REGISTRATIE GEBOORTELAND PALESTIJNSE NEDERLANDERS

Bericht 13 februari 2019

Palestijnse Nederlanders kunnen zich in de toekomst(waarschijnlijk vanaf 1 april 2019) laten registeren als geboren in ‘Gazastrook en Westelijke Jordaanoever, met inbegrip van Oost-Jeruzalem’.

Met het toevoegen van ‘Gazastrook en Westelijke Jordaanoever met inbegrip van Oost-Jeruzalem’ aan de Landentabel wordt het advies gevolgd van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 11 april 2018.

De toevoeging is een feitelijke omschrijving van het gebied. Met deze benaming is een oplossing gevonden die past binnen de systematiek van de Landentabel als bestuurlijk/staatkundige lijst.  Ook doet de toevoeging recht aan de Oslo-akkoorden en resoluties van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, waaronder resolutie 478 (1980). De benaming is in overeenstemming met het Nederlandse standpunt dat Israël geen soevereiniteit over deze gebieden heeft en het standpunt ten aanzien van de niet-erkenning van de ‘Staat Palestina’.

Deze mooie woorden betekenen dat personen die vanaf 15 mei 1948 in deze gebieden zijn geboren ‘Gazastrook en Westelijke Jordaanoever met inbegrip van Oost-Jeruzalem’ als geboorteland in de BRP kunnen laten registreren. Op deze manier wordt recht gedaan aan de fysieke plaats waar betreffende personen zijn geboren.

Personen kunnen alleen op verzoek hun geboorteland wijzigen, zodat de keuze voor het registreren van ‘Gazastrook en Westelijke Jordaanoever met inbegrip van Oost-Jeruzalem’ alleen door de persoon zelf kan worden gemaakt.

De wijziging van de Regeling BRP, waarin de Landentabel wordt gewijzigd, zal waarschijnlijk op 1 april 2019 in werking treden.

Bron: NVVB (een kleine beetje veranderd)

VOLGT EINDHOVEN AMSTERDAM?

Vandaag lees ik in Trouw, een dagblad, dat enkele Amsterdamse politieke partijen het plan hebben om mensen zonder documenten een Stadspas te verstrekken zodat zij toch gebruik kunnen maken van een aantal voorzieningen in de stad. Mensen zonder papieren behoren ook tot de stad en moeten ook kunnen meedoen. Kan dit ook in Eindhoven?

Op de website van GroenLinks Amsterdam lees ik en u nu ook het volgende bericht:

” We willen dat de basale voorzieningen beschikbaar komen voor álle Amsterdammers

23 januari 2019

In Amsterdam leven ruim tienduizend mensen zonder papieren. Ze maken deel uit van de Amsterdamse samenleving, maar hebben vaak geen toegang tot belangrijke voorzieningen, zoals zorg en onderwijs. Ook is het lastig om aangifte te doen als je geen papieren hebt.

GroenLinks Amsterdam presenteert vandaag samen met BIJ1 en DENK een initiatiefvoorstel om deze groep die rechten wél te geven, door middel van een Stadspas. Deze kan worden gebruikt als Amsterdams identiteitsbewijs en toegang te geven tot sociale voorzieningen en faciliteiten. De pas zou zelfs kunnen worden gebruikt als bankpas.

Veel Amsterdammers zonder papieren wonen hier al tientallen jaren, anderen zijn pas kort geleden in de stad aangekomen. Sommigen zijn hier gekomen op een toeristenvisum, anderen na een lange zware migratieroute en een asielaanvraag. Omdat ze geen officiële verblijfstatus hebben zijn ze kwetsbaar voor uitbuiting en misbruik. Ze wonen vaak in te duur verhuurde kamers of woningen. Soms zijn ze zelfs dakloos. Hun kinderen gaan naar Amsterdamse scholen, maar zelf moeten ze de kost verdienen tegen weinig betaling, en zonder contract. Of ze hebben helemaal geen inkomen.

Zo ontstaat er een parallelle wereld. Kwetsbare mensen moeten zien te overleven, zonder enige vorm van bescherming. Hun basale mensenrechten komen in het geding: het recht op onderdak, het recht op zorg, en het recht op onderwijs bijvoorbeeld. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens bepaalt dat ongeacht iemands nationaliteit of status, de staat verplicht is iedereen aanwezig op haar grondgebied bescherming te bieden. De Eurocommissaris voor fundamentele rechten wijst lidstaten steeds vaker op de rechten van ongedocumenteerden en steunt daarmee de beweging van grote steden die hun inwoners van deze rechten voorzien.

Femke Roosma: “We willen dat de Stadspas ervoor zorgt dat alle Amsterdammers onderdeel kunnen zijn van de stad.”

Grote steden als New York, Parijs, Barcelona en Bern gingen Amsterdam al voor. Ze zoeken zelf oplossingen om mensen die zonder officiële papieren in hun stad verblijven toch te voorzien van identificatie en daarmee van een ‘recht op de stad’ of ‘stadsrechten’. Vaak gebeurt dit in de vorm van een stadspas. Behalve een symbolische erkenning dat ze onderdeel zijn van de samenleving kan de pas worden gebruikt om toegang te geven tot sociale voorzieningen en faciliteiten. Ook zou de pas als betaalpas kunnen worden gebruikt”.

 

 

 

IETS FATSOENLIJKS….?

Betreft: Fatsoenlijke oplossing burgers no deal Brexit

Zoals ik de Tweede Kamer eerder heb toegezegd, zal het kabinet in een onverhoopt no deal scenario zorgen voor een fatsoenlijke oplossing voor het verblijf van Britse burgers in ons land na de datum van de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk (VK) uit de Europese Unie (EU).

In deze brief zet ik uiteen hoe deze fatsoenlijke oplossing er uitziet.
Ik wil benadrukken dat het terugtrekkingsakkoord voor iedereen de allerbeste uitkomst is. Daarin staan namelijk wederkerige, juridisch bindende afspraken met het VK om de rechten van burgers te garanderen, met passende waarborgen voor naleving inclusief een rol voor het Hof van Justitie.

Verblijf, toegang tot de arbeidsmarkt en inburgering
In geval van een no deal kunnen ongeveer 45.000 burgers van het VK en hun familieleden die al in Nederland verblijven, na de terugtrekking van het VK uit de EU hun verblijfsstatus niet meer ontlenen aan het EU-burgerschap: zij kunnen geen gebruik meer maken van het vrij verkeer van personen in de EU. Ongeveer 20.000 Britse werknemers verliezen de toegang tot de Nederlandse arbeidsmarkt.

Om dit te voorkomen stelt het kabinet een overgangsperiode van 15 maanden in vanaf de datum van de terugtrekking van het VK uit de EU. Tijdens deze overgangsperiode behouden Britten die voor de terugtrekking van het VK uit de EU rechtmatig in Nederland verblijven hun rechten op verblijf, studie en werk in Nederland. Dit geldt ook voor familieleden van Britse burgers die zelf geen EU-nationaliteit hebben. Britse burgers en hun familieleden zullen verspreid over deze overgangsperiode worden uitgenodigd door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) om een aanvraag voor een definitieve verblijfsvergunning in te dienen. Voor afgifte van deze verblijfsvergunning zullen dezelfde verblijfsvoorwaarden als voor EU-burgers gelden (zoals geformuleerd in Richtlijn 2004/38/EG). Daarmee kunnen alle reeds op basis van richtlijn 2004/38 rechtmatig verblijvende Britten in Nederland blijven wonen, studeren en vrije toegang tot de arbeidsmarkt behouden.

1. Britten die langer dan 5 jaar rechtmatig in Nederland wonen, kunnen een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd verkrijgen onder dezelfde voorwaarden als EU-burgers een duurzaam verblijfsrecht kunnen verkrijgen. Zij hoeven hiervoor niet te voldoen aan het inburgeringsvereiste.

2. Britten die korter dan 5 jaar rechtmatig in Nederland verblijven, krijgen een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als zij voldoen aan de verblijfsvoorwaarden die gelden voor EU-burgers die korter dan 5 jaar in de EU verblijven. Met deze vergunning behouden Britse burgers vrije toegang tot de arbeidsmarkt. Werkgevers hebben dus geen werkvergunning nodig om deze Britse burgers in dienst te houden of te nemen. Ook worden deze Britse burgers vrijgesteld van de inburgeringsplicht.

3. Britten die zich na de terugtrekking van het VK uit de EU in Nederland willen vestigen, kunnen een verblijfsvergunning als derdelander aanvragen. Zij kunnen een aanvraag voor een verblijfsvergunning wel in Nederland aanvragen. Zij zullen worden vrijgesteld van het vereiste voor een Machtiging tot Voorlopig Verblijf (MVV), net als bijvoorbeeld Amerikanen, Canadezen, Japanners en Zuid-Koreanen. Werkgevers die deze Britse burgers in dienst willen nemen, zullen een vergunning voor verblijf en arbeid of een tewerkstellingsvergunning moeten aanvragen.

4. Studeren
Het kabinet is voornemens om ervoor te zorgen dat alle Britse burgers die op de datum van de terugtrekking van het VK uit de EU in Nederland woonachtig zijn, tegen dezelfde voorwaarden kunnen (blijven) studeren als andere EU-burgers. Dit betekent dat voor VK-burgers die reeds in Nederland zijn, het wettelijk collegegeld blijft gelden en dat zij het recht op studiefinanciering behouden indien ook aan de overige voorwaarden voor EU-burgers wordt voldaan. Britse burgers die na de terugtrekking van het VK uit de EU naar Nederland komen en aan een studie beginnen, worden behandeld als derdelanders. Dit kan gevolgen hebben voor het recht op wettelijk collegegeld en studiefinanciering.

5. Sociale zekerheid
Ook voor sociale zekerheid zal worden gekozen voor een fatsoenlijke oplossing, zowel voor Britse burgers in Nederland als voor Nederlandse burgers en andere gerechtigden met een Nederlandse uitkering in het VK. Uw Kamer wordt op een later moment geïnformeerd over een meer gedetailleerde invulling hiervan.

6. Zorg
Tot de terugtrekking van het VK uit de EU hebben Nederlandse verdragsgerechtigden die in het VK wonen op grond van EU-regels recht op zorg in het VK en in de rest van de EU, ten laste van Nederland. Vanaf de terugtrekking van het VK uit de EU vallen zij onder de National Health Service (NHS), die geen dekking buiten het VK kent. Met de wetswijziging in de Verzamelwet Brexit (Kamerstukken II, 2018-2019, 35 084, nr. 2.) wordt geregeld dat de rekening van lopende behandelingen van deze groep buiten het VK op de datum dat het VK de EU verlaat nog bij het CAK kan worden ingediend, totdat de behandeling is beëindigd.

7. Rijbewijzen
In geval van een no deal scenario worden VK-rijbewijzen van burgers die al in Nederland wonen vanaf de terugtrekking van het VK uit de EU niet meer erkend als EU-rijbewijs en worden vanaf die datum beschouwd als rijbewijzen, afgegeven door een derde land. Voor derde-land rijbewijzen geldt dat de houder van zo’n rijbewijs nog maximaal 185 dagen met zijn rijbewijs in Nederland mag rijden. Deze termijn gaat in op de datum van vestiging in Nederland. Dit betekent dat als de houder van een VK-rijbewijs op de datum van terugtrekking van het VK uit de EU al langer dan 185 dagen in Nederland woont, hij met ingang van de datum van terugtrekking geen geldig rijbewijs meer heeft. Deze rijbewijshouders zullen derhalve hun VK-rijbewijs tijdig moeten omwisselen voor een Nederlands rijbewijs. Het kabinet zal voor houders van rijbewijzen uit het VK die zich voor de terugtrekking van het VK uit de EU in Nederland hebben gevestigd een voorziening treffen, waardoor zij ook na de terugtrekking van het VK uit de EU hun rijbewijs kunnen omwisselen zonder eerst (theorie- en praktijk)examen te moeten doen. Zij moeten dan wel door middel van een verklaring van geschiktheid hebben aangetoond dat zij beschikken over de vereiste lichamelijke of geestelijke geschiktheid voor het besturen van motorrijtuigen.

8. Persoonlijke communicatie Britse burgers in Nederland
De IND zal Britse burgers en hun familieleden die in Nederland wonen vanaf begin januari per brief informeren over hun rechten in een no deal scenario. De brief die aan deze burgers wordt gestuurd, kan uw Kamer raadplegen via de IND-website: http://www.ind.nl/Brexit.

De Minister van Buitenlandse Zaken,

Stef Blok

PS: De brief is ingekort.

DE VADER KRIJGT DIT JAAR MEER VRIJ BIJ DE GEBOORTE VAN ZIJN KIND.

Wat zijn de regels voor geboorteverlof?

U krijgt geboorteverlof (ook wel kraamverlof, partnerverlof en vaderschapsverlof genoemd) als uw vrouw of partner is bevallen. Het maakt niet uit of u fulltime of parttime werkt. Uw werkgever betaalt dit verlof.

Vanaf 1 januari 2019 krijgen partners eenmaal het aantal werkuren per week. Werkt uw partner bijvoorbeeld 5 dagen 6 uur per dag? Dan krijgt hij of zij 30 uur verlof: 5 x 6 werkuren. De werkgever betaalt dit verlof.

De werknemer kan deze verlofdagen naar eigen inzicht opnemen. Maar moet dit wel doen:

Bij een thuisbevalling: binnen 4 weken nadat het kind geboren is;

Bij een bevalling in het ziekenhuis: binnen 4 weken nadat de baby is thuisgekomen.

Geboorteverlof tot en met 31 december 2018

Wijken eerder gemaakte collectieve afspraken af in het nadeel van de werknemer? En zijn deze voor 1 januari 2019 ingegaan? Dan gelden deze afspraken tot het einde van de looptijd of uiterlijk tot 1 juli 2019. Daarna heeft elke werknemer recht op in ieder geval eenmaal het aantal werkuren per week met volledige loondoorbetaling.

Afspraken over kraamverlof in cao

Op uw werk kunnen andere regels voor geboorteverlof gelden. Ook is het mogelijk dat uw werkgever u niet doorbetaalt tijdens het verlof. Deze afwijkende regels kunnen in uw cao staan. Of in een regeling met uw personeelsvertegenwoordiging. Uw werkgever kan u hierover informeren.

Wanneer geboorteverlof opnemen

Is uw vrouw of partner thuis bevallen? Dan neemt u het geboorteverlof op binnen 4 weken na de bevalling. Bij een bevalling in het ziekenhuis neemt u het verlof op binnen 4 weken nadat de baby is thuisgekomen.

Laat uw werkgever vooraf of zo snel mogelijk na de geboorte weten wanneer u het geboorteverlof opneemt. Dit mag mondeling of schriftelijk. Uw werkgever mag dit verlof niet weigeren.

Wie is de partner van de moeder?

Geboorteverlof en ouderschapsverlof zijn bedoeld voor de partner van de moeder. Meestal is dit de vader van het pasgeboren kind. U bent haar partner als u:

met haar getrouwd bent;

haar geregistreerde partner bent;

ongehuwd met haar samenwoont;

haar kind erkent.

 

Calamiteitenverlof voor bevalling partner

Moet u vrij nemen omdat uw partner bevalt, dan kunt u calamiteitenverlof of kortverzuimverlof opnemen. Uw salaris loopt door tijdens dit verlof.

Geboorteverlof bij meerling: bij de geboorte van een meerling (tweeling b.v.) heeft u geen recht op extra geboorteverlof.

 

Bron: Overheid.nl – enigszins aangepast

INBURGERING 2019

Per 1 april 2019 wijzigt het besluit Inburgering, waarbij inburgeraars die werken vrijstelling krijgen voor het onderdeel Oriëntatie Nederlandse Arbeidsmarkt (ONA) van het inburgeringsexamen.

Achtergrond van deze vrijstelling is dat als iemand in de praktijk aantoont zelfstandig op de Nederlandse arbeidsmarkt te kunnen functioneren er geen reden meer is dat aan te tonen via een examen of via een verplichte deelname aan 64 cursusuren ONA.

Met de wijziging van het besluit wordt het mogelijk om een aanvraag bij de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) te doen voor vrijstelling van het ONA-examen. Voorwaarde is dat de aanvrager, in de twaalf maanden voorafgaand aan het tijdstip van aanvraag, gedurende ten minste zes maanden, minimaal 48 uur per maand, verloonde uren zijn opgenomen in de loonaangifte. Het recht op vrijstelling wordt door DUO beoordeeld op basis van de beschikbare gegevens uit de polisadministratie waarin de verloonde uren zijn opgenomen.

Bron: Ministerie van Sociale Zaken.

DE NATIONALE OMBUDSMAN LAAT ONS HET VOLGENDE WETEN:(belangrijk!)

2018/094 DUO moet gezakte kandidaten inburgeringsexamen meer toelichting geven over reden van zakken

Een Amerikaanse man, die ruim tien jaar woont en werkt in Nederland, wil Nederlander worden. Hij klaagt erover dat DUO hem geen toelichting heeft gegeven over de reden waarom hij is gezakt voor een onderdeel van het inburgeringsexamen. Na gesprekken met de Nationale ombudsman stuurt DUO de man een formulier met algemene informatie waarin onder andere staat dat hij niet heeft laten zien dat hij heeft nagedacht over zijn droombaan. De ombudsman vindt dit een stap in de goede richting, maar de man had een mondelinge toelichting moeten krijgen waarom zijn werkervaring onvoldoende was. Verder vindt de ombudsman dat DUO gezakte kandidaten meer toelichting moet geven als ze dat willen.

Instantie: Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO)

Klacht: verzoek om inzage in afgelegde examen geweigerd

Oordeel: gegrond.

SAMENVATTING:

Instantie: Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO)

Klacht: geweigerd om verzoeker mondeling dan wel schriftelijk enige toelichting te geven over de redenen waarom hij niet is geslaagd

Oordeel: gegrond.

Verzoeker woont in Nederland en werkt ruim tien jaar in de financiële sector. Hij heeft de Amerikaanse nationaliteit en wilde zich laten naturaliseren tot Nederlander. Daartoe moet hij een inburgeringsexamen afleggen. Een onderdeel van het inburgeringsexamen is het examen Oriëntatie op de Nederlandse Arbeidsmarkt. Verzoeker is gezakt voor dit onderdeel.

Verzoeker klaagt erover dat hij DUO hem geen toelichting heeft gegeven over de redenen waarom hij is gezakt voor het examen.

Na gesprekken met de Nationale ombudsman kreeg hij een feedbackformulier met algemene informatie over wat er tijdens het examen niet goed is gegaan. In dit feedbackformulier stond onder andere dat hij niet heeft laten zien dat hij heeft nagedacht over zijn droombaan.

De Nationale ombudsman vindt het een stap in de goede richting dat DUO met een feedbackformulier enig vorm van inzage geeft in de beoordeling van het examen.

De Nationale ombudsman is echter van mening dat de feedback aan verzoeker niet is afgestemd op verzoekers specifieke situatie en daarom geen inzicht geeft in de redenen waarom verzoeker niet is geslaagd.

De Nationale ombudsman is van mening dat een mondelinge toelichting waarom zijn werkervaring onvoldoende was, op zijn plaats was geweest. Daarnaast kan de Nationale ombudsman zich voorstellen dat er ook andere examenkandidaten zijn die een nadere toelichting wensen.

De onderzochte gedraging is niet behoorlijk, wegens schending van het vereiste van maatwerk.

Aanbevelingen:

De Nationale ombudsman beveelt aan de minister van SZW, in overleg met DUO, aan:

– om ervoor te zorgen dat aan verzoeker alsnog uitleg wordt gegeven over wat hij niet goed heeft gedaan, zodat hij inzicht krijgt in de redenen waarom hij het examen niet heeft gehaald;

– en om ervoor te zorgen dat een nadere toelichting wordt gegeven aan examenkandidaten die dit wensen, zodat zij inzicht krijgen in de redenen waarom zij het examen niet hebben gehaald.

 

Bron: Nationale Ombudsman, maandelijkse rapportage.