ALLEEN IN HET BEGIN SCHRIJNEND….

Het besluit om de discretionaire bevoegdheid van de Staatssecretaris Mark Harbers af te schaffen, treedt op 1 mei 2019 in werking.

​Gelijktijdig met de afschaffing van deze discretionaire bevoegdheid wordt de hoofddirecteur van de IND gemandateerd om tijdens de eerste aanvraagprocedure in Nederland ambtshalve te beoordelen of er sprake is van een schrijnende situatie. De IND krijgt de mogelijkheid om naar aanleiding van deze beoordeling een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen.

Omdat de discretionaire bevoegdheid wordt afgeschaft(bedoeld wordt: bestaat niet meer) gaat deze ook niet over naar de hoofddirecteur van de IND. In plaats daarvan gaat de IND al in het begin van zowel een reguliere als asielprocedure beoordelen of er sprake is van een schrijnende situatie.

Dit doet de IND alleen ambtshalve bij een eerste aanvraag die in Nederland wordt ingediend.

Vreemdelingen die voor de eerste keer een aanvraag indienen voor een reguliere of asiel verblijfsvergunning, kunnen aangeven of er sprake is van bijzondere omstandigheden. Deze schrijnende omstandigheden neemt de IND mee in de beoordeling van de aanvraag.

Een losse aanvraag indienen voor schrijnende omstandigheden is niet mogelijk.

Nadere berichtgeving over het toetsingskader volgt op 1 mei 2019.

 

Bron: Migratieweb plus enige aanpassing door mijzelf.

MIGRATIE EN VERZORGINGSSTAAT

De meeste migranten binnen de EU verhuizen in een levensfase waarin zij prima in staat zijn hun eigen boontjes te doppen. Er is dan ook weinig bewijs dat het sociale-voorzieningenniveau in het bestemmingsland de trigger zou zijn om te migreren binnen de EU.

Dat concludeert Petra de Jong in haar onderzoek Between Welfare and Farewell. The Role of Welfare Systems in Intra-European Migration Decisions, waarop zij in januari jl. promoveerde aan de Universiteit Utrecht.

Sociale rechten bouw je doorgaans in de loop der tijd op en zijn dus afhankelijk van verblijfsduur. Volgens De Jong verhuizen veel EU- migranten in een fase in hun leven waarin zij zichzelf kunnen redden, en vertrekken ze weer voordat ze aanspraak kunnen maken op sociale voorzieningen in het bestemmingsland.

Haar bevindingen nuanceren de stelling dat met het wegvallen van grenzen binnen de EU de druk op de verzorgingsstaat is toegenomen. De invloed van gunstige sociale voorzieningen op migratiebeslissingen blijkt veel complexer dan een algemene magneetwerking. Sociale voorzieningen lijken vooral een rol te spelen in de migratiebeslissingen van kleine groepen kwetsbare mensen, zoals gezinnen met kinderen, en ouderen.

De voorzieningen zijn op zichzelf geen belangrijke reden om te migreren, maar maken het verhuizen binnen Europa wel beter mogelijk, omdat ze de daarmee verbonden risico’s verzachten. Bij afwezigheid van een vangnet blijken zelfs jonge, hoogopgeleide mensen minder geneigd de stap te wagen. Maatregelen om de toegang tot sociale zekerheid voor EU-migranten te beperken, staan dus haaks op het streven van de Europese Commissie de mobiliteit te versterken en hoog- opgeleide migranten naar de vergrijzende Europese samenlevingen te trekken.

Bron: tijdschrift Geografie, uitgave KNAG, april 2019.

 

HANDIG?

Wanneer een ouder op reis naar het buitenland gaat met zijn of haar kind, kan het van belang zijn dat deze ouder bewijsstukken meeneemt over de relatie die hij/zij heeft met het kind.

Om te voorkomen dat er diverse documenten verzameld moeten worden, kan het de ouder helpen als de gemeente een uittreksel uit de BRP kan afgeven waarop het kind en de ouders zijn vermeld én waarop het duidelijk is of de ouders ouderlijk gezag hebben. De NVVB heeft in samenspraak met haar adviescommissies Persoonsregistratie en Identiteit & Producten een format  ontwikkeld voor een dergelijk uittreksel.

Op rijksoverheid.nl is een formulier te vinden om de toestemming voor het reizen naar het buitenland te regelen. Hierop is aangegeven dat er tevens een uittreksel van het gezagsregister nodig is. Buiten het feit om dat niet alles in het gezagsregister is vermeld, zoals het gezag van rechtswege, maakt dit uittreksel dat de informatie uit het gezagsregister niet nodig is.

Opmerking: Dit lijkt een handig en beter formulier dan wat er nu is. Onduidelijk is of de gemeenten dit formulier nu al verstrekken of moet je er om vragen?

U hoort er meer over.

Bron: NVVB

 

BREXIT EN/AND BRP

 

 

Rijksdienst voor Identiteitsgegevens – Nieuwsbrief  13 maart 2019

Brexit en de Basisregistratie Personen (BRP)

Het Verenigd Koninkrijk (VK) wil op 29 maart 2019 de Europese Unie (EU) verlaten. Deze  Brexit zal gevolgen hebben voor veel Britten die in Nederland wonen. De Rijksdienst voor identiteitsgegevens (RvIG) bereidt zich voor op Brexit, in het bijzonder op de mogelijke gevolgen die dit heeft voor verblijfstitels in de Basisregistratie Personen (BRP) (= de registratie in de gemeente waar je woont).

Gevolgen Brexit voor verblijfstitels bij ‘deal’, ‘no-deal’ of uitstel

Vanaf Brexit zijn Britten geen EU-burgers meer. Afhankelijk van het wel of niet sluiten van een terugtrekkingsakkoord (‘deal’ of ‘no-deal’) zal dit gevolgen hebben voor de verblijfstitels van Britten. In het geval van uitstel zal er niets veranderen tot de nieuwe Brexit-datum.

In geval van een deal

Als een Brexit-deal wordt gesloten, worden er geen nieuwe categorieën verblijfstitels geïntroduceerd in de BRP (Tabel 56 Verblijfstitel). De Britten die staan ingeschreven in de BRP behouden tot het einde van de transitieperiode (31 december 2020) de verblijfstitel waarmee ze op 29 maart 2019 in de BRP staan geregistreerd. Tijdens de transitieperiode worden er door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) nieuwe verblijfsdocumenten verstrekt aan Britten in Nederland(zie http://www.ind.nl/brexit). Nieuwe verblijfstitels zullen in de BRP worden geregistreerd.

In geval van no-deal

In het geval van no-deal zullen er wel nieuwe categorieën verblijfstitels geïntroduceerd worden in de BRP (Tabel 56 Verblijfstitel). Nieuwe verblijfstitels zullen pas na een nationale overgangstermijn van 15 maanden na Brexit in de BRP geregistreerd worden. De nationale overgangstermijn geeft afnemers de ruimte om hun systemen in gereedheid te brengen voor het ontvangen van de nieuwe verblijfstitels. Zij kunnen gedurende de nationale overgangstermijn dus blijven vertrouwen op de verblijfsgegevens in de BRP. Waar nodig zal RvIG afnemers helpen met voorbereiden op het ontvangen van nieuwe titels.

 

Vragen?

 

VERLENGING INBURGERINGSTERMIJN?

Minister Koolmees van Sociale Zaken heeft een brief geschreven waarin staat wanneer je verlenging kunt krijgen van je inburgeringstermijn. Het gaat er dan om dat het niet jouw schuld is dat je niet op tijd het inburgeringsdiploma gehaald hebt. De ingangsdatum van deze regels is 5 februari 2019.

Verlenging is mogelijk bij de volgende situaties:

    1. Bevalling,
    2. Bij langdurige ziekte,
    3. Als je in een Blijf van mijn Lijf huis moet verblijven,
    4. Als je lang in een AZC moet verblijven,
    5. Als je erg laat de DUO brief hebt gekregen dat je moet inburgeren,
    6. Als de gemeente waar je woont je niet tijdig een aanbod heeft gedaan voor het participatieverklaringstraject,
    7. Dat je dit traject (zie 7) niet op tijd kon afwerken vanwege bijzondere omstandigheden,
    8. Bij samenloop van omstandigheden,
    9. Alles het gewoon niet jouw schuld is dat je niet klaar bent met de inburgering, 

      Voor nadere uitleg van deze regels kun jij mij of DUO contacten.

     

REGISTRATIE GEBOORTELAND PALESTIJNSE NEDERLANDERS

Bericht 13 februari 2019

Palestijnse Nederlanders kunnen zich in de toekomst(waarschijnlijk vanaf 1 april 2019) laten registeren als geboren in ‘Gazastrook en Westelijke Jordaanoever, met inbegrip van Oost-Jeruzalem’.

Met het toevoegen van ‘Gazastrook en Westelijke Jordaanoever met inbegrip van Oost-Jeruzalem’ aan de Landentabel wordt het advies gevolgd van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 11 april 2018.

De toevoeging is een feitelijke omschrijving van het gebied. Met deze benaming is een oplossing gevonden die past binnen de systematiek van de Landentabel als bestuurlijk/staatkundige lijst.  Ook doet de toevoeging recht aan de Oslo-akkoorden en resoluties van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, waaronder resolutie 478 (1980). De benaming is in overeenstemming met het Nederlandse standpunt dat Israël geen soevereiniteit over deze gebieden heeft en het standpunt ten aanzien van de niet-erkenning van de ‘Staat Palestina’.

Deze mooie woorden betekenen dat personen die vanaf 15 mei 1948 in deze gebieden zijn geboren ‘Gazastrook en Westelijke Jordaanoever met inbegrip van Oost-Jeruzalem’ als geboorteland in de BRP kunnen laten registreren. Op deze manier wordt recht gedaan aan de fysieke plaats waar betreffende personen zijn geboren.

Personen kunnen alleen op verzoek hun geboorteland wijzigen, zodat de keuze voor het registreren van ‘Gazastrook en Westelijke Jordaanoever met inbegrip van Oost-Jeruzalem’ alleen door de persoon zelf kan worden gemaakt.

De wijziging van de Regeling BRP, waarin de Landentabel wordt gewijzigd, zal waarschijnlijk op 1 april 2019 in werking treden.

Bron: NVVB (een kleine beetje veranderd)