor gezinsmigranten die voor langdurig verblijf naar Nederland willen komen en voor overige migranten zoals geestelijk bedienaren. Dat betekent dat de gezinsmigranten en overige migranten zich in Turkije of elders in het buitenland voorbereiden op hun komst naar Nederland en een basisexamen inburgering in het buitenland afleggen. In aanloop daar naar toe zijn er hulpmiddelen beschikbaar in het Nederlands of in het Turks. Eenmaal aangekomen in Nederland start een persoonlijk inburgeringstraject op maat.

bron: de Rijksoverheid.

32 824 Integratiebeleid
Nr. 345 Brief van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 29 september 2021

Hierbij informeer ik uw Kamer over een tweetal fouten die recentelijk zijn
geconstateerd bij enerzijds de normering van de slaag-/zakgrens van
inburgeringsexamens en anderzijds bij het opleggen van de plicht tot het
deelnemen aan een participatieverklaringstraject (PVT-plicht).

Onderstaand zal ik nader op beide kwesties ingaan.
Foutieve cesuur bij het examen Spreken A2
Het onderdeel Spreken A2 van het inburgeringsexamen bestaat uit twee delen; een deel met meerkeuzevragen (receptief) en een deel met open vragen (productief).
Men dient beide delen te behalen om te slagen voor Spreken A2.
De zak-/slaaggrens (cesuur) wordt per examenversie berekend op basis van de
moeilijkheid van de gebruikte opgaven (items) in de betreffende versie. Deze cesuur wordt uitgedrukt in een percentage. Dit percentage dient daarna omgezet te worden in het aantal te behalen punten. Hiervoor dient het percentage afgerond te worden naar het dichtstbijzijnde gehele getal (van de mogelijk te behalen punten).
In dit geval lagen de cesuren van de verschillende versies tussen de 72% en de 74%. Er zijn voor Spreken receptief 10 punten te behalen. Afgerond betekent dit een 7, wat betekent dat iemand met dit puntenaantal geslaagd is.

In deze situatie heeft er echter geen afronding plaatsgevonden, waardoor de grens niet bij een 7, maar bij een 7,2 tot 7,4 is komen te liggen waardoor alleen kandidaten met een 8 of hoger geslaagd zijn.
De fout is ontstaan bij de toetsontwikkelaar. Ondanks dat er gewerkt wordt volgens het vierogenprincipe, is deze fout er toch doorheen geglipt.

De protocollen worden nu verder aangescherpt om een dergelijke fout in de toekomst te voorkomen.
Als gevolg van de foutief vastgestelde cesuur zijn 1584 kandidaten ten onrechte
gezakt. Deze kandidaten zullen op korte termijn een brief ontvangen van DUO dat ze alsnog geslaagd zijn. Daarin zullen excuses worden aangeboden voor het
ontstane ongemak. De kosten van eventuele, nu onnodig gebleken,
examenpogingen voor Spreken A2 die ze daarna hebben gedaan, worden vergoed of in mindering gebracht op hun lening. De kosten voor onnodig gemaakte cursusuren worden ook vergoed, maar alleen als deze uitsluitend voor het onderdeel Spreken A2 zijn gemaakt. De totale kosten voor het Rijk zijn nog niet te bepalen, maar zullen hooguit € 250.000 bedragen. Deze zullen worden opgevangen binnen de begroting van SZW.

FOUT 2.

Ten onrechte geen PVT-plicht opgelegd:
DUO heeft recentelijk ontdekt dat er na de invoering van het PVT in 2017 bij 146
inburgeringsplichtigen de PVT-plicht ten onrechte niet is opgelegd
. Dit is
veroorzaakt doordat bij het vaststellen van de inburgeringsplicht niet naar de
startdatum van de inburgeringsplicht is gekeken, maar naar de
bekendmakingsdatum van het IND-verblijfsrecht.
Per 1 oktober 2017 is de PVT-plicht ingevoerd. In de gevallen waarbij de IND-datum voor 1-10-2017 lag en de start van de inburgeringsplicht erna, is er ten onrechte geen PVT-plicht vastgesteld. Hierdoor is bij 146 inburgeringsplichtigen ten onrechte geen PVT-plicht opgelegd.

Hiervan is er inmiddels (peildatum: 14-09-2021) in elk geval al door 62 personen aan de inburgeringsplicht voldaan. De resterende 84
personen zijn nog inburgeringsplichtig.
DUO heeft naar aanleiding van deze constatering de processen rondom het
opleggen van de PVT-plicht nog een keer grondig nagelopen. Daarbij zijn nog enkele andere onregelmatigheden aan het licht gekomen. Naast de hiervoor genoemde groep zijn er nog 115 actieve inburgeraars gevonden waarbij de PVT-plicht ten onrechte niet is opgelegd. Dit houdt verband met enkele eerder opgeloste (kleine) systeemfouten tot maart 2020. Bij de oplossing van deze systeemfouten zijn wel de gevolgen voor het opleggen van inburgeringsplicht gecorrigeerd, maar is over het hoofd gezien dat deze ook mogelijk consequenties hadden voor de PVT-plicht.
De 199 inburgeringsplichtigen die nog niet hebben voldaan aan hun
inburgeringsplicht, krijgen alsnog de plicht om aan het participatieverklaringstraject
deel te nemen. Zij ontvangen hierover een brief. Dit omdat het belangrijk is dat
nieuwkomers kennis maken met de Nederlandse kernwaarden via het
participatieverklaringstraject. Het alsnog opleggen van de PVT-plicht aan
betrokkenen vind ik derhalve gerechtvaardigd. Omdat het een relatief beperkte
inspanning vraagt, is er voor de inburgeraar geen direct materieel nadeel dat het PVT-traject nu aan het eind van inburgeringstraject plaatsvindt in plaats van aan het begin.
Op grond van het rechtzekerheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel kan het
inburgeringsdiploma van de 62 inburgeringsplichtigen, die niet aan het PVT hebben deelgenomen, niet meer ingetrokken worden. De PVT-plicht wordt hen niet opgelegd en ze krijgen geen brief.

Tenslotte is bij 183 inburgeringsplichtigen door een fout in de gegevensuitwisseling met de Basisregistratie Personen de PVT-plicht ten onrechte weer ingetrokken.
Deze intrekking is weliswaar niet gecommuniceerd naar de betrokken inburgeraars, maar betrokkenen hebben vanaf dat moment geen PVT meer aangeboden gekregen door de gemeente. DUO zal deze inburgeringsplichtigen en hun gemeenten nogmaals wijzen op hun PVT-plicht, een nieuwe termijn van een jaar geven en de

KOMENDE VERANDERINGEN IN DE NIEUWE INBURGERINGSWET 2022.

Deze internetconsultatie ziet op een wijziging van de Wet inburgering 2021 (ve21000313) in verband met het opnemen van een hardheidsclausule en aanpassing van het overgangsrecht.
Met dit wetsvoorstel worden 2 soorten wijzigingen voorgesteld van de Wet inburgering 2021. 1. Een hardheidsclausule waarmee door gemeenten en DUO geheel kan worden afgezien van het opleggen van een
boete. 2. En een grondslag in het overgangsrecht waardoor het mogelijk is noodzakelijke begunstigende maatregelen te treffen ten aanzien van de inburgeringsregelgeving die van toepassing blijft op personen die onder de Wet inburgering 2013 vallen.
Einddatum consultatie: 25 oktober 2021

BELANGRIJK VOOR NU EN 2022!

Met deze brief informeer ik uw Kamer over het voorbereiden van twee ontwerpalgemene maatregelen van bestuur tot wijziging van respectievelijk het
Vreemdelingenbesluit 2000 (hierna: Vb 2000) en het Besluit naturalisatietoets in verband met een overgangssituatie na de inwerkingtreding van de Wet
inburgering 2021.
De inburgeringsregels van de huidige Wet inburgering sluiten grotendeels aan bij de vereisten in het Vb 2000 voor het verkrijgen van een sterker verblijfsrecht en de naturalisatietoets in het Besluit naturalisatietoets.

Beide ontwerpen beogen de huidige regels (en daarmee het huidige taalbeheersingsniveau A2) voor het inburgeringsvereiste in het kader van sterker verblijfsrecht en naturalisatie voorlopig te handhaven.

Ontwerpbesluit tot wijziging van het Vb 2000 i.v.m. het sterker verblijfsrecht

Het ontwerpbesluit regelt dat ten aanzien van alle inburgeringsplichtige vreemdelingen het uitgangspunt wordt gehandhaafd dat zij
aan het inburgeringsvereiste voor een sterker verblijfsrecht voldoen wanneer zij hun inburgeringsplicht hebben vervuld, of daarvan volledig zijn vrijgesteld of ontheven – ongeacht of zij vallen onder het oude regime van de Wet inburgering 2013 of het nieuwe regime van de Wet inburgering 2021.1
De verkenning naar de wijze waarop het inburgeringsvereiste voor niet inburgeringsplichtige vreemdelingen in de toekomst wordt vormgegeven, is nog niet gereed. Niet-inburgeringsplichtige vreemdelingen die een sterker
verblijfsrecht aanvragen mogen in ieder geval in 2022 het inburgeringsexamen

van de Wet inburgering 2013 op taalbeheersingsniveau A2 afleggen of kunnen
een ontheffing of vrijstelling krijgen.
Ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit naturalisatietoets
Ook zal aan de rijksministerraad – met het oog op het voor advies aanhangig
doen maken bij de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk
een ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit naturalisatietoets worden
voorgelegd dat ertoe strekt de huidige regels van de Wet inburgering 2013 met
betrekking tot de naturalisatietoets voorlopig te handhaven.

De verkenning naar de wijze waarop de naturalisatietoets in de toekomst wordt
vormgegeven, is ook nog niet gereed. Vreemdelingen die willen naturaliseren
kunnen in ieder geval nog in 2022 met hun inburgeringsdiploma op
taalbeheersingsniveau A2 in aanmerking komen voor naturalisatie.

Niet inburgeringsplichtige vreemdelingen die willen naturaliseren mogen in de
overgangssituatie het inburgeringsexamen van de Wet inburgering 2013 afleggen of kunnen een ontheffing of vrijstelling krijgen. Op grond van de Rijkswet op het Nederlanderschap (artikel 8, eerste lid, onderdeel d en zesde lid) treedt dit besluit niet eerder in werking dan vier weken na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin hij is geplaatst. Conform deze bepaling zal ik van de plaatsing in het Staatsblad mededeling doen aan de Eerste Kamer en aan uw Kamer.
Zodra meer bekend is over de wijze waarop het inburgeringsvereiste in het kader van het sterker verblijfsrecht en de naturalisatietoets in de toekomst wordt vormgegeven, informeer ik uw Kamer daar over.
De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
Ankie Broekers-Knol

4-10-2021

WERKEN zonder ARMOEDE

Migratieachtergrond

Het SCP (2018) constateert ook dat werkenden met een migratieachtergrond vaker dan gemiddeld arm zijn. Deze groep vormt nog geen vijfde (18 procent) van alle werkenden, terwijl van alle werkende armen bijna een derde (32 procent) een migratieachtergrond heeft. Van alle personen met een migratieachtergrond in Nederland leeft ruim acht procent in armoede. Binnen deze categorie zijn twee risicogroepen aan te wijzen.

In de eerste plaats zien we dat het risico op armoede vooral groot is onder niet-westerse migranten van de eerste generatie. Dit risico is met name te wijten aan hun grotere uitkeringsafhankelijkheid en niet zozeer aan hun positie op de arbeidsmarkt. Het gaat daarbij vooral om een relatief sterk beroep op arbeidsongeschiktheids- of bijstandsuitkeringen.

In de tweede plaats valt te wijzen op het bovengemiddelde armoederisico van werkende huishoudens met een Midden- en Oost-Europese achtergrond. 35 Ongeveer een half miljoen banen worden in Nederland vervuld door arbeidsmigranten uit deze landen. Ongeveer 52 procent van alle buitenlandse werknemers (uit de EU-landen en daarbuiten) en 80 procent van de werknemers uit de Oost Europese landen bevindt zich aan de onderkant van het loongebouw en verricht ongeschoold werk. Zij werken voornamelijk in de sectoren landbouw, uitzendbureaus en overige zakelijke dienstverlening. Hun gemiddelde uurloon bedraagt gemiddeld 10 euro per uur, terwijl dat van werknemers uit andere EU-landen bijna het dubbele daarvan bedraagt.

Ook werkenden met een niet-westerse migratie achtergrond verdienen per uur een aantal euro’s meer dan de arbeidsmigranten uit de Midden- en Oost-europese landen. Beter betaalde arbeidsmigranten zijn werkzaam in hogere arbeidsmarktsegmenten.

Een deel van de Midden- en Oost-Europese arbeidsmigranten verricht vaker seizoensarbeid. Dat betekent dat zij relatief vaker kortdurende arbeidsrelaties hebben en meerdere banen binnen hetzelfde jaar kunnen vervullen. Recent onderzoek wees uit dat deze groep arbeidsmigranten vaker langdurig blijft werken in tijdelijke dienstverbanden, tegen relatief laag loon (precaire arbeid). Het merendeel van hen verblijft maximaal 3 jaar in Nederland maar een groeiend aantal vestigt zich langdurig in Nederland en er is sprake van gezinsvorming.

Anders dan vaak wordt gedacht is er onder personen met een migratieachtergrond geen sprake van een verhoogde uitkeringsafhankelijkheid. Er is eerder sprake van een situatie zonder inkomen.38 Bij deze werkenden en bij die van niet-Westerse herkomst is meer dan gemiddeld sprake van onvoldoende huishoudensinkomsten.

Bron: rapport van de SER, september 2021.

RANOV BEGINT BIJNA…..

Bericht van de IND: Uitvoering RANOV-regeling vanaf 1 november 2021 .

woensdag 15 september 2021

In het voorjaar werd u over de uitvoering van de zogenoemde RANOV-regeling geinformeerd. Deze regeling geeft vreemdelingen die RANOV-verblijfsrecht hebben of hebben gehad de gelegenheid Nederlander te worden, op basis van een aantal vrijstellingen.

Een nieuw besluit
Op 7 juli 2021 nam de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een nieuw besluit voor een deel van deze groep: de vreemdelingen die op het moment van de RANOV-vergunningverlening in 2007 of 2008 meerderjarig waren. Dit besluit zorgt ervoor dat de groep die zich bij uw gemeente meldt groter wordt, omdat er niet meer wordt gekeken of een vreemdeling voor of in 2007 of 2008 minderjarig was. De IND schat in dat het in totaal om circa 10.000 vreemdelingen gaat.

Brief in september
Dit besluit nam de staatssecretaris aan de hand van de onderzoeksresultaten van het WODC. Het gaat om maximaal 8000 vreemdelingen die op het moment van de RANOV-vergunningverlening meerderjarig waren. Zij krijgen in de week van 20 september een brief waarin hen wordt medegedeeld dat zij onder de beleidswijziging vallen en gebruik kunnen maken van een aantal vrijstellingen.

Om welke vrijstellingen gaat het?
Voor de vreemdelingen die onder de RANOV-regeling vallen en Nederlander willen worden, gelden de volgende vrijstellingen:

  • vrijstelling om een geldig buitenlands paspoort of ander bewijs waaruit de nationaliteit blijkt te overleggen;
  • vrijstelling om een geboorteakte of geboorteregistratiebewijs te overleggen;
  • vrijstelling van de plicht om afstand te doen van de nationaliteit die zij nu hebben (indien van toepassing).
  • Op de website van de IND wordt een overzicht geplaatst waarin te zien is om welke aantallen vreemdelingen het per gemeente gaat: www.ind.nl/ranov

BRON: NVVB, iets aangepast en bekort.