NVVB bezorgd over controle brondocumenten

 

De legalisatiecirculaire loopt 31 december 2019 af en er is nog geen zicht op een nieuwe circulaire. De rol van Buitenlandse Zaken bij de legalisatie van brondocumenten wordt steeds kleiner. Verificatie van buitenlandse brondocumenten is voor gemeenten erg moeilijk geworden.

Reden voor de NVVB om de verantwoordelijke ministers aan te schrijven.

EEN NIEUW KANTOOR

HET NIEUWE (post)ADRES: DE ROZENTUIN 6 IN EINDHOVEN (5611 SW)

Dit is het nieuwe post adres van het MVV Advies Bureau Eindhoven en wel vanaf 11 november a.s.  Het nieuwe kantoor is gelegen naast het huidige kantoor aan de Hertogstraat 1 C.

De toegangsdeur is dus aan de Hertogstraat, ( 30 meter naar rechts als je voor de deur van vorige kantoor staat, maar het postadres is de Rozentuin 6, 5611 SW Eindhoven.  Dit postadres is aan de achterkant van het kantoorpand.

Het nieuwe kantoor is groter, mooier en gelegen op de begane grond. U hoeft niet meer de trap op of de lift te nemen.  Wat wil een mens nog meer?

Even komen kijken? Kan natuurlijk. Het is vooral leuk als ik er ook ben. Dus app even wanneer je wilt komen.

Verder blijft alles hetzelfde: telefoonnummer: 06 40142044.  Email: mvvadvies@gmail.com en de website: www.mvvadvies.nl.

En check Facebook af en toe.

 

EEN NEDERLANDER IN BELGIE: AOW VAN BELGIE OF VAN NEDERLAND?

Vragen  aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over het probleem dat in België wonende grensarbeiders die in Nederland werken, maar werkloos worden, tussen hun 65e levensjaar en hun AOW-leeftijd noch recht op WW-uitkering uit België noch AOW uit Nederland ontvangen (ingezonden 12 maart 2019).

 

Antwoord van Minister Koolmees (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) (ontvangen 23 september 2019).

Vraag 1 Bent u bekend met het probleem dat in België wonende grensarbeiders die in Nederland werken, maar werkloos worden, tussen hun vijfenzestigste levensjaar en hun Algemene Ouderdomswet (AOW)-leeftijd noch recht hebben op een werkloosheidsuitkering uit België noch AOW uit Nederland ontvangen?
Antwoord 1 Ja.
Vraag 2 Bent u bekend met het Belgische koninklijk besluit tot wijziging van artikel 64 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering waarin deze problematiek ondervangen is voor personen die ten minste vijftien jaar als grensarbeider hebben gewerkt?1* Zo ja, realiseert u zich dat er nog een groep werknemers is voor wie dit AOW-gat niet gedekt is, zelfs niet als ze lange tijd in Nederland hebben gewerkt?

Antwoord 2 Ik ben bekend met het betreffende Belgische koninklijk besluit. Een grensarbeider heeft, als hij of zij volledig werkloos wordt, recht op werkloosheidsuitkering in het woonland. Het recht op ouderdomspensioen bestaat in de lidstaten waar de grensarbeider verzekerd is geweest. Uit elke lidstaat waar de grensarbeider verzekerd is geweest ontvangt hij of zij een pensioen naar rato van het gehele verzekeringsverleden. Dit is geregeld in de Europese sociale zekerheidsverordening (EG) nr. 883/2004.
1* Belgisch Staatsblad d.d. 12 december 2018

In België loopt de werkloosheidsuitkering door tot aan het pensioen. De Belgische pensioengerechtigde leeftijd ligt op 65 jaar. Na het bereiken van de Belgische pensioengerechtigde leeftijd eindigt het recht op Belgische werkloosheidsuitkering. De Nederlandse pensioengerechtigde leeftijd ligt op het moment van schrijven op 66 jaar en 4 maanden. Door dit verschil in de pensioengerechtigde leeftijd kan zich de situatie voordoen dat een in België wonende grensarbeider die uit een Nederlands dienstverband werkloos is geworden bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd geen Belgische werkloosheidsuitkering meer ontvangt. Er is op dit moment nog geen recht op een AOW uit Nederland. Vanuit de Belgische wetgevingssystematiek bezien (waar werkloosheidsuitkering en pensioen op elkaar aansluiten) is er dus sprake van een hiaat. Ik ben hiermee bekend. Overigens is deze problematiek niet nieuw. Deze situatie heeft zich altijd voorgedaan bij verschillen in de pensioengerechtigde leeftijd tussen de lidstaten. Zo was de pensioenleeftijd voor vrouwen in België tot 2009 lager dan 65 jaar.

Vraag 3 en 4

Geldt hier dat Nederland en België verplicht zijn om op grond van de arresten Van Munster (C-165/91) en Engelbrecht (C-262/97) en het artikel 4, derde lid, van het Verdrag betreffende de Europese Unie loyaal samen te werken teneinde dit probleem, dat het vrij verkeer van werknemers c.q. personen belemmert, op te lossen? Deelt u de mening dat er een oplossing voor deze groep moet komen en dat deze vanuit Nederland moet komen, nu België al een vangnetregeling heeft gemaakt voor de groep met wie dat land langdurige banden heeft? Ondersteunt het arrest Leyman (C-3/08) niet dat Nederland als bevoegde lidstaat een Nederlandse werkloosheidsuitkering in dit soort gevallen moet betalen? Zo nee, welke andere oplossing bent u voornemens aan te dragen?
Antwoord 3 en 4 Uit vaste rechtspraak van het Europese Hof van Justitie volgt dat voornoemde Verordening de socialezekerheidsstelsels van de lidstaten coördineert. Er is geen sprake van harmonisatie. Lidstaten blijven vrij om hun sociale zekerheidsstelsels naar eigen inzicht in te richten. Het staat elke lidstaat vrij om de voorwaarden vast te stellen waaronder recht bestaat op uitkeringen. Een werknemer kan er volgens het Hof niet vanuit gaan dat wat de sociale zekerheid betreft het feit dat hij in een andere lidstaat gaat wonen, neutraal uitpakt. Gelet op de verschillen tussen de socialezekerheidsregelingen van de lidstaten, kan verplaatsing van de woonplaats voor een burger zowel voordelig als nadelig uitvallen voor zijn of haar sociale bescherming. Dit hoeft geen belemmering van het vrije verkeer in te houden. Soms heeft echter de toepassing van een nationale regeling onverwachte gevolgen die moeilijk te verenigen zijn met het doel van het vrij verkeer van werknemers. Als die onverwachte gevolgen worden veroorzaakt door het feit dat het recht op een sociale zekerheidsuitkering van de migrerende werknemer onder twee verschillende wettelijke regelingen valt, zijn de nationale organen verplicht, op grond van het beginsel van loyale samenwerking, alle hun ter beschikking staande middelen aan te wenden om het doel van het vrij verkeer van werknemers te bereiken (zie zaak Leyman C-3/08, zaak Van Munster C-165/91). In dat geval moeten de bevoegde nationale organen beoordelen of hun wetgeving op de migrerende werknemer kan worden toegepast, en op dezelfde wijze als op de werknemer die steeds in hetzelfde land is gebleven, zonder dat deze toepassing voor de migrerend werknemer het verlies van een sociale zekerheidsvoordeel meebrengt. De arresten Van Munster, Engelbrecht (C-262/97) en Leyman zagen op de situatie waarin het recht op een sociale zekerheidsuitkering van een migrerende werknemer viel onder twee afwijkende wettelijke regelingen. Dit is anders dan de onderhavige situatie waarin de ene lidstaat bevoegd is voor de werkloosheidsuitkering en de andere lidstaat bevoegd is voor het ouderdomspensioen. De arresten zijn derhalve niet één op één toepasbaar en leiden er niet automatisch toe dat Nederland in dit soort gevallen – als voormalig werkland – een werkloosheidsuitkering zou moeten betalen. Het is immers het woonland dat op basis van de Verordening bevoegd is voor de werkloosheidsuitkering.

De oplossingsrichting die de Belgische regering heeft aangedragen in het Belgische koninklijk besluit tot wijziging van artikel 64 van het koninklijk
Tweede Kamer, vergaderjaar 2019–2020, Aanhangsel 2 besluit van 25 november 1991 lijkt mij juist. Deze strekt er namelijk toe dat grensarbeiders die in België wonen en in Nederland werken ook wanneer zij de leeftijd van 65 jaar zijn gepasseerd, maar nog niet in aanmerking komen voor de Nederlandse AOW een beroep kunnen doen op de Belgische werkloosheidsuitkering. Deze regeling is echter zo vormgegeven dat hij openstaat voor werknemers die het bewijs leveren dat zij gedurende een al dan niet ononderbroken periode van minstens vijftien jaar, en terwijl zij hun hoofdverblijfplaats in België hadden, verbonden waren door een arbeidsovereenkomst met een werkgever gevestigd in een aan België grenzend land. Mij is niet bekend waarom de Belgische regering deze 15 jaar-eis heeft gesteld. Mijn ministerie zal contact zoeken met het betrokken Belgische ministerie om dit onderwerp en de door de Belgische regering getroffen maatregel te bespreken en ook om na te gaan waarom zij een 15-jaar eis hebben gesteld. Ik zal uw Kamer over de uitkomsten van dit overleg informeren.

 

 

HOE ZAT DAT OOK AL WEER OM NEDERLANDER TE WORDEN?

In de Staatscourant nr. 53206, 1 oktober 2019 is verschenen een herschreven Handleiding voor de toepassing van de Rijkswet op het Nederlanderschap 2003.

In de Rijkswet kan je vinden de regels hoe je Nederlander kunt worden en hoe je dat ook weer kunt verliezen.

In de Handleiding lees je de toelichting op de Rijkswet met daarbij voorbeelden zodat het je meer duidelijk wordt wat de soms wat duistere rechtsregels betekenen.

Het is een tekst van 57 pagina’s.

Wil je een kopie van deze Handleiding? Dat kan.

 

GOED ACVZ – ADVIES OVER DE NIEUWE INBURGERINGSWET

Met dit advies voldoet de Advies Commissie voor Vreemdelingen Zaken (ACVZ) aan het verzoek om te adviseren over het Voorstel van de nieuwe wet Inburgering.

Het ACVZ merkt o.a. het volgende op:

– Op essentiële punten is onvoldoende lering getrokken uit de negatieve ervaringen met het huidige inburgeringsstelsel. Het gaat hierbij met name om een gebrek aan duidelijkheid over het onderliggende normen- en waardepatroon van dwingen en straffen i.p.v. stimuleren en belonen; om een gebrekkige invulling van de systeemverantwoordelijkheid, waarbij de rollen van Rijk en gemeenten elkaar doorkruisen; en om een onvoldoende onderbouwing van gekozen uitgangspunten zoals het taalniveau.

Het ACVZ doet o.a. de volgende aanbevelingen:

– Richt het stelsel op alle nieuwkomers zodat ook vrijwillige inburgering wordt aangespoord.

– Onderbouw de wijze waarop en de steun waarmee de verhoging van het taalniveau van A2 naar B1 zal worden bevorderd.

– Bied de mogelijkheid het examen op een geschaald taalniveau af te nemen.

– Onderzoek en licht toe wat de effecten zijn van de verkorting van de verblijfsduur van vijf naar drie jaar op de integratie van asielstatushouders.

– Schrap de leeftijdsgrens van 28 jaar in art. 8 van het wetsvoorstel. Bied de onderwijsroute geheel kosteloos aan.

– Schrap de tussentijdse boetes en kies voor meer positieve prikkels. Kies voor een systeem van eerst overreden dan straffen, bijvoorbeeld door een last onder dwangsom op te leggen.

– Leg vast dat vreemdelingen die voldaan hebben aan de inburgeringsplicht, ook voldoen aan de inburgeringsvoorwaarden in de Vreemdelingenwet  en de Rijkswet op het Nederlanderschap.

– Maak een heldere keuze voor de regierol van gemeenten

– Ontwerp een overgangsregime waardoor voorkomen wordt dat tot 2026 twee verschillende regimes gelden. Beschrijf hierin dat DUO verplichtingen van de groep inburgeringsplichtigen 2013-2021 om leningen terug te betalen en boetes te voldoen, ruimhartig beoordeelt.

Bron: Migratieweb.

Is de Nederlandse nationaliteit genoeg voor het afsluiten van een Nederlandse zorgverzekering?

 

16 september 2019

Woon of werk je in Nederland, dan moet je een basisverzekering afsluiten. Vaak gaan mensen met de Nederlandse nationaliteit er vanuit dat zij ook automatisch een Nederlandse basisverzekering mogen afsluiten. Dat is lang niet altijd het geval.

De plicht om een Nederlandse basisverzekering af te sluiten is ook een recht. Dat wil zeggen dat zorgverzekeraars, mensen die niet verzekeringsplichtig zijn ook niet mogen accepteren voor de Nederlandse basisverzekering. De basisverzekering is wettelijk verplicht voor iedereen die in Nederland woont en/of werkt en hangt niet af van je nationaliteit.

Twijfel over de verzekeringsplicht

Ben je niet verzekeringsplichtig en heb je toch een Nederlandse basisverzekering dan ben je onterecht verzekerd. En dat kan vervelende gevolgen hebben. Weet je niet zeker of je verzekeringsplichtig bent? Vraag dan een onderzoek verzekering Wlz aan bij de SVB.

Een voorbeeld

Henk heeft de Nederlandse nationaliteit en woont 10 maanden per jaar in Indonesië. Hij heeft een chronische aandoening waarvoor hij geopereerd moet worden. Deze winter wil hij twee maanden bij zijn zus in Amsterdam gaan logeren om zich hier te laten opereren en om te revalideren. Daarna wil weer terug naar Indonesië. Hij probeert een Nederlandse basisverzekering af te sluiten, maar de zorgverzekeraar accepteert hem niet. Dat is terecht, want Henk is niet verzekeringplichtig. Hij woont en/of werkt niet in Nederland.

 

Bron: Zorgverzekeringslijn.