De opvang van minder- en meerderjarige alleenstaande vreemdelingen – Kamervragen en antwoorden.

2021Z01660
Antwoord van staatssecretaris Broekers-Knol (Justitie en Veiligheid)
(ontvangen 16 februari 2021)
Vraag 1
Herinnert u zich uw brief van 24 november 2020, in reactie op de moties van
de leden Van Ojik en Van Toorenburg? 1)
Antwoord op vraag 1
Ja.
Vraag 2
Deelt u de mening dat verlengde opvang door Nidos gunstig kan zijn voor de
integratie van jonge statushouders? Zo ja, deelt u dan de mening dat het van
belang is creatief naar oplossingen te zoeken? Zo nee, waarom niet?
Antwoord op vraag 2
Voor jongeren – dus ook voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen
(amv’s) – kan de overgang naar 18 jaar en de verplichtingen die daarbij
komen kijken veel uitdagingen met zich meebrengen. Voor veel jongeren in
Nederland geldt dat zij vervolgens kunnen terugvallen op een netwerk, zoals
ouders en verzorgers. Voor amv’s geldt dat niet. Op het moment dat zij 18
jaar worden, wordt van hen verwacht dat zij zich zelfstandig staande houden
in de Nederlandse samenleving, soms terwijl zij pas recentelijk in Nederland
zijn aangekomen. Een langer verblijf bij Nidos zou een deel van de amv’s
kunnen helpen bij een betere integratie in de Nederlandse samenleving.
Zoals ik in mijn voornoemde brief van 24 november jl. heb aangegeven, ligt
de verantwoordelijkheid voor de huisvesting, begeleiding, participatie en zorg
voor amv’s die meerderjarig worden en een verblijfsstatus hebben – net als
voor andere statushouders – bij de gemeenten. Indien gemeenten de voorkeur
geven aan verlengde opvang door Nidos, dan kunnen zij, zoals door u in de
vraag aangegeven, hier nu reeds gebruik van maken. De kosten hiervoor
komen dan ten laste van de gemeentelijke begroting.
Vraag 3
Bent u ook van mening dat een AMV voor een verantwoorde overgang naar
18 jaar niet afhankelijk dient te zijn van de voor hem gekozen woonplaats en
dat een uniforme regeling, die de AMV in staat stelt uit te stromen wanneer
deze in staat is zelfstandig te wonen, de voorkeur geniet? Zo nee, waarom
niet?
Antwoord op vraag 3
Met de decentralisatie van o.a. jeugdtaken zijn verschillende taken
overgedragen aan gemeenten. Via het gemeentefonds ontvangen de gemeenten hier financiële middelen voor. In het verdelingsmechanisme wordt
daarbij rekening gehouden met de aard en de omvang van bewoners van de
gemeenten. Hoewel ik mij kan voorstellen dat voor een verantwoorde
overgang naar 18 jaar voor amv’s een uniforme regeling voordelen heeft, ligt
de verantwoordelijkheid bij de individuele gemeenten die hier zelfstandig
keuzes in kunnen maken. Daarbij kan zoals in antwoord 2 aangegeven ook nu
reeds een beroep worden gedaan op Nidos om de opvang voort te zetten.
Vraag 4
Herinnert u zich dat u in de genoemde brief aangeeft dat er geen 10 miljoen
euro structureel beschikbaar is binnen uw ministerie? Bent u bereid te
bekijken hoeveel geld u incidenteel zou kunnen vrijmaken voor 2021? Zo
nee, waarom niet?
Antwoord op vraag 4
In de genoemde brief geef ik aan dat meerderjarige amv’s met een status
buiten mijn mandaat en daarmee het financiële kader van het ministerie van
Justitie en Veiligheid vallen. Daarnaast, door afloop van het huidige
regeerakkoord, is 2021 een beleidsarm jaar waardoor er geen intensivering
plaats kan vinden. Daarbij komt dat het Kabinet momenteel demissionair is
en bovendien (beleidswijzigingen van) migratieonderwerpen door uw Kamer
controversieel zijn verklaard. In dit licht past het mij niet om dergelijke
nieuwe financiële verplichtingen aan te gaan. Bovendien heeft Covid-19 ook
impact op de migratieketen en zorgt voor extra uitgaven die niet voorzien
waren. Ook dat maakt dat voor incidentele uitgaven zoals door u gevraagd
geen budget beschikbaar is.
Vraag 5
Bent u bereid vervolgens met andere bewindslieden te overleggen over een
structurele oplossing? Zo ja, wat kunt u hierin doen en op welke termijn kunt
u de Kamer daarover informeren? Zo nee, waarom niet?
Antwoord op vraag 5
De behoefte om amv’s, waar nodig, langer te begeleiden naar zelfstandigheid
na hun 18de jaar is reeds door de VNG en door Nidos aangegeven. Zoals ik
in de genoemde brief heb aangegeven, dragen de gemeenten de
verantwoordelijkheid voor meerderjarige statushouders en niet het ministerie
van Justitie en Veiligheid. Ambtelijk is er wel contact met relevante
organisaties en departementen en is en wordt gesproken over
(on)mogelijkheden ten aanzien van deze groep. Mocht een nieuw kabinet de
begeleiding van de door u bedoelde groep structureel en landelijk willen
regelen, dan zal gevraagd worden om een ambtelijk voorstel daartoe. Omdat
ik geen zicht heb op het moment waarop een nieuw kabinet aantreedt en ik
mij bovendien niet kan uitspreken over (beleids)wensen van een volgend
kabinet, kan ik u geen tijdspad schetsen.
1) Kamerstuk 27 062, nr. 118

Bron: Migratieweb dd. 23-2-2021.

Brexit: de gevolgen voor het arbeidsrecht ( een kleine verkenning)

Als een werkgever mensen in loondienst heeft uit het Verenigd Koninkrijk, heeft de Brexit flinke gevolgen. Hier volgen de belangrijkste zaken op een rij.

Brexit: de gevolgen voor het arbeidsrecht

Tot 1 januari 2021 was het Verenigd Koninkrijk weliswaar geen onderdeel meer van de EU, maar was er een overgangsperiode van kracht. Die tijd werd benut om te onderhandelen, de zogenaamde ‘deal’. Tot 1 januari 2021 waren alle EU-regels nog van kracht. Maar inmiddels is er een Brexit deal gesloten. De exacte arbeidsrechtelijk gevolgen van die deal worden op dit moment bestudeerd door juristen. We zetten op een rij wat we nu weten over de positie van een Britse werknemer in een Nederlands bedrijf.

Vergunning nodig?

Omdat Britten geen EU-onderdaan meer zijn, vallen zij niet langer onder de regels voor het vrij verkeer van personen en goederen. Werken in Nederland kan dus niet meer zomaar. Dat betekent dat Britten sinds 1 januari een geldige verblijfs- of werkvergunning nodig hebben om in Nederland te wonen en/of werken. Een nieuwe vergunning wordt niet zomaar verstrekt. Nieuwe aanvragen worden behandeld als ‘derdelanders’. Alleen Britse werknemers die in Nederland wonen en/of werken sinds voor 31 januari 2020 mogen zonder meer in Nederland blijven. Britten die in de overgangsperiode (tot en met 31 december 2020) rechtmatig in Nederland verbleven mogen blijven. Bijna alle Britten die in de BRP stonden ingeschreven hebben inmiddels een brief van de IND ontvangen hierover. Zo niet, dan konden zij zelfstandig een verblijfsvergunning aanvragen op basis van het z.g. Terugtrekkingsakkoord – zie website www.ind.nl.

 Wat moet de werkgever doen?

Het meeste werk ligt bij de Britse werknemer, niet bij de werkgever. Het verkrijgen van de juiste vergunningen is de verantwoordelijkheid van de werknemer zelf. Toch kunnen werkgevers hun werknemers wel helpen. Want door de Britse expat actief te begeleiden in het aanvragen van een reguliere verblijfsvergunning voorkomen werkgevers dat er complicaties ontstaan in de toekomst. Zonder vergunning mag de werknemer immers niet aan de slag.

Werken zonder vergunning?

Een werknemer uit een derde land, (een land buiten de EU) waaronder Britse expats, aan het werk stellen zonder vergunning is geen goed idee. Het is illegaal en er staan boetes op. Bovendien zijn zulke werknemers niet verzekerd. Het risico op loondoorbetaling ligt echter bij de werkgever. De wet gaat ervan uit dat de werkgever het loon moet doorbetalen, tenzij het niet kunnen werken in redelijkheid voor rekening van de werknemer komt. Dat is waarschijnlijk alleen het geval als de werknemer niets heeft gedaan om een vergunning te krijgen. Maar dan moet de werkgever wel kunnen aantonen dat hij de werknemer heeft gevraagd om die vergunning.

Ontslag na Brexit

Als de Britse werknemer geen verblijfsvergunning ontvangt, kan hij of zij waarschijnlijk ontslagen worden. De wetgever heeft bij de totstandkoming van de Wet werk en zekerheid benoemd dat het ontbreken van een tewerkstellingsvergunning een ontslaggrond oplevert. Ook bij deze toets is weer van belang in hoeverre de werkgever de Britse expat achter zijn broek aan heeft gezeten. Overigens dient een werkgever ook rekening mee te houden dat bij ontslag de opzegtermijn in beginsel in acht dient te worden genomen en dat zij – gelet op bovenstaande – gehouden kan zijn om het loon in deze periode door te betalen.’

Bron Salarisnet dd. 28-1-2021, enigszins ingekort

Verordening openbare documenten na Brexit

woensdag 23 december 2020

De Brexit roept veel vragen op. Het Verenigd Koninkrijk heeft de EU verlaten, maar alle EU-regels zijn nog even blijven gelden voor het Verenigd Koninkrijk. Dat wordt binnenkort anders. Het ziet ernaar uit dat het Verenigd Koninkrijk zich op 1 januari 2021 losmaakt van de EU.

Een onderdeel waarover deze week wel duidelijkheid is gekregen uit Brussel is de verordening openbare documenten. Deze maakt geen deel uit van de Brexit-deal. Dus, deal of no-deal, zodra de EU-regels niet meer gelden in het VK geldt ook de verordening openbare documenten niet langer voor documenten uit het Verenigd Koninkrijk. Waarschijnlijk gebeurt dat op 1 januari 2021.

Wat betekent dat?

Apostilles worden hervat. Vanaf 1 januari 2021, zodra het Verenigd Koninkrijk niet meer onder de EU-regels valt, mag weer om een apostille op Britse documenten worden gevraagd. Documenten, afkomstig uit de lidstaten van de EU, worden wel nog steeds geaccepteerd zonder legalisatie.

Navraagsysteem werkt niet langer.

Een ambtenaar die twijfelt aan de echtheid van een document uit een andere EU-lidstaat, kan bij de autoriteiten die het document hebben afgegeven navraag doen via het interne markt informatiesysteem. Die mogelijkheid vervalt per direct voor het Verenigd Koninkrijk. Bij vertrek, op nieuwjaarsnacht om 0.00 uur, wordt de toegang van het Verenigd Koninkrijk tot dit systeem geblokkeerd en worden eventuele openstaande vragen verwijderd.

Vertaalformulieren.

 Als een burger daarom vraagt kan aan hem van bepaalde documenten ook een formuliervertaling worden afgegeven. Engels blijft een officiële taal van de EU, zodat vertalingen in het Engels nog steeds kunnen worden afgegeven. De Europese verordening verplicht ons daar niet meer toe.

Coulance in januari

Ook voor burgers is de situatie onoverzichtelijk. Afhankelijk van de dag waarop zij hun document aanbieden is dit vrijgesteld van legalisatie, of moet het voorzien zijn van een apostille. Door alle onzekerheid kunnen wij hen niet goed informeren.

Wij adviseren daarom om voor Britse documenten, die kort na het vertrek van het Verenigd Koninkrijk (dus 1-1-2021) worden aangeboden, af te zien van de apostille-eis.

Na een maand zijn de meeste burgers geïnformeerd dat zij hun documenten uit het Verenigd Koninkrijk weer van een apostille moeten laten voorzien, en wordt er weer gewoon om een apostille gevraagd

Is een Brits document twijfelachtig? Vraag dan uiteraard altijd om een apostille.

Bron: NVVB, een beetje meer leesbaar gemaakt.

BREXIT EN BELGIE

Op 31 december 2020 eindigt de overgangsfase van de Brexit. Vanaf 1 januari 2021 zullen Britten die een verblijfsaanvraag indienen niet langer als Unieburger beschouwd worden.

Britten die na 2020 als arbeidsmigrant in België willen komen werken zullen bijgevolg, afhankelijk van het geval, over een gecombineerde vergunning, arbeidskaart of beroepskaart moeten beschikken om te werken.

  • Britten die nog voor het einde van 2020 een verblijfsaanvraag in België indienen, worden op basis van het Terugtrekkingsakkoord van 17 oktober 2019 immers behandeld volgens de regels voor Unieburgers: dus zonder gecombineerde vergunning, arbeidskaart of beroepskaart. De rechten die op basis van dit Terugtrekkingsakkoord worden verworven, blijven levenslang behouden.
  • Bron:Agentschap Integratie en Inburgering, Brussel.
  • Bovenstaande wijziging van regels geldt natuurlijk ook voor Nederland, iets aangepast, maar in hoofdlijnen hetzelfde.
  • Op mijn Facebook pagina (MVV Advies Bureau Eindhoven) een berichtje over de gevolgen van de Brexit voor de rijbewijzen van Britten die in ons land wonen.

Nieuwe vragen en antwoorden over MVV, visa en langeafstandsrelaties…

Antwoord van minister Blok (Buitenlandse Zaken)

10-11-2020

Vraag 1

Bent u bekend met het bericht op http://evavandendam.com/heartbroken/?1

Antwoord

Ja.

Vraag 2

Bent u ermee bekend dat dit probleem – dat partners van Nederlanders of EU onderdanen legaal naar Nederland mogen reizen dat niet kunnen, enkel en alleen omdat ze geen visum of een machtiging tot voorlopig verblijf (MVV sticker) kunnen halen omdat de Nederlandse ambassade gesloten is – zich veel vaker voordoet? Om hoeveel mensen gaat dit (naar schatting)?

Antwoord

Ja, ik ben bekend met dit probleem en kan me voorstellen dat het voor de getroffen koppels erg moeilijk is geweest dat zij niet zo snel herenigd konden worden als gewenst. In de landen waarvoor het EU-inreisverbod is opgeheven, is de reguliere dienstverlening voor visa voor kort verblijf en faciliterende visa (KVVdienstverlening) inmiddels zo goed als mogelijk hervat. Deze dienstverlening is van toepassing op de regeling langeafstandsgeliefden, waarvoor een visum voor kort verblijf wordt afgegeven. In de landen waarvoor het inreisverbod (weer) van kracht is, worden alleen visumaanvragen ingenomen die onder de EU- en nationale uitzonderingscategorieën (inclusief de regeling langeafstandsgeliefden) vallen, en voor zover de lokale gezondheids situatie en maatregelen dit toestaan.

Voor lang verblijf dient men met een machtiging tot voorlopig verblijf(MVV) in te reizen. Met een MVV is men uitgezonderd van het inreisverbod. Momenteel (peildatum 12 oktober 2020) heeft 90% van de Nederlandse ambassades en consulaten-generaal die MVV-dienstverlening aanbiedt deze dienstverlening weer opgestart. Voor posten die momenteel de reguliere MVV-dienstverlening nog niet of beperkt hebben kunnen hervatten, geldt dat zij zich ervoor inzetten om bij wijze van uitzondering aan onder andere partners van een Nederlander een MVV te verstrekken. Partners van EU onderdanen die voor lang verblijf naar NL komen krijgen geen MVV, zij reizen in op een faciliterend visum of in hun vrije termijn.

1 http://evavandendam.com/heartbroken/

Wat betreft MVV-verlening is, na de beperking van de wereldwijde MVV dienstverlening vanaf medio maart, in nauw overleg met het ministerie van Justitie en Veiligheid, direct ingezet om dit proces zo snel als mogelijk weer te kunnen hervatten. Tijdens de periode van afgeschaalde MVV dienstverlening is in uitzonderingssituaties altijd geprobeerd om, waar dat mogelijk was, toch een MVV te verstrekken. Bij het opschalen van de MVV dienstverlening is steeds gekeken hoe de aanvrager tegemoet kan worden gekomen. Bijvoorbeeld door de MVV-ophaaltermijn te verlengen wanneer deze door COVID-19 maatregelen niet tijdig kon worden opgehaald, het verstrekken van een nieuwe MVV wanneer de aanvrager hier door COVID19 maatregelen niet tijdig mee kon reizen, of het wijzigen van de aangewezen post zodat het voor meer aanvragers mogelijk is de MVV op te kunnen halen.

Het ministerie van Buitenlandse Zaken heeft geen inzicht in cijfers van het aantal partners van Nederlanders of EU-onderdanen dat op dit moment niet kan reizen vanwege het niet kunnen aanvragen van een KVV of MVV bij een Nederlandse of, in het geval van een KVV, andere Europese ambassade. Nu de consulaire dienstverlening in het buitenland grotendeels is hervat, zou deze situatie zich in de meeste landen niet langer voor moeten doen.

Vraag 3

Bent u het eens dat dit scenario niet in de geest is van de regeling voor geliefden, zoals beschreven in Kamerstuk 24 804, nr. 140?

Vraag 4

Bent u het eens dat dit niet een juiste uitvoering van de regeling is en daarmee een onwenselijk scenario is?

Vraag 5

Bent u het eens dat dit zo snel mogelijk opgelost moet worden, en dat deze partners zo snel mogelijk naar Nederland moeten kunnen reizen?

Antwoord op vragen 3, 4 en 5

Het ministerie van Buitenlandse Zaken spant zich maximaal in om de consulaire dienstverlening waar mogelijk te herstarten of op te schalen om consulaire klanten op de best mogelijke manier in deze moeilijke tijden te bedienen.

Al naar gelang de lokale gezondheidssituatie is steeds bekeken of, en zo ja, welke consulaire dienstverlening kan worden aangeboden. Dat geldt ook voor partners van Nederlanders of EU-onderdanen. De gezondheids-en veiligheidsmaatregelen die lokale overheden hebben getroffen (of door een verslechterde gezondheidssituatie opnieuw nemen) om het COVID-19 virus in te dammen, maken het niet altijd mogelijk om de reguliere consulaire dienstverlening aan te bieden. Binnen de omstandigheden van het desbetreffende land wordt dit zo veel als mogelijk gefaciliteerd.

Vraag 6

Bent u bereid om de volgende maatregelen te nemen om dit probleem op te lossen: samen te werken met ambassades van Europese lidstaten zodat visa of documenten wel verstrekt kunnen worden; mvv-documenten digitaal te verstrekken; het visum of mvv-document op de Nederlandse grens op de luchthaven te verstrekken? Kunt u een reactie per afzonderlijk voorstel geven?

Antwoord

Door de EU-lidstaten zijn vrijwel alle bestaande bilaterale Schengenvisumvertegenwoordigingsafspraken tot nader order opgeschort, als gevolg van de COVID-19 pandemie. In de landen waar Nederland wordt vertegenwoordigd bepaalt het desbetreffende Schengenland of de visumverlening kan worden hervat.

EU-lidstaten zijn in de regel bereid, bij wijze van uitzondering en als de lokale situatie dat toestaat, op formeel verzoek van Nederland een visumaanvraag te faciliteren, als deze tot de uitzondering categorieën op het EU-inreisverbod behoort. Aangezien de versoepeling van het inreisverbod voor langeafstandsrelaties een nationale regeling is, zullen deze aanvragen niet door een vertegenwoordigend Schengenland worden behandeld.

Het in persoon verschijnen bij de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in het land van herkomst of van bestendig verblijf is één van de vereisten voor het verkrijgen van een MVV en dient plaats te vinden vóór het vertrek naar Nederland. De afgifte van een MVV via ambassades van andere landen, het digitaal toesturen van een MVV dan wel het verstrekken ervan op de Nederlandse grens op de luchthaven, is daarmee niet verenigbaar.

Vraag 7

Kunt u concreet aangeven op welke manier u aan de slag gaat om deze mensen zo snel mogelijk naar Nederland te laten overkomen? Antwoord Zie het antwoord op de vragen 3, 4 en 5.

Vraag 8

Is deze regeling ook van toepassing op niet-EU-onderdanen die voor langere tijd in Nederland wonen met een verblijfsvergunning regulier, bijvoorbeeld voor werk of studie? Kunnen zij hun geliefden ook naar Nederland laten reizen? Zo nee, waarom niet? Hoe verhoudt zich dit tot de regelingen in nadere EU-landen?

Antwoord

De langeafstandsregeling geliefden ziet op Nederlanders en Unieburgers die hun geliefde voor kort verblijf naar Nederland willen laten overkomen uit een land met een inreisverbod. Derdelanders met een verblijfsvergunning die in Nederland verblijven kunnen geen gebruik maken van deze uitzondering op het inreisverbod om te reizen. Het uitgangspunt van het kabinet is en blijft het beschermen van de volksgezondheid in Nederland, te meer nu de situatie ten aanzien van COVID-19 verslechtert. Meer uitzonderingscategorieën op het EU-inreisverbod hebben meer reisbewegingen uit risicolanden buiten de EU tot gevolg. Het EU-inreisverbod is momenteel één van de belangrijke instrumenten die Nederland heeft om reisbewegingen met risicolanden buiten de EU te beperken. Om die redenen is de geliefdenregeling dan ook niet uitgebreid tot derdelanders. Nederland mag derdelanders op grond van het Unierecht ook anders behandelen dan Nederlanders en Unieburgers in Nederland. Nederland is bovendien een van de weinige landen die op dit moment een dergelijke regeling heeft ingevoerd.

Vraag 9

Bent u bereid de regeling zo te laten gelden, dat ook niet EU-onderdanen met een verblijfsvergunning regulier die voor langere tijd in Nederland verblijven, ook de mogelijkheid te geven om hun partner in te laten reizen?

Antwoord

Nee, deze nationale regeling is alleen van toepassing op Nederlanders en Unieburgers die in Nederland wonen.

Vraag 10

Bent u bereid deze vragen zo snel mogelijk te beantwoorden gelet op de ernst van de problematiek?

Antwoord

Deze vragen zijn zo snel mogelijk beantwoord.

Erkenning voor de geboorte moet ook kunnen in coronatijd.

Er zijn signalen dat sommige gemeenten t.b.v. het verminderen van loketbezoek stimuleren dat erkenningen (ongeboren vrucht) worden uitgesteld tot het moment van geboorteaangifte.

 Het uitstellen van een erkenning van een ongeboren vrucht op aandringen van de gemeente is geen verstandige keuze. Natuurlijk willen gemeenten het loketbezoek zoveel mogelijk beperken. De vitale processen als geboorteaangifte en inschrijving in de BRP moeten echter doorgang kunnen vinden.

Maar ook een erkenning van een ongeboren vrucht moet kunnen plaatsvinden op verzoek van de moeder en erkenner.

Uitstel kan tot vervelende gevolgen leiden. Zoals bekend heeft het kind na erkenning ongeboren vrucht op het moment dat het ter wereld komt direct een vader, dan wel een mee-moeder.

Ook voor het verkrijgen van het Nederlanderschap kan het belangrijk zijn dat een kind erkend wordt als ongeboren vrucht.

Wachten tot er geboorteaangifte wordt gedaan kan nare situaties opleveren, bijvoorbeeld als het kind of de vader op het moment van geboorteaangifte niet (meer) in leven is.

Dus: de conclusie is duidelijk!

Bron: NVVB (10-11-2020).

Tekst is iets leesbaarder gemaakt.

INBURGERING EN NEDERLANDER WORDEN…

” Het Nederlanderschap wordt gezien als een groot goed. Daarom streeft de regering een te halen taalbeheersingsniveau van het Nederlands op niveau B1 na. Tegen die achtergrond zal het nieuwe Besluit naturalisatietoets 2021 – anders dan bij inburgering van nieuwkomers het geval is – geen uitzonderingen mogelijk maken op het vereiste het Nederlands te beheersen op niveau B1. Voorpersonen die door een beperking niet in staat zijn de feitelijke examens die deel uitmaken van de naturalisatietoets te halen, bestaat de mogelijkheid van een ontheffing van de naturalisatietoets wegens een medische of een psychische belemmering of wegens een verstandelijk handicap.

Personen die op een lager niveau dan B1 hebben voldaan aan hun inburgeringsplicht, zullen een aanvullende toets moeten afleggen om voor naturalisatie in aanmerking te komen. Dat betreft enerzijds vreemdelingen die de B1-route hebben gevolgd maar uiteindelijk examen hebben gedaan op het niveau A2 (afschalen), en anderzijds vreemdelingen die de Z-route hebben gevolgd.

Niemand wordt het Nederlanderschap overigens voor altijd onthouden. Nederlander worden, is mogelijk via de naturalisatieprocedure of de optieprocedure. In de optieprocedure geldt de naturalisatietoets niet. De optieprocedure staat onder andere open voor de vreemdeling die of wel ten minste drie jaren de echtgenoot of geregistreerd partner is van een Nederlander ofwel 65 jaar of ouder is, in beide gevallen onder de voorwaarde dat betrokkene ten minste vijftien jaren onafgebroken toelating en hoofdverblijf in het Koninkrijk heeft gehad.

(…)

De inburgeringseisen voor het verlenen van het Nederlanderschap zullen worden neergelegd in een nieuw Besluit naturalisatietoets 2021 (ter vervanging van het huidige Besluit naturalisatietoets). Het ontwerpbesluit zal zeer binnenkort in consultatie gaan. Hierin zal worden bepaald dat de vereiste taaleis voor naturalisatie op niveau B1 komt te liggen.

De inburgeringseisen voor het verkrijgen van een sterker verblijfsrecht zullen worden neergelegd in het Vreemdelingenbesluit 2000. Een wijziging van het Vreemdelingenbesluit 2000 is in voorbereiding en zal binnenkort in consultatie gaan. Uitgangspunt daarbij is dat er geen aanvullende eisen zullen worden gesteld aan de inburgeringsplichtige vreemdeling die heeft voldaan aan zijn inburgeringsplicht.

Wie heeft voldaan aan zijn inburgeringsplicht op grond van de huidige Wet inburgering of de nieuwe Wet inburgering 20.., heeft daarmee ook voldaan aan de inburgeringseisen voor het verkrijgen van een sterker verblijfsrecht.

Bron: Memorie van Antwoord 22-10-2020.

Toelichting: de Eerste Kamer heeft gesproken over de nieuwe inburgeringswet 2021. Zij heeft Minister Koolmees veel vragen daarover gesteld. De regering geeft nu antwoord. Dit is het gedeelte over naturalisatie en inburgeringseisen en inburgeringseisen en een sterkere verblijfsvergunning. Dit is belangrijk voor iedereen die in Nederland woont met een verblijfsvergunning! don’t forget!

Vragen/antwoorden over MVV, Inburgering buitenland, open en dichte ambassades enzovoort.

AH 131
2020Z14447
Antwoord van minister Blok (Buitenlandse Zaken), mede namens de minister
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de staatssecretaris van Justitie en
Veiligheid (ontvangen 22 september 2020).


Vraag 1
Kunt u een overzicht geven van Nederlandse ambassades en consulaten die door de uitbraak van COVID-19 niet meer bereikbaar zijn voor het afnemen van het
basisexamen inburgering, inclusief (on)bereikbaarheid voor partners uit buurlanden waar het niet mogelijk is om het basisexamen inburgering af te leggen 1)?
Antwoord
Een overzicht van Nederlandse ambassades en consulaten-generaal die momenteel geen basisexamens inburgering kunnen faciliteren is beschikbaar maar dit overzicht is in beweging. Het aantal posten dat de consulaire dienstverlening uitbreidt, neemt dagelijks toe, maar soms resulteren lokale COVID-19 omstandigheden of -maatregelen er helaas ook in dat consulaire dienstverlening weer beperkt wordt.
Van de Nederlandse posten waar het basisexamen inburgering buitenland kan
worden afgelegd zijn op peildatum 18 september 2020 60 van de 76 posten (79%) beschikbaar voor het inplannen van een basisexamen inburgering.
De top 5 grootste ‘inburgeringsposten’ zijn Rabat, Bangkok, Manilla, Jakarta en
Accra. Deze posten faciliteren momenteel alle weer het basisexamen inburgering buitenland.

Vraag 2
Kunt u een inschatting geven van het aantal Nederlandse staatsburgers dat op dit moment gedwongen wordt om gescheiden te leven van hun buitenlandse partner, omdat die het basisexamen inburgering in het buitenland niet af kan leggen en als gevolg daarvan geen machtiging tot voorlopig verblijf (MVV) in Nederland aan kan vragen?
Antwoord
Er is geen inzicht in cijfers van het aantal Nederlandse staatsburgers dat op dit
moment gescheiden moet leven vanwege het niet kunnen afleggen van een
basisexamen inburgering buitenland. Dit komt doordat het beoogde verblijfsdoel van de kandidaat niet opgegeven wordt bij aanmelding of het afleggen van het examen.

Vraag 3
Ziet de regering mogelijkheden om – nu de inreisbeperkingen voor geliefden
versoepeld zijn 2) – het inburgeringsexamen voor deze geliefden via alternatieve routes mogelijk te maken, zoals bijvoorbeeld het online afnemen van inburgeringsexamens, tijdelijk op meer diplomatieke posten examens te
organiseren of het bij uitzondering mogelijk maken na aankomst in Nederland in plaats van voor vertrek het basisexamen af te leggen?
Antwoord
De inreisbeperkingen voor geliefden in een lange afstandsrelatie zijn versoepeld voor verblijf niet langer dan 90 dagen1.
Het basisexamen inburgering buitenland is echter bedoeld voor vreemdelingen die lang verblijf in Nederland beogen. Het met goed gevolg afleggen van het basisexamen is één van de vereisten voor het verkrijgen van een MVV en dient derhalve te worden meegenomen in de beoordeling van de MVV-aanvraag, welke plaatsvindt vóór vertrek naar Nederland.
Het na inreis in Nederland afleggen van het basisexamen inburgering buitenland is daarmee niet verenigbaar. Het online aanbieden van het basisexamen ziet het kabinet eveneens niet als optie, omdat het afleggen van het basisexamen toezicht vereist om examenfraude te voorkomen.
Het ministerie van Buitenlandse Zaken kan de basisexamens alleen afnemen op
posten die zijn uitgerust met speciale voor dit proces geschikte examen- en
biometrie afname/registratie apparatuur. Niet alle consulaire afdelingen
beschikken over deze faciliteiten en/of hebben voldoende ruimte en capaciteit om als zodanig in te richten. De diplomatieke vertegenwoordigingen die op dit proces zijn ingericht spannen zich maximaal in om de consulaire dienstverlening waar mogelijk te herstarten of op te schalen om consulaire klanten op de best mogelijke manier bij te staan. Beperkende omstandigheden, zoals de maatregelen die door lokale overheden zijn getroffen in de strijd tegen COVID-19, maken het echter niet altijd mogelijk deze (verder) uit te breiden.

Vraag 4
Kunt u een overzicht geven van het aantal geannuleerde basisexamens inburgering in het buitenland sinds 18 maart 2020?
Antwoord
Volgens het registratiesysteem van DUO zijn in de periode van 18 maart tot en met 1 juni 2020 de afspraken van 612 inburgeringskandidaten geannuleerd. Sinds 2 juni 12020 zijn er ca. 4300 examenonderdelen2 afgenomen en zijn er tot 1 januari 2021 weer ca. 2800 examenonderdelen ingepland.

Vraag 5
Kunt u een overzicht geven van Nederlandse ambassades en consulaten waarvan de consulaire dienstverlening door de uitbraak van COVID-19 niet of beperkt open is?
Antwoord
Een overzicht van Nederlandse ambassades en consulaten-generaal die nog
geheel gesloten zijn voor reguliere consulaire dienstverlening vanwege COVID-19 maatregelen is beschikbaar maar dit overzicht is in beweging. Het aantal posten dat de consulaire dienstverlening uitbreidt, neemt dagelijks toe, maar soms resulteren lokale COVID-19 omstandigheden of maatregelen er helaas ook in dat consulaire dienstverlening weer beperkt wordt. Momenteel (peildatum 18
september 2020) zijn 92 van de 137 Nederlandse ambassades en consulaten
open. 45 posten bieden vooralsnog geen- of beperkte reguliere consulaire
dienstverlening en kunnen momenteel enkel urgente aanvragen behandelen.

Vraag 6
Kunt u een inschatting geven van het aantal Nederlandse staatsburgers dat op dit moment gedwongen wordt om gescheiden te leven van hun buitenlandse partner, omdat die geen Schengen-visum aan kan vragen als gevolg van de sluiting van Nederlandse en andere Europese diplomatieke posten? 3)

Vraag 7
Ziet de regering mogelijkheden om – nu de inreisbeperkingen voor geliefden
versoepeld zijn 4) – het aanvragen van een Schengen-visum voor verblijf bij
familie, waar nodig, via alternatieve routes mogelijk te maken?
Antwoord op vragen 6 en 7

Het basisexamen buitenland bestaat uit drie examenonderdelen, die apart afgelegd kunnen worden.
het niet kunnen aanvragen van een Schengenvisum bij een Nederlandse of andere Europese ambassade.
Het ministerie van Buitenlandse Zaken spant zich maximaal in om de consulaire dienstverlening, waar mogelijk te herstarten of op te schalen om consulaire klanten op de best mogelijke manier in deze moeilijke tijden bij te staan. De gezondheids-en veiligheidsmaatregelen die lokale overheden hebben getroffen (of door een verslechterde gezondheidssituatie opnieuw nemen) om het COVID-19 virus in te dammen, maken het niet altijd mogelijk om de reguliere consulaire dienstverlening aan te bieden. Binnen de omstandigheden van het desbetreffende land, wordt zo veel als mogelijk gefaciliteerd.
Daarnaast zijn door de EU-lidstaten de bestaande bilaterale
Schengenvisumvertegenwoordigingsafspraken als gevolg van de Covid-19
pandemie tot nader order opgeschort. Wel zijn de lidstaten in de regel bereid, bij
wijze van uitzondering en als de lokale situatie dat toestaat, op formeel verzoek
van Nederland een visumaanvraag behorend tot de uitzonderingscategorieën op reisverbod te faciliteren.
1) Bijvoorbeeld: personen uit Ecuador dienen het basisexamen op de Nederlandse ambassade in Peru af te leggen, maar zij kunnen daar door de coronasituatie nu niet naartoe reizen.
2) Rijksoverheid.nl, 16 juli 2020, “Grapperhaus versoepelt regeling
langeafstandsrelaties”,
https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2020/07/16/grapperhausversoepelt-regeling-langeafstandsrelaties
3) Dus inclusief het effect van de sluiting van andere Europese diplomatieke
posten in landen waar op de Nederlandse ambassade geen Schengenvisum voor
verblijf bij familie aangevraagd kan worden. Bijvoorbeeld: in Ecuador dient zo’n
visum bij de Spaanse ambassade aangevraagd te worden, in Bangladesh bij de
Zweedse ambassade.
4) Rijksoverheid.nl, 16 juli 2020, “Grapperhaus versoepelt regeling
langeafstandsrelaties”,
https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2020/07/16/grapperhausversoepelt-regeling-langeafstandsrelaties

Digital-only status for EU citizens “creates a real risk of harm”, experts warn

Digital-only residence permits could make it harder for migrants to access vital services like jobs and housing, a new report warns.

Landlords and employers used to physical passports and residence permits may discriminate against migrants whose proof of immigration status only exists online, according to the Public Law Project.

Millions of EU citizens with settled and pre-settled status have been denied physical proof of their status and the Home Office is planning to go digital-only across the board.

The report calls for there to be a physical fall-back option if the digital system does lead to problems.

Digital residence permits require someone checking a migrant’s immigration status to log into a Home Office website using a code generated by the migrant. They can then view the person’s secure profile page, which should display their immigration status.

The system is already up and running for those with status under the EU Settlement Scheme. There were over 100,000 online status checks carried out on EU citizens between March and June 2020, mostly to assess eligibility for benefits. People used the system to view their own status another 400,000 times.

The government says that digital permits are better for several reasons, including convenience and security. But the researchers say they have “serious doubts” about all of the justifications put forward.

Dr Joe Tomlinson, who co-wrote the report with Alice Welsh, said:

The assumptions by Government appear to be that a ‘digital only’ process will be status easier to access, cheaper and more secure. Our analysis shows that some of these assumptions are at the very least questionable and lacking foundation in evidence, and that a digital-only system creates a real risk of harm.

The report says that “Far from being convenient for holders of digital status, digital-only status could lead to difficulty, and potentially even discrimination, when seeking to access homes, jobs, and services”. The authors point out that employers and landlords need to take nine separate steps to check someone’s status online, which could lead to them preferring candidates with a British passport or physical residence permit.

The researchers also note that “digital status, like paper-based documentation, can still be lost or stolen in a variety of ways”, such as people traffickers or “advice sharks” keeping control of the email address and phone number used to apply for and access digital status.

Citizen-on-citizen status checks are a central element of the “hostile environment” set of policies designed to deny unauthorised migrants access to services. The Guardian’s head of investigations said today that, according to a Whitehall source, the government plans to “radically beef-up the hostile environment” once the Brexit transition period is over.

The report says that physical permits should be an option, for an extra fee if necessary. It also calls for close and comprehensive monitoring of the digital rollout and suggests a framework for how this could be done.

Earlier this month, experts at the Universities of York and Oxford launched an EU Rights and Brexit Hub to monitor EU citizens’ access to public services post-Brexit. The project will also give “second tier” legal advice to charities supporting EU migrants and their families.

Bron: Freemovement

Wijziging van inburgeringsregels per 1 oktober 2020

(lees vooral de toelichting…)

Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van
14 september 2020, nr. 2020-0000120481, tot wijziging van de Regeling
inburgering in verband met een vrijstelling ONA na mbo-1 opleiding en het
optellen van alfabetiseringsuren en inburgeringsuren
.

Besluit:
ARTIKEL I
De Regeling inburgering wordt als volgt gewijzigd:
A
Na artikel 2.2d wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 2.2e
Van de verplichting om het onderdeel Oriëntatie op de Nederlandse arbeidsmarkt van het inburgeringsexamen, bedoeld in artikel 2.10, eerste lid, onderdeel b, van het besluit, te behalen is vrijgesteld degene die de entreeopleiding, bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel a, van de
Wet educatie en beroepsonderwijs, heeft afgerond.
B
Artikel 2.4b, onderdeel a, komt te luiden:
a. ten minste viermaal heeft deelgenomen aan de niet behaalde onderdelen van het inburgeringsexamen, waarvan ten hoogste twee van de examenpogingen de overeenkomstige onderdelen van het staatsexamen Nederlands als tweede taal betreffen, en ten minste 600 uur bij een cursusinstelling met het Blik op Werk-keurmerk heeft deelgenomen aan:
1°. een inburgeringscursus;
2°. een combinatie van een alfabetiseringscursus en een inburgeringscursus, waarbij ten
minste 200 uur besteed is aan de inburgeringscursus;
3°. een cursus Nederlands als tweede taal; of
4°. een combinatie van een inburgeringscursus en een cursus Nederlands als tweede taal;
C
In artikel 2.4b, onderdeel c, wordt ‘een alfabetiseringscursus en een daaropvolgende inburgeringscursus’ vervangen door ‘een combinatie van een alfabetiseringscursus en een inburgeringscursus’.
ARTIKEL II
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 oktober 2020.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
W. Koolmees


TOELICHTING
Met deze regeling worden drie onderdelen van de Regeling inburgering gewijzigd.


Vrijstelling ONA
De eerste wijziging betreft een vrijstelling voor het examenonderdeel Oriëntatie op de Nederlandse arbeidsmarkt (ONA) voor studenten die succesvol een entreeopleiding (mbo niveau 1) hebben afgerond.
Inburgeringsplichtigen moeten na hun inburgering in staat zijn om in de samenleving mee te doen, economisch zelfredzaam te worden en een bijdrage te leveren aan de maatschappij. Zonder kennis van de Nederlandse arbeidsmarkt kunnen inburgeraars niet voldoen aan hun inburgeringsplicht.
Oriëntatie op de Nederlandse arbeidsmarkt (ONA) is daarom een verplicht onderdeel van het inburgeringstraject.
De voorstelde wijziging zorgt ervoor dat studenten die succesvol een entreeopleiding (mbo niveau 1)hebben afgerond een vrijstelling voor het onderdeel ONA krijgen. De reden hiervoor is dat de lesstof
en eindtermen van ONA in hoge mate overlappen met het onderdeel Loopbaan van de entreeopleiding. De verwachting is dan ook dat studenten die een entreeopleiding succesvol hebben afgerond minimaal evenveel kennis en competenties hebben om de Nederlandse arbeidsmarkt te betreden als
inburgeringsplichtigen die ONA hebben afgerond.

Ontheffing inburgeringsplicht analfabete inburgeringsplichtigen

De tweede wijziging betreft de uitbreiding van de ontheffingsmogelijkheid op grond van aantoonbaar geleverde inspanningen van analfabete inburgeringsplichtigen. In de huidige regeling (artikel 2.4b,
onderdeel c, van de Regeling inburgering) kunnen zij alleen ontheven worden van de inburgeringsplicht op grond van aantoonbaar geleverde inspanningen wanneer uit een leerbaarheidstoets blijkt dat de inburgeringsplichtige niet het leervermogen heeft om het inburgeringsexamen te halen. Het komt
echter voor dat voor sommige van deze inburgeringsplichtigen uit deze toets blijkt dat zij dit leervermogen wel bezitten maar dat zij toch niet in staat zijn alle examenonderdelen te behalen. Dat betekent dat als zij in aanmerking willen komen voor de ontheffing op grond van aantoonbaar geleverde
inspanningen op grond van artikel 2.4b, onderdeel a, van de Regeling inburgering, zij na hun alfabetiseringsuren nog 600 uur inburgeringsonderwijs moeten volgen. Daarnaast moet de inburgeringsplichtige elk niet behaald examenonderdeel ten minste vier keer geprobeerd hebben.
Dit uitgangspunt leidt er toe dat sommige inburgeringsplichtigen in de knel komen. De prijs per lesuur is de laatste jaren zodanig gestegen dat inburgeringsplichtigen nog maar maximaal ongeveer 700 uur
les kunnen bekostigen uit de lening (ervan uitgaande dat ze alle examenonderdelen vier keer moeten afleggen). Dit betekent dat inburgeringsplichtigen die meer dan 100 uur hebben besteed aan hun
alfabetisering, onvoldoende lessen kunnen bekostigen uit de lening om in aanmerking te komen voor een ontheffing op grond van artikel 2.4b, onderdeel a.
Door deze wijziging kunnen inburgeringsplichtigen die minimaal 600 uur een combinatie van alfabetiserings-en inburgeringslessen hebben gevolgd, waarvan minimaal 200 uur inburgeringscursus, in aanmerking komen voor een ontheffing. Er is voor minimaal 200 uur gekozen omdat met alleen
een alfabetiseringscursus iemand zich niet kan voorbereiden op het inburgeringsexamen en er wel sprake moet zijn van enigszins betekenisvolle voorbereiding op het examen. Uit informatie van de MBO raad blijkt dat analfabeten die in aanmerking willen komen voor deze ontheffing vaak na 100 of 150 uur alfabetiseringsonderwijs over gestapt zijn naar inburgeringsonderwijs zodat de eis van minimaal 200 uur inburgeringsonderwijs geen belemmering is. De verplichting om elke examenonderdeel ten minste vier keer geprobeerd te hebben blijft staan.

Vervallen volgtijdelijkheid alfabetiseringscursus en inburgeringscursus

(3)De leerbaarheidstoets die moet worden afgelegd om in aanmerking te komen voor een ontheffing op grond van aantoonbaar geleverde inspanningen kan in het huidige artikel 2.4b, onderdeel c, van de Regeling inburgering alleen worden aangevraagd wanneer iemand ten minste 600 uur heeft deelgenomen.
men aan een alfabetiseringscursus en een daaropvolgende inburgeringscursus. Voor deze volgtijdelijkheid was gekozen om te voorkomen dat misbruik zou worden gemaakt van deze bepaling omdat het cursusinstellingen en inburgeringsplichtigen zou kunnen stimuleren te gaan inzetten om na het
volgen van inburgeringscursus weer terug zouden gaan naar een alfabetiseringscursus om zo op de gemakkelijkst mogelijke manier een ontheffing via de leerbaarheidstoets te verkrijgen. In de praktijk
blijkt het voor te komen dat door een verkeerde inschatting van leercapaciteit van een inburgeringsplichtige de cursusinstelling iemand met een inburgeringscursus start en dat na verloop van tijd blijkt
dat iemand eerst moet alfabetiseren. Wanneer deze eerst gevolgde inburgeringsuren niet mogen meetellen kan deze volgtijdelijkheid een probleem zijn. Dat blijkt uit verschillende aanvragen tot ontheffing die zijn ingediend na de verruiming van de ontheffing op grond van aantoonbaar geleverde inspanningen per 1 juli 2018. Daarom wordt deze voorwaarde geschrapt. Iemand kan de leerbaarheidstoets aanvragen wanneer hij ten minste 600 uur heeft deelgenomen aan een combinatie van een alfabetiseringscursus en een inburgeringscursus. De eisen dat de cursus bij een instelling met het
keurmerk van Blik op Werk moet zijn gevolgd en dat ten minste 300 uur besteed moet zijn aan de alfabetiseringscursus blijven onveranderd.

Voor de regeldruk hebben deze wijzigingen positieve gevolgen. Degenen die een entreeopleiding hebben afgerond hoeven niet meer het onderdeel ONA te behalen om te voldoen aan de inburgeringsplicht.
De verruiming van de onderdelen a en c van artikel 2.4b leidt er toe dat om in aanmerking te komen voor de ontheffing op grond van aantoonbaar geleverde inspanningen analfabeten geen extra inburgeringsuren meer hoeven te volgen om aan het criterium van 600 uur gevolgde cursusuren te voldoen.

Dientengevolge hebben deze wijzigingen ook beperkte positieve financiële gevolgen. In de situatie dat de inburgeringsplichtige nog geld uit de lening beschikbaar heeft hoeft dit niet aangewend te worden voor een ONA cursus of examen dan wel inburgeringscursusuren.

met vriendelijke groet,

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
W. Koolmees

Ps: tekst iets aangepast. De laatste “met vriendelijke groet ” is van mijn hand. Het verkleint de afstand tussen de inburgeringsplichtige burger en de overheid!