32 824 Integratiebeleid
Nr. 345 Brief van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 29 september 2021

Hierbij informeer ik uw Kamer over een tweetal fouten die recentelijk zijn
geconstateerd bij enerzijds de normering van de slaag-/zakgrens van
inburgeringsexamens en anderzijds bij het opleggen van de plicht tot het
deelnemen aan een participatieverklaringstraject (PVT-plicht).

Onderstaand zal ik nader op beide kwesties ingaan.
Foutieve cesuur bij het examen Spreken A2
Het onderdeel Spreken A2 van het inburgeringsexamen bestaat uit twee delen; een deel met meerkeuzevragen (receptief) en een deel met open vragen (productief).
Men dient beide delen te behalen om te slagen voor Spreken A2.
De zak-/slaaggrens (cesuur) wordt per examenversie berekend op basis van de
moeilijkheid van de gebruikte opgaven (items) in de betreffende versie. Deze cesuur wordt uitgedrukt in een percentage. Dit percentage dient daarna omgezet te worden in het aantal te behalen punten. Hiervoor dient het percentage afgerond te worden naar het dichtstbijzijnde gehele getal (van de mogelijk te behalen punten).
In dit geval lagen de cesuren van de verschillende versies tussen de 72% en de 74%. Er zijn voor Spreken receptief 10 punten te behalen. Afgerond betekent dit een 7, wat betekent dat iemand met dit puntenaantal geslaagd is.

In deze situatie heeft er echter geen afronding plaatsgevonden, waardoor de grens niet bij een 7, maar bij een 7,2 tot 7,4 is komen te liggen waardoor alleen kandidaten met een 8 of hoger geslaagd zijn.
De fout is ontstaan bij de toetsontwikkelaar. Ondanks dat er gewerkt wordt volgens het vierogenprincipe, is deze fout er toch doorheen geglipt.

De protocollen worden nu verder aangescherpt om een dergelijke fout in de toekomst te voorkomen.
Als gevolg van de foutief vastgestelde cesuur zijn 1584 kandidaten ten onrechte
gezakt. Deze kandidaten zullen op korte termijn een brief ontvangen van DUO dat ze alsnog geslaagd zijn. Daarin zullen excuses worden aangeboden voor het
ontstane ongemak. De kosten van eventuele, nu onnodig gebleken,
examenpogingen voor Spreken A2 die ze daarna hebben gedaan, worden vergoed of in mindering gebracht op hun lening. De kosten voor onnodig gemaakte cursusuren worden ook vergoed, maar alleen als deze uitsluitend voor het onderdeel Spreken A2 zijn gemaakt. De totale kosten voor het Rijk zijn nog niet te bepalen, maar zullen hooguit € 250.000 bedragen. Deze zullen worden opgevangen binnen de begroting van SZW.

FOUT 2.

Ten onrechte geen PVT-plicht opgelegd:
DUO heeft recentelijk ontdekt dat er na de invoering van het PVT in 2017 bij 146
inburgeringsplichtigen de PVT-plicht ten onrechte niet is opgelegd
. Dit is
veroorzaakt doordat bij het vaststellen van de inburgeringsplicht niet naar de
startdatum van de inburgeringsplicht is gekeken, maar naar de
bekendmakingsdatum van het IND-verblijfsrecht.
Per 1 oktober 2017 is de PVT-plicht ingevoerd. In de gevallen waarbij de IND-datum voor 1-10-2017 lag en de start van de inburgeringsplicht erna, is er ten onrechte geen PVT-plicht vastgesteld. Hierdoor is bij 146 inburgeringsplichtigen ten onrechte geen PVT-plicht opgelegd.

Hiervan is er inmiddels (peildatum: 14-09-2021) in elk geval al door 62 personen aan de inburgeringsplicht voldaan. De resterende 84
personen zijn nog inburgeringsplichtig.
DUO heeft naar aanleiding van deze constatering de processen rondom het
opleggen van de PVT-plicht nog een keer grondig nagelopen. Daarbij zijn nog enkele andere onregelmatigheden aan het licht gekomen. Naast de hiervoor genoemde groep zijn er nog 115 actieve inburgeraars gevonden waarbij de PVT-plicht ten onrechte niet is opgelegd. Dit houdt verband met enkele eerder opgeloste (kleine) systeemfouten tot maart 2020. Bij de oplossing van deze systeemfouten zijn wel de gevolgen voor het opleggen van inburgeringsplicht gecorrigeerd, maar is over het hoofd gezien dat deze ook mogelijk consequenties hadden voor de PVT-plicht.
De 199 inburgeringsplichtigen die nog niet hebben voldaan aan hun
inburgeringsplicht, krijgen alsnog de plicht om aan het participatieverklaringstraject
deel te nemen. Zij ontvangen hierover een brief. Dit omdat het belangrijk is dat
nieuwkomers kennis maken met de Nederlandse kernwaarden via het
participatieverklaringstraject. Het alsnog opleggen van de PVT-plicht aan
betrokkenen vind ik derhalve gerechtvaardigd. Omdat het een relatief beperkte
inspanning vraagt, is er voor de inburgeraar geen direct materieel nadeel dat het PVT-traject nu aan het eind van inburgeringstraject plaatsvindt in plaats van aan het begin.
Op grond van het rechtzekerheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel kan het
inburgeringsdiploma van de 62 inburgeringsplichtigen, die niet aan het PVT hebben deelgenomen, niet meer ingetrokken worden. De PVT-plicht wordt hen niet opgelegd en ze krijgen geen brief.

Tenslotte is bij 183 inburgeringsplichtigen door een fout in de gegevensuitwisseling met de Basisregistratie Personen de PVT-plicht ten onrechte weer ingetrokken.
Deze intrekking is weliswaar niet gecommuniceerd naar de betrokken inburgeraars, maar betrokkenen hebben vanaf dat moment geen PVT meer aangeboden gekregen door de gemeente. DUO zal deze inburgeringsplichtigen en hun gemeenten nogmaals wijzen op hun PVT-plicht, een nieuwe termijn van een jaar geven en de

KOMENDE VERANDERINGEN IN DE NIEUWE INBURGERINGSWET 2022.

Deze internetconsultatie ziet op een wijziging van de Wet inburgering 2021 (ve21000313) in verband met het opnemen van een hardheidsclausule en aanpassing van het overgangsrecht.
Met dit wetsvoorstel worden 2 soorten wijzigingen voorgesteld van de Wet inburgering 2021. 1. Een hardheidsclausule waarmee door gemeenten en DUO geheel kan worden afgezien van het opleggen van een
boete. 2. En een grondslag in het overgangsrecht waardoor het mogelijk is noodzakelijke begunstigende maatregelen te treffen ten aanzien van de inburgeringsregelgeving die van toepassing blijft op personen die onder de Wet inburgering 2013 vallen.
Einddatum consultatie: 25 oktober 2021

BELANGRIJK VOOR NU EN 2022!

Met deze brief informeer ik uw Kamer over het voorbereiden van twee ontwerpalgemene maatregelen van bestuur tot wijziging van respectievelijk het
Vreemdelingenbesluit 2000 (hierna: Vb 2000) en het Besluit naturalisatietoets in verband met een overgangssituatie na de inwerkingtreding van de Wet
inburgering 2021.
De inburgeringsregels van de huidige Wet inburgering sluiten grotendeels aan bij de vereisten in het Vb 2000 voor het verkrijgen van een sterker verblijfsrecht en de naturalisatietoets in het Besluit naturalisatietoets.

Beide ontwerpen beogen de huidige regels (en daarmee het huidige taalbeheersingsniveau A2) voor het inburgeringsvereiste in het kader van sterker verblijfsrecht en naturalisatie voorlopig te handhaven.

Ontwerpbesluit tot wijziging van het Vb 2000 i.v.m. het sterker verblijfsrecht

Het ontwerpbesluit regelt dat ten aanzien van alle inburgeringsplichtige vreemdelingen het uitgangspunt wordt gehandhaafd dat zij
aan het inburgeringsvereiste voor een sterker verblijfsrecht voldoen wanneer zij hun inburgeringsplicht hebben vervuld, of daarvan volledig zijn vrijgesteld of ontheven – ongeacht of zij vallen onder het oude regime van de Wet inburgering 2013 of het nieuwe regime van de Wet inburgering 2021.1
De verkenning naar de wijze waarop het inburgeringsvereiste voor niet inburgeringsplichtige vreemdelingen in de toekomst wordt vormgegeven, is nog niet gereed. Niet-inburgeringsplichtige vreemdelingen die een sterker
verblijfsrecht aanvragen mogen in ieder geval in 2022 het inburgeringsexamen

van de Wet inburgering 2013 op taalbeheersingsniveau A2 afleggen of kunnen
een ontheffing of vrijstelling krijgen.
Ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit naturalisatietoets
Ook zal aan de rijksministerraad – met het oog op het voor advies aanhangig
doen maken bij de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk
een ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit naturalisatietoets worden
voorgelegd dat ertoe strekt de huidige regels van de Wet inburgering 2013 met
betrekking tot de naturalisatietoets voorlopig te handhaven.

De verkenning naar de wijze waarop de naturalisatietoets in de toekomst wordt
vormgegeven, is ook nog niet gereed. Vreemdelingen die willen naturaliseren
kunnen in ieder geval nog in 2022 met hun inburgeringsdiploma op
taalbeheersingsniveau A2 in aanmerking komen voor naturalisatie.

Niet inburgeringsplichtige vreemdelingen die willen naturaliseren mogen in de
overgangssituatie het inburgeringsexamen van de Wet inburgering 2013 afleggen of kunnen een ontheffing of vrijstelling krijgen. Op grond van de Rijkswet op het Nederlanderschap (artikel 8, eerste lid, onderdeel d en zesde lid) treedt dit besluit niet eerder in werking dan vier weken na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin hij is geplaatst. Conform deze bepaling zal ik van de plaatsing in het Staatsblad mededeling doen aan de Eerste Kamer en aan uw Kamer.
Zodra meer bekend is over de wijze waarop het inburgeringsvereiste in het kader van het sterker verblijfsrecht en de naturalisatietoets in de toekomst wordt vormgegeven, informeer ik uw Kamer daar over.
De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
Ankie Broekers-Knol

4-10-2021

WERKEN zonder ARMOEDE

Migratieachtergrond

Het SCP (2018) constateert ook dat werkenden met een migratieachtergrond vaker dan gemiddeld arm zijn. Deze groep vormt nog geen vijfde (18 procent) van alle werkenden, terwijl van alle werkende armen bijna een derde (32 procent) een migratieachtergrond heeft. Van alle personen met een migratieachtergrond in Nederland leeft ruim acht procent in armoede. Binnen deze categorie zijn twee risicogroepen aan te wijzen.

In de eerste plaats zien we dat het risico op armoede vooral groot is onder niet-westerse migranten van de eerste generatie. Dit risico is met name te wijten aan hun grotere uitkeringsafhankelijkheid en niet zozeer aan hun positie op de arbeidsmarkt. Het gaat daarbij vooral om een relatief sterk beroep op arbeidsongeschiktheids- of bijstandsuitkeringen.

In de tweede plaats valt te wijzen op het bovengemiddelde armoederisico van werkende huishoudens met een Midden- en Oost-Europese achtergrond. 35 Ongeveer een half miljoen banen worden in Nederland vervuld door arbeidsmigranten uit deze landen. Ongeveer 52 procent van alle buitenlandse werknemers (uit de EU-landen en daarbuiten) en 80 procent van de werknemers uit de Oost Europese landen bevindt zich aan de onderkant van het loongebouw en verricht ongeschoold werk. Zij werken voornamelijk in de sectoren landbouw, uitzendbureaus en overige zakelijke dienstverlening. Hun gemiddelde uurloon bedraagt gemiddeld 10 euro per uur, terwijl dat van werknemers uit andere EU-landen bijna het dubbele daarvan bedraagt.

Ook werkenden met een niet-westerse migratie achtergrond verdienen per uur een aantal euro’s meer dan de arbeidsmigranten uit de Midden- en Oost-europese landen. Beter betaalde arbeidsmigranten zijn werkzaam in hogere arbeidsmarktsegmenten.

Een deel van de Midden- en Oost-Europese arbeidsmigranten verricht vaker seizoensarbeid. Dat betekent dat zij relatief vaker kortdurende arbeidsrelaties hebben en meerdere banen binnen hetzelfde jaar kunnen vervullen. Recent onderzoek wees uit dat deze groep arbeidsmigranten vaker langdurig blijft werken in tijdelijke dienstverbanden, tegen relatief laag loon (precaire arbeid). Het merendeel van hen verblijft maximaal 3 jaar in Nederland maar een groeiend aantal vestigt zich langdurig in Nederland en er is sprake van gezinsvorming.

Anders dan vaak wordt gedacht is er onder personen met een migratieachtergrond geen sprake van een verhoogde uitkeringsafhankelijkheid. Er is eerder sprake van een situatie zonder inkomen.38 Bij deze werkenden en bij die van niet-Westerse herkomst is meer dan gemiddeld sprake van onvoldoende huishoudensinkomsten.

Bron: rapport van de SER, september 2021.

RANOV BEGINT BIJNA…..

Bericht van de IND: Uitvoering RANOV-regeling vanaf 1 november 2021 .

woensdag 15 september 2021

In het voorjaar werd u over de uitvoering van de zogenoemde RANOV-regeling geinformeerd. Deze regeling geeft vreemdelingen die RANOV-verblijfsrecht hebben of hebben gehad de gelegenheid Nederlander te worden, op basis van een aantal vrijstellingen.

Een nieuw besluit
Op 7 juli 2021 nam de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een nieuw besluit voor een deel van deze groep: de vreemdelingen die op het moment van de RANOV-vergunningverlening in 2007 of 2008 meerderjarig waren. Dit besluit zorgt ervoor dat de groep die zich bij uw gemeente meldt groter wordt, omdat er niet meer wordt gekeken of een vreemdeling voor of in 2007 of 2008 minderjarig was. De IND schat in dat het in totaal om circa 10.000 vreemdelingen gaat.

Brief in september
Dit besluit nam de staatssecretaris aan de hand van de onderzoeksresultaten van het WODC. Het gaat om maximaal 8000 vreemdelingen die op het moment van de RANOV-vergunningverlening meerderjarig waren. Zij krijgen in de week van 20 september een brief waarin hen wordt medegedeeld dat zij onder de beleidswijziging vallen en gebruik kunnen maken van een aantal vrijstellingen.

Om welke vrijstellingen gaat het?
Voor de vreemdelingen die onder de RANOV-regeling vallen en Nederlander willen worden, gelden de volgende vrijstellingen:

  • vrijstelling om een geldig buitenlands paspoort of ander bewijs waaruit de nationaliteit blijkt te overleggen;
  • vrijstelling om een geboorteakte of geboorteregistratiebewijs te overleggen;
  • vrijstelling van de plicht om afstand te doen van de nationaliteit die zij nu hebben (indien van toepassing).
  • Op de website van de IND wordt een overzicht geplaatst waarin te zien is om welke aantallen vreemdelingen het per gemeente gaat: www.ind.nl/ranov

BRON: NVVB, iets aangepast en bekort.

MFO :MELDPUNT FOUTEN IN OVERHEIDSREGISTRATIES.

Het Meldpunt Fouten in Overheidsregistraties (MFO) is onderdeel van de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG). Het MFO helpt burgers, bedrijven en overheidsorganisaties bij het corrigeren van een fout in een overheidsregistratie.

Het MFO:

Wijst de weg naar de overheidsorganisatie die het onjuiste gegeven kan corrigeren. Helpt wanneer je er niet uit komt. Dan gaan we aan de slag om de fout en de problemen die daardoor zijn ontstaan, te helpen oplossen. Helpt bij het gecorrigeerd krijgen van onjuiste gegevens als er meer dan één overheidsorganisatie bij is betrokken of als het gaat om registratie-overstijgende problemen en fouten.

Helpt als blijkt dat de gegevens wel kloppen, maar bijvoorbeeld door onjuiste interpretatie voor onbedoelde gevolgen zorgen.

Helpt de gevolgen van het gebruik van foute gegevens (zoals aanmaningen en boetes) waar mogelijk te stoppen tot de oplossing is bereikt. Zo lang er nog geen oplossing is, doen we er alles aan om te zorgen dat jij niet verder in de problemen komt. Is de oplossing bereikt, dan helpen we waar mogelijk bij het herstellen van de gevolgen.

Het MFO werkt samen met álle betrokken overheidsorganisaties, net zo lang tot jouw gegevens weer kloppen.

We ondersteunen ook overheidsorganisaties met advies en coördinerende werkzaamheden. En we beheren een platform voor deze organisaties om samen te leren en te verbeteren. Zo werken we mee aan een nog betere kwaliteit van overheidsregistraties.

Op 1 juni jl. tekende de IND als 100e stakeholder de intentieverklaring van het MFO. Inmiddels hebben 135 organisaties door het ondertekenen van deze intentieverklaring aangegeven samen met het MFO zorg te willen dragen voor het oplossen van fouten in overheidsregistraties.

Het Meldpunt Fouten in Overheidsregistraties (MFO) is onderdeel van de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG). Het MFO bestaat sinds 1 januari 2021 en helpt burgers, bedrijven en overheidsorganisaties bij het laten corrigeren van een fout in een overheidsregistratie en bij het herstellen van de gevolgen van het gebruik van foute gegevens.

Kijk voor meer informatie over het meldpunt op: http://www.rvig.nl/mfo of bel 088 900 1000

ZONDER PAPIEREN HIER EN OOK GEVACCINEERD WILLEN WORDEN?

DAGBLAD TROUW 4-8-2021

Door corona krijgen ongedocumenteerden meer aandacht en dat is wrang. Hun eigen problemen blijven in de schaduw staan van het nationale belang van vaccineren, stelt Martha Teijema, werkzaam voor Dokters van de Wereld.

Martha Teijema,

Wat betreft coronamaatregelen is Nederland het meest inclusieve land denkbaar. Vanaf het begin van de coronacrisis, wordt iedereen meegenomen bij quarantaine, testen en later vaccineren. Ik spreek wekelijks mensen die ongedocumenteerd in Nederland verblijven en probeer hen te ondersteunen bij het verkrijgen van toegang tot noodzakelijke gezondheidszorg. Dit is niet zelden een uitdaging; onder andere door onbekendheid met regels rondom zorg aan ongedocumenteerden of omdat zorg niet in het basispakket valt. Bijvoorbeeld anticonceptie, mondzorg en bepaalde psychische ondersteuning.

Voor veel ongedocumenteerden is corona niet hun grootste uitdaging. Zij hebben vaak geen woonplaats, geen mogelijkheid terug te keren naar hun thuisland en een statusaanvraag is niet altijd een optie. Middels vele tijdelijke, lokale en particuliere initiatieven proberen ongedocumenteerde mensen dagelijks hun hoofd boven water te houden. Door corona was het opeens in het nationale belang dat iedereen meedeed met de maatschappij. Ook jonge mannen uit bijvoorbeeld Afghanistan en Afrika. Zij werden opgevangen, kregen quarantaineplekken en zodra er een vaccin aanwezig was, werd duidelijk dat ook ongedocumenteerden mee zouden gaan in de vaccinatiestrategie.

Fouten tijdens IND-procedures

Voor het nationale belang en alle mensen die wel documenten hebben in Nederland, werden deze mensen, die al jaren structureel worden genegeerd en gediscrimineerd, opeens volwaardige burgers. In de media werd er voor het eerst in jaren uitvoerig gesproken over ongedocumenteerde mensen, over hoe en wanneer zij gevaccineerd moesten worden.

Er werd niet gesproken over de bizarre situatie om zonder documenten te moeten leven. Niet over de vele fouten tijdens IND-procedures, of de verscheidenheid aan redenen voor ongedocumenteerd zijn.

Heb ik vanavond te eten?

Voor de vele mensen die ik spreek is corona niet hun grootste probleem, laat staan hun grootste angst. De meest prangende vraag is niet: wanneer word ik gevaccineerd, maar: heb ik vanavond te eten, een dak boven mijn hoofd en krijg ik ooit een status zodat ik kan gaan leven? Op deze wijze is opnieuw duidelijk gemaakt hoe onrechtvaardig de situatie is van deze mensen zonder papieren.

Alleen als het in het belang van de publieke gezondheid is mogen zij meedoen in de maatschappij. Als het gaat om persoonlijke gezondheid is dat helaas niet het geval.

Is er licht aan de inburgeringshorizon – dankzij de toeslagenaffaire?

12-07-2021, Kamervragen inzake uitspraak omtrent het te laat afronden van de inburgering – Antwoorden

Antwoorden van de MvSZW op vragen van het lid van Kent (SP) over de uitspraak van 1 juni 2021 van de Rechtbank Haarlem omtrent het te laat afronden van de inburgering.

De MvSZW stelt geen hoger beroep in tegen deze uitspraak. Er is alsnog een verlenging van de inburgeringstermijn toegekend.

De Wet inburgering 2013 is bewust opgezet als een strenge wet. Met de inzichten van nu, mede gevoed door de lessen van de Kinderopvangtoeslagaffaire, zal de MvSZW opnieuw gaan kijken naar het huidige stelsel en de positie van de veelal kwetsbare groep inburgeraars daarin. Op dit moment wordt daarom een verkenning uitgevoerd naar verbetermogelijkheden binnen het huidige stelsel. In deze verkenning wordt het huidige stelsel ook onderzocht op hardvochtige effecten op inburgeraars. Daarbij wordt ook gekeken naar de bestaande regels voor terugvordering van de lening bij overschrijden van de termijn. Om gedeeltelijke kwijtschelding mogelijk te maken moet de regelgeving inburgering worden aangepast.

Het huidige stelsel houdt tot op zekere hoogte al wel rekening met individuele omstandigheden. Zo verlengt DUO de inburgeringstermijn als er sprake is van niet-verwijtbare omstandigheden. Daarnaast zijn de mogelijkheden tot ontheffing op grond van aantoonbaar geleverde inspanningen (AGI) in 2018 verruimd waardoor ook als niet aan de formele criteria voor ontheffing AGI wordt voldaan op grond van bijzondere individuele omstandigheden DUO op verzoek een ontheffing kan verlenen. Tot slot wordt als onderdeel van de verkenning gekeken hoe nog meer maatwerk kan worden geleverd.

In de nieuwe Wet inburgering is kwijtschelding van de lening en mogelijke terugbetaling van de lening bij overschrijding van de termijn niet meer aan de orde. Asielmigranten krijgen immers een persoonlijk inburgeringstraject aangeboden. Ook wordt in de nieuwe wet een hardheidsclausule opgenomen waardoor er meer ruimte komt voor maatwerk bij het opleggen van een boete.

Nederlands paspoort voor Ranov-ers per 1-11-2021.

Verkrijging van het Nederlanderschap door Ranov-vergunninghouders

Jongvolwassenen In mijn brief van 26 april 2021 heb ik u bericht over de beleidswijziging van 1 juni jl. ten behoeve van de niet-genaturaliseerde Ranov-vergunninghouder die als minderjarige samen met zijn ouder(s) of
zelfstandig een Ranov-vergunning heeft gekregen, en inmiddels meerderjarig is. De brief stelt dat alleen bij naturalisatie sprake is van vrijstelling van het doen van afstand van de oorspronkelijke nationaliteit. Na verzending van de brief is vastgesteld dat de opgenomen formulering te beperkt is.
Beoogd is een vrijstelling voor het doen van afstand van de oorspronkelijke nationaliteit in zowel de optie- als de naturalisatieprocedure. De brief had moeten vermelden: ‘c) van de verplichting om afstand te doen van de oorspronkelijke nationaliteit [en daarvan een bewijsstuk te overleggen].’

Overige Ranov-vergunninghouders
Naar aanleiding van de schriftelijke vragen van de leden Van Ojik (GroenLinks), Jasper van Dijk (SP) en Kuiken (PvdA) (ingezonden 14 januari 2021 met kenmerk 2021Z00586) heb ik het WODC gevraagd om onderzoek te doen naar mogelijke belemmeringen die Ranov-vergunninghouders ondervinden bij
naturalisatie en te onderzoeken in hoeverre er meer van hen gevraagd wordt dan redelijkerwijs van hen verwacht kan worden. Een actueel beeld is noodzakelijk om tot een zorgvuldig afgewogen beslissing te komen. Inmiddels is het WODC/IND-onderzoek afgerond, de uitkomsten van dit onderzoek vindt u in de bijlage. Op basis van dit onderzoek met actuele cijfers en inzichten heb ik een besluit genomen over het beleid.
Het inmiddels afgeronde onderzoek brengt in kaart hoeveel van de oorspronkelijke Ranovvergunninghouders (ca. 28.000 personen) momenteel Nederlander is (60%), afgewezen is voor naturalisatie (3%), nog nooit een naturalisatieverzoek heeft ingediend (36 %) of in een naturalisatieprocedure zit (1%). Circa 2.000 personen van de oorspronkelijke groep zijn overleden,
hebben Nederland verlaten of hebben geen geldige verblijfsvergunning meer.
Onderzocht is welke belemmeringen voor het indienen van een naturalisatieverzoek zijn te identificeren voor Ranov-vergunninghouders. Het slot van het als bijlage met deze brief meegestuurde WODC/IND-rapport vat de onderzoeksresultaten als volgt samen: ‘Uit verschillende onderzoeken gedaan tussen 2014-2017 kwam naar voren dat de documenteneis verreweg het
grootste obstakel vormde voor nog niet genaturaliseerde Ranov-vergunninghouders om een verzoek tot naturalisatie in te dienen. Sindsdien zijn er geen grote beleidswijzigingen doorgevoerd en zonder geldig paspoort en/of geboorteakte is het ook in 2021 nog steeds moeilijk om te naturaliseren. De IND geeft aan dat voor de meeste landen in theorie documenten te verkrijgen zijn. In de praktijk is dit echter niet altijd mogelijk. Dat zal in sommige gevallen te wijten kunnen zijn aan eerder verkeerd verstrekte gegevens, maar heeft in andere gevallen te maken met tegenwerkende autoriteiten (die
zonder documenten personen niet als onderdaan erkennen) of angst naar het land van herkomst af te reizen. Voor mensen voor wie dit geldt, betekent dit in de praktijk dat zij momenteel zeer beperkt perspectief hebben op het Nederlanderschap terwijl zij hier al meer dan 20 jaar wonen.’

Nederland gevestigde personen op te heffen (zie tevens Kamerstuk 19637, nr. 2709 en Kamerstuk 32317, nr. 689). Ik zie op grond van de nderzoeksresultaten en op grond van de specifieke en uitzonderlijke omstandigheden van deze groep reden om tevens de overige Ranovvergunninghouders in de optie- en naturalisatieprocedure vrij te stellen van:
a) het overleggen van een geldig buitenlands paspoort (of anderszins een bewijs van het actuele bezit van een vreemde nationaliteit) en b) het overleggen van een (buitenlandse) geboorteakte/geboorteregistratiebewijs en
c) indien van toepassing van de verplichting om afstand te doen van de oorspronkelijke nationaliteit [en daarvan een bewijsstuk te overleggen].

De overige naturalisatievoorwaarden gelden onverminderd, zoals de voorwaarden omtrent openbare orde en nationale veiligheid. Daaronder valt de bij naturalisatie (ook) bestaande regel dat indien de IND twijfel heeft aan de gestelde persoonsgegevens en/of nationaliteit het naturalisatieverzoek wordt afgewezen. Deze regel geldt ook bij naturalisatieverzoeken van asielgerechtigden, die uit de aard van de zaak geen documenten hoeven te overleggen uit het land tegen wiens autoriteiten zij bescherming hebben gekregen.

Mijn besluit wordt geformaliseerd met een daartoe strekkende aanpassing van het beleid in de Handleiding voor de toepassing van de Rijkswet op het Nederlanderschap. Deze aanpak is uitdrukkelijk beperkt tot de groep Ranov-zaken, ook in het licht van de herhaalde onderzoeken die
hiernaar zijn gedaan. Voor overige zaken blijft onverkort het huidige beleid en de bestaande voorwaarden gehandhaafd.

Om de uitvoerende instanties, waaronder ook gemeentes, voldoende gelegenheid te geven de werkprocessen aan te passen en de dienstverlening hiervoor in te richten (onder meer ten behoeve van de registratie van deze groep), zal deze beleidswijziging per 1 november 2021 worden ingevoerd.

In verband met de beleidsaanpassing die op 1 november 2021 in werking zal getreden, zal tijdelijk niet beslist worden op een naturalisatieverzoek van iemand die op of na 1 november 2021 zou zijn vrijgesteld en aan de overige voorwaarden voldoet.

Bron: brief van de Staatssecretaris van Justitie dd. 7-7-2021.

MVV aanvragen zonder inburgering buitenland?

… Bij motie  is verzocht om samen met ambassades, consulaten en uitvoeringsorganisaties te zoeken naar oplossingen voor buitenlandse geliefden van Nederlandse burgers, die door COVID-maatregelen geen inburgeringsexamen kunnen doen. Sinds het afschalen van de niet-noodzakelijke consulaire dienstverlening door COVID, hebben de ministeries van Buitenlandse Zaken, Justitie en Veiligheid en Sociale Zaken en Werkgelegenheid voortdurend gezocht naar oplossingen om MVV- en inburgeringsplichtigen in het buitenland zo goed als mogelijk te kunnen bedienen.

Nederlandse ambassades en consulaten-generaal hebben sinds mei 2020 daar waar de lokale omstandigheden dit toelieten hun consulaire dienstverlening weer opgeschaald. Van de Nederlandse vertegenwoordigingen waar het basisexamen inburgering buitenland kan worden afgelegd zijn op peildatum 19 mei 2021 61 van de 72 posten (85%) beschikbaar voor het afnemen van een basisexamen inburgering.

  1. De top 5 grootste ‘inburgeringsposten’ zijn Rabat, Bangkok, Manilla, Jakarta en Accra. Deze posten faciliteren momenteel alle weer het basisexamen inburgering buitenland. Kandidaten voor wie het bij de dichtstbijzijnde Nederlandse vertegenwoordiging niet mogelijk is om een inburgeringsexamen af te leggen, mogen dit ook doen op een andere Nederlandse vertegenwoordiging waar dit wel mogelijk is.
  2. Daarnaast geldt er een coulancemaatregel voor personen die zich momenteel legaal in Nederland bevinden en die door het ontmoedigen van reisbewegingen niet hun MVV-aanvraag en inburgeringsexamen in het buitenland kunnen doen en daardoor in een overmachtssituatie dreigen te geraken. Zij kunnen onder bepaalde voorwaarden in Nederland een verblijfsaanvraag indienen zonder eerst het basisexamen inburgering te hebben behaald.
  3. Daarnaast geldt dat een beroep kan worden gedaan op een ontheffing van het basisexamen inburgering wanneer men van mening is dat het niet mogelijk is te voldoen aan dit vereiste. Het tijdelijk niet kunnen afleggen van het basisexamen buitenland vormt op zichzelf geen reden tot ontheffing, maar wordt wel als een van de wegingsfactoren meegenomen bij de beoordeling. In de toekenning van de ontheffing wordt meegewogen of men zich heeft voorbereid op het examen.

Bron Brief over diverse migratieonderwerpen van de Staatssecretaris van Justitie d.d.7-7-2021.

PS: ik heb de layout van de brief iets veranderd en de 3 belangrijke punten apart gezet. Lees vooral nummer 2 en 3.