Oproep Everaert Advocaten* groepsprocedure naturalisatie Generaal Pardonners

Everaert Advocaten is bezig met een groepsprocedure voor naturalisatie van zogenoemde ‘Pardonners’.

Deze procedure is bedoeld voor iedereen met een RANOV-vergunning die wil naturaliseren maar niet over een geboorteakte en/of paspoort uit het land van herkomst kan beschikken en die wel de juiste persoonsgegevens heeft opgegeven aan IND en gemeente.

Wij proberen zoveel mogelijk mensen te laten deelnemen aan dit project zodat de kans van slagen op een succesvol naturalisatieverzoek dan wel wijziging van wet-, regelgeving en/of beleid, zo groot mogelijk is.

Dus kent u mensen die voor dit project in aanmerking komen, wijs hen hierop.

Graag voor 01 juni 2020. Voor meer informatie en het invullen van de vragenlijst op onze site.

IJdok 23
1013 MM Amsterdam

T  020 752 32 00
F  020 752 32 01
E  info@everaert.nl

postadres

Postbus 20660
1001 NR Amsterdam.

https://www.everaert.nl/

AANSPRAAK JONGEREN OP BIJSTAND

De Staatssecretaris van Sociale Zaken( mevrouw van Ark) heeft in een brief dd, 27-03-2020 een aantal tijdelijke overbruggingsregelingen aangekondigd. Ook schrijft zij over de bijstandsverlening aan jongeren in de leeftijd van 18 tot 27 jaar. Deze groep jongeren kan pas na 4 weken wachttijd een bijstandsuitkering aanvragen, Maar als jongeren in de periode 1 maart tot 1 juni 2020 plotseling zonder inkomen komen te zitten, kan er afgeweken worden van de 4 weken wachttijd.

Lees hier de tekst uit de brief van mevrouw van Ark:

Gemeenten krijgen op dit moment al te maken met extra aanvragen voor bijstand. Jongeren van 18 tot 27 jaar die een beroep doen op bijstand hebben te maken met een zoektermijn van vier weken voordat een aanvraag ingediend mag worden. Gedurende die vier weken kan er nog geen bijstand worden toegekend en is het verstrekken van een voorschot ook niet mogelijk. Door het plotseling wegvallen van inkomen kan er financiële problematiek ontstaan, terwijl ander werk of scholing door de uitzonderlijke omstandigheden op dit moment lang niet overal voor handen is. Gemeenten krijgen daarom de ruimte om in de periode 1 maart tot 1 juni 2020 af te wijken van regels rond de verplichte zoektermijn van vier weken. Daardoor kunnen zij individueel maatwerk toepassen bij het hanteren van de vier weken zoektermijn en daarmee financiële problemen bij jongeren die plotseling zonder werk en inkomsten komen te zitten als gevolg van de coronacrisis voorkomen.

 

Keep it in mind….

 

KORTE WEETJES…

Het kan in deze corona crisistijd voorkomen dat een huwelijk niet uitgesteld kan worden, maar dat het daarbij ook niet mogelijk is dat de partijen in elkaars bijzijn hun huwelijk sluiten. Een mogelijke oplossing is dan het trouwen met de handschoen, oftewel trouwen bij volmacht. Daarvoor is een notaris nodig en dient een vergunning aangevraagd te worden bij  het ministerie van Justitie en Veiligheid.

Tijdens deze corona crisis kan de aangifte van geboorte soms niet in persoon gedaan worden. Toch is het mogelijk om op een andere manier aangifte te doen van de geboorte. Hoe? Info bij het gemeente- of stadhuis.

Huwelijk uitgesteld, termijn verlopen

In deze tijd worden veel huwelijken uitgesteld tot een moment waarop de corona maatregelen voorbij zijn. Maar het kan betekenen dat het huwelijk pas gaat plaatsvinden na de termijn van een jaar die geldt vanaf de melding van het voorgenomen huwelijk. Kan die termijn verlengd worden? Of kan die termijn genegeerd worden?  Ook hier meer info bij het gemeente- of stadhuis.

Bron: NVVB

Nederland sluit de grenzen voor mensen van buiten Europa……..voor minstens 30 dagen!

Nieuwsbericht | 18-03-2020 | 19:52

 Het gaat om een inperking voor alle niet noodzakelijke reizen van personen vanuit derde landen naar Europa (alle EU-lidstaten, alle leden van Schengen en het VK) met als doel de verspreiding van het COVID19 virus tegen te gaan. Dit betekent dat personen die niet onder de volgende uitzonderingspositie vallen, Nederland niet binnenkomen.

De reisbeperking geldt niet voor de volgende categorieën personen:

EU burgers (met inbegrip van onderdanen van het Verenigd Koninkrijk) en hun familieleden;

Onderdanen van Noorwegen, IJsland, Zwitserland en Liechtenstein en hun familieleden;

Onderdanen van derde landen die in het bezit zijn van een verblijfskaart of een verblijfsvergunning overeenkomstig de richtlijn 2003/109/EC (de Richtlijn langdurig ingezetenen);

Onderdanen van derde landen die hun verblijfsrecht ontlenen aan andere Europese richtlijnen of aan het nationale recht van een lidstaat;

Houders van een visum voor lang verblijf, inclusief de personen met een machtiging voor voorlopig verblijf (MVV).

Andere personen met een vitale functie of behoefte, waaronder:

Zorgpersoneel;

Grenswerkers;

Personen werkzaam in het transport van goederen, voor zover noodzakelijk;

Diplomaten;

Militairen;

Personeel van internationale en humanitaire organisaties;

Personen die zwaarwegende redenen hebben om hun familie te bezoeken;

Transitpassagiers die via Nederland naar een ander derde land willen reizen;

Personen die internationale bescherming behoeven; de grensprocedure is onverkort van toepassing;

Personen die uit humanitaire overwegingen worden toegelaten.

 Deze maatregel geldt in beginsel voor de duur van 30 dagen.

GEVOLGEN VOOR DE MIGRATIEKETEN

(…) Migratieketen

Ook binnen de migratieketen is bezien welke maatregelen nodig zijn. Daarbij speelt uiteraard mee dat van vreemdelingen die nu Nederland bereiken niet steeds en op voorhand bekend is waar zij verbleven hebben voor hun komst naar Nederland.

Besloten is daarom met ingang van 16 maart alle contacten tot een minimum te beperken.

Vreemdelingen die in Nederland aankomen zullen niet tot de COA-opvang worden toegelaten. *)

Er zal geen identificatie en registratie plaatsvinden en…

…gehoren (zowel asiel als regulier) door de IND zullen niet langer doorgang vinden.

Dat geldt in beginsel ook voor terugkeergesprekken die de DT&V voert. Nu immers reisbewegingen beperkt zijn en de mogelijkheden tot terugkeer daardoor ook beperkt zijn, zal in bijna alle gevallen het te verwachten resultaat van een terugkeergesprek niet opwegen tegen de risico’s uit het oogpunt van volksgezondheid.

De loketfunctie van de IND wordt beperkt tot spoedzaken.

Voor zover door bovenstaande maatregelen niet binnen bij wettelijk voorschrift bepaalde termijnen kan worden beslist, is er sprake van een situatie van overmacht, als bedoeld in artikel 4:15, tweede lid, onderdeel c, van de Algemene wet bestuursrecht.

Niet onvermeld mag blijven de positie van het COA en de COA-medewerkers. Door bovenstaande maatregelen wordt de druk op het COA groter, dit in een situatie waarin de beschikbare opvangcapaciteit al zorgen baart. Waar contacten elders binnen de migratieketen tot het minimale beperkt worden, zal dit voor (de werkzaamheden van) COA-medewerkers minder eenvoudig zijn. Binnen de opvang zal gewerkt worden met inachtneming van de adviezen van het RIVM. Wij zullen actief blijven volgen wat bovenstaande maatregelen voor een effect hebben op het COA en de medewerkers. En overigens zal zo spoedig mogelijk een nadere uitwerking van de maatregelen volgen(…)

Bron: gedeelte uit een brief van het Ministerie van Justitie en Veiligheid dd. 15-03-2020. De lay out van dit gedeelte van de brief heb ik iets leesbaarder gemaakt.

 

*) betekent dit dat als nieuwe asielzoekers niet worden toegelaten tot de opvangvoorzieningen, zij dan maar moeten gaan rondzwerven? Is dat slim in het kader van het voorkomen van verdergaande besmetting?  (persoonlijk nootje).

Flexwerkers het hardst geraakt door Corona

Nu het Corona-virus op steeds meer plekken in Nederland voor minder werk zorgt, wordt duidelijk hoe weinig zekerheid flexwerkers hebben. De ruim 3 miljoen mensen die in Nederland met een flexibel (loon)dienstverband werken, verliezen massaal hun inkomen. Dat kan en dat mag, want hun rechten op doorbetaling van het loon onder deze omstandigheden zijn beperkt. SalarisNet zet het op een rij.

Als een werkgever of opdrachtgever geen werk meer heeft, kan hij de overeenkomst met flexwerkers vaak heel snel beëindigen. Dat kan zijn omdat een project wordt stopgezet, maar ook omdat het corona-virus er voor zorgt dat er minder werk  is. Met name uitzendkrachten kunnen per direct op straat staan, maar ook zzp’ers, oproepkrachten en mensen met een min-maxcontract worden geraakt.

Lees ook: Overheid beantwoordt veelgestelde vragen werkgevers over Corona

Uitzendwerk

De positie van de uitzendkracht is het zwakste. Vaak is in de arbeidsovereenkomst een uitzendbeding opgenomen. Dat betekent dat de overeenkomst tussen het uitzendbureau en de werknemer onmiddellijk kan worden beëindigd op het moment dat de opdrachtgever (inlener) aangeeft dat er geen werk meer is. Alleen als er geen uitzendbeding is (detachering), heeft de uitzendkracht overigens een betere positie. Die positie is vastgelegd in de cao voor uitzendkrachten en/of de overeenkomst tussen het uitzendbureau en de uitzendkracht. In die gevallen moet het uitzendbureau vaak het loon wel doorbetalen. Voor de uitzendkracht (gedetacheerde) wordt vervolgens een nieuwe opdrachtgever gezocht.

Oproepkrachten

Een oproep die gedaan is, mag tot 4 dagen voor aanvang van de arbeid worden geannuleerd (hier kan bij cao tot 24 uur voor aanvang van worden afgeweken). Is de oproep niet op tijd geannuleerd? Dan moet de werkgever het loon gewoon doorbetalen. Wordt de oproepkracht niet meer opgeroepen, bijvoorbeeld door de corona-uitbraak? Dan heeft hij ook geen recht op doorbetaling van loon. Wel kan er soms een rechtsvermoeden ontstaan. Als de oproepkracht 3 maanden in dienst is, kan hij een beroep doen op doorbetaling van het loon dat hij gemiddeld ontving over die 3 maanden.

Lees ook: Welke verplichtingen heeft de werkgever bij Corona?

Min-maxcontract

Werknemers met een min-maxcontract spreken met hun werkgever af dat zij een gegarandeerde minimum hoeveelheid uren in een periode zullen gaan werken, maar niet meer dan het overeengekomen maximum. Het risico is voor de werkgever, als er vervolgens minder werk is dan de overeengekomen minimum hoeveelheid uren. Dat betekent dat de werkgever het minimum aantal uur uit de overeenkomst moet doorbetalen.

Jaarurennorm

Bij een overeenkomsst met een jaarurennorm, ontvangt de werknemer periodiek hetzelfde loon, maar werkt hij soms meer en soms minder uren. Dit is vooral een aantrekkelijke manier van verlonen voor seizoenswerk. Op die manier kan de werknemer namelijk een overeenkomst voor onbepaalde tijd aanbieden, terwijl het werkaanbod afgestemd blijft op de seizoenen. Maar dat betekent ook dat de werkgever het loon (en de overeengekomen uren) niet naar beneden kan bijstellen. De werknemer heeft nog steeds recht op betaling van het vaste periodieke loon.

 

Bron: Salarisnet.

WEER IETS OVER BREXIT.

EU-legalisatieverordening na Brexit

Sinds 1 februari 2020 maakt het Verenigd Koninkrijk geen deel meer uit van de EU. Voor de EU-legalisatieverordeningen geldt in dit verband een overgangsperiode tot en met 31 december 2020.

Concreet houdt dit het volgende in;

– Openbare documenten die afgegeven zijn binnen het VK dienen in elk geval tot en met 31 december 2020 zonder legalisatie en apostille te worden geaccepteerd door een EU land (bijvoorbeeld Nederland);

– Tot en met 31 december 2020 moeten de autoriteiten van het VK een openbaar document zonder legalisatie of apostille accepteren, wanneer dit document is afgegeven binnen een andere EU-lidstaat (bijvoorbeeld Nederland.

De afspraken tussen de EU en het VK voorzien in een overgangsperiode van maximaal 2 jaar. Vóór 1 juli 2020 moet duidelijk zijn of hiervan gebruik gemaakt wordt. De Britse regering heeft tot dusverre een dergelijke verlenging uitgesloten.

Dit betekent dus dat– voor zover nu duidelijk is – na 31 december 2020 de EU-legalisatieverordening niet meer van toepassing is op documenten die binnen het VK zijn afgegeven en in een ander EU-land worden aangeboden.

Bron: NVVB

 

PS: Concreet betekent dit dat mogelijk na 31-12-2020 een Britse geboorteakte pas na legalisatie/dan wel apostille geaccepteerd zal worden door de autoriteiten in een EU land, bv Nederland. Welke eisen het VK zal stellen aan aktes afkomstig uit een EU, lidstaat  zal later bekend worden.

 

Hebben Britse burgers nog rechtmatig verblijf in Nederland? (in dit overgangsjaar?)…… Eh.. Ja!

Voor inschrijving in de BRP (Basisregistratie Personen) als ingezetene geldt de eis van rechtmatig verblijf in Nederland.

Op 31 januari 2020 werd de Brexit een feit. Er is tot 31 december 2020 sprake van een Deal. Voor Britten geldt daarom tot 31 december 2020 een overgangsregeling en daardoor behouden zij hun rechten op verblijf, werk en studie. Dit betekent dat ook Britten die zich na 31 januari 2020 melden of gaan melden voor de inschrijving in de BRP als ingezetene automatisch rechtmatig verblijf hebben. Dus zij kunnen ingeschreven worden, uiteraard mits zij aan de overige inschrijvingseisen voldoen.

Pas na 31 december 2020 geldt de eis van het hebben van een verblijfsvergunning of dat een verblijfsvergunning is aangevraagd.
Legalisatie vereist?
Openbare documenten zijn tijdens de overgangsperiode vrijgesteld van legalisatie.
Na 31 december 2020
Wat na 31 december 2020 gaat gelden is nog niet bekend. Dit is afhankelijk of er een handelsakkoord wordt afgesloten of dat de overgangsperiode wordt verlengd.

Bron: NVVB.

INBURGERING TURKSE NIEUWKOMERS…

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal,

Datum 4 februari 2020

Betreft Motie van de leden Paternotte en Heerma inburgering voor Turkse nieuwkomers

Pagina 1 van 4

In deze brief wordt ingegaan op de door uw Kamer aangenomen motie van de leden Paternotte en Heerma van 29 november 2018.1 In de motie wordt de regering verzocht om aan de hand van jurisprudentie en de praktijk in andere lidstaten te verkennen hoe het inburgeringsbeleid ook kan gaan gelden voor individuele Turkse nieuwkomers en hierover aan de Kamer te rapporteren. Mede namens de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid (J&V) en de Minister van Buitenlandse Zaken (BZ) bericht ik uw Kamer dat de inburgeringsplicht voor Turkse nieuwkomers heringevoerd kan worden, omdat inburgering ook voor Turkse nieuwkomers een belangrijke en noodzakelijke maatregel is ter bevordering van een geslaagde integratie. Dit mede bezien de ruimte die recente jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) over het associatierecht tussen de EU en Turkije inmiddels biedt.

Naar aanleiding van de motie heb ik in samenwerking met de ministeries van J&V en BZ de door uw Kamer gevraagde verkenning verricht. Uit recente jurisprudentie van het HvJ EU2 volgt dat het geoorloofd is om de inburgeringsplicht voor Turkse nieuwkomers opnieuw in te voeren, indien wordt voldaan aan de door het HvJ EU geformuleerde voorwaarden, kort samengevat: het bevorderen van de integratie van nieuwkomers en maatwerk bij inburgering. Het standpunt van het kabinet is daarom dat het nieuwe inburgeringsstelsel gelet op deze jurisprudentie voldoende basis biedt om de inburgeringsplicht voor Turkse nieuwkomers opnieuw in te voeren. Het voornemen is de inburgeringsplicht vanaf de inwerkingtreding van de nieuwe Wet inburgering opnieuw in te voeren voor Turkse nieuwkomers. In deze brief wordt na een toelichting op de juridische analyse ingegaan op de gevolgen voor deze groep.

Juridische analyse Tot 2011 gold een inburgeringsplicht voor Turkse nieuwkomers. Naar aanleiding van een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) uit 2011 is deze inburgeringsplicht voor Turkse nieuwkomers vervallen.

De CRvB heeft destijds geoordeeld dat de inburgeringsplicht voor Turkse staatsburgers in Nederland in strijd is met het associatierecht EU-Turkije.3

Zo mogen lidstaten gelet op de associatieverdragen tussen de EU en Turkije, in het bijzonder de zogenaamde standstill-bepalingen, geen nieuwe beperkingen invoeren voor Turkse werknemers, zelfstandigen en hun gezinsleden, wier verblijf en arbeid op het grondgebied van de lidstaat legaal zijn.

De lijn in de jurisprudentie van het HvJ EU is sinds 2013 dat een nationale maatregel die een dergelijke (in beginsel ontoelaatbare) beperking inhoudt, zoals de plicht tot inburgering, gerechtvaardigd kan worden door dwingende redenen van algemeen belang, zoals het bevorderen van een geslaagde integratie van derdelanders. Wel moet de maatregel voldoen aan de eisen van noodzaak, geschiktheid en evenredigheid.

Uit analyse van CBS-cijfers blijkt dat nieuwkomers met een Turkse achtergrond wat betreft mate van integratie een middenpositie innemen tussen migranten met een Marokkaanse achtergrond (die inburgeringsplichtig zijn) en migranten afkomstig uit andere lidstaten van de EU (die niet inburgeringsplichtig zijn). Zowel voor de Turkse nieuwkomers als voor de Nederlandse samenleving is een betere integratie van deze groep noodzakelijk. Door inburgering leren nieuwkomers de Nederlandse taal en hoe de Nederlandse samenleving in elkaar zit waardoor ze in de gelegenheid worden gesteld om mee te kunnen doen vanaf dag één, aan het werk te zijn en actief en zelfstandig deel te nemen aan onze samenleving. Verplichte inburgering voor Turkse nieuwkomers zal een relevante bijdrage leveren aan een succesvolle start van hun integratieproces en daarmee het verbeteren van hun integratiepositie.

De inburgeringsplicht is een geschikte maatregel om het doel, de integratie van Turkse nieuwkomers, te waarborgen. Het ontbreken van kennis van de Nederlandse taal en de Nederlandse samenleving staat veelal succesvolle integratie in de weg. Wie het Nederlands niet beheerst, heeft beperkte mogelijkheden tot het opbouwen van een zelfstandig bestaan. Door de Nederlandse taal te leren en kennis op te doen over de Nederlandse samenleving draagt inburgering eraan bij dat nieuwkomers zo snel mogelijk gaan meedoen in Nederland, bij voorkeur via betaald werk. Kennis van het Nederlands is daarmee een middel tot integratie. Inburgering is een eerste stap in het proces tot integratie. Wordt deze eerste stap gemist, dan wordt het verdere proces van integratie bemoeilijkt.

Uit de jurisprudentie van het HvJ EU volgt dat de maatregel niet verder mag gaan dan noodzakelijk om het legitieme doel te bereiken en dat rekening moet worden gehouden met bijzondere individuele omstandigheden. In het nieuwe inburgeringsstelsel is bij uitstek ruimte voor maatwerk in het persoonlijk Plan Integratie en Participatie (PIP) en wordt rekening gehouden met bijzondere individuele omstandigheden.

Tegen deze achtergrond is het standpunt van het kabinet dat de inburgeringsplicht van Turkse nieuwkomers naar de huidige stand van de jurisprudentie van het HvJ EU verenigbaar is met het associatierecht en is het kabinet voornemens om over te gaan toe het opnieuw invoeren van deze inburgeringsplicht. Aan de juridische randvoorwaarden is immers voldaan.

De inburgeringsplicht voor Turkse nieuwkomers wordt met ingang van het nieuwe inburgeringsstelsel opnieuw ingevoerd en wordt niet met terugwerkende kracht ingevoerd. De inburgeringsplicht geldt daarmee alleen voor Turkse nieuwkomers die vanaf dat moment nieuw naar Nederland komen.

Het nieuwe inburgeringsstelsel omvat alle elementen om ook voor Turkse nieuwkomers een goede start in Nederland mogelijk te maken. Door herinvoering van de inburgeringsplicht kunnen gemeenten straks in het nieuwe inburgeringsstelsel Turkse nieuwkomers begeleiding bieden, een brede intake bij hen afnemen, een PIP opstellen, de voortgang binnen de inburgering monitoren en hier op handhaven. Voor Turkse gezinsmigranten wordt het mogelijk een lening af te sluiten bij DUO. Op jaarbasis bedraagt het aantal Turkse gezinsmigranten ongeveer 2500. Deels betreft het echter minderjarige kinderen die niet inburgeringsplichtig zijn.

Het herinvoeren van de inburgeringsplicht voor Turkse nieuwkomers betekent tevens dat zij op grond van de Vreemdelingenwet 2000 voorafgaand aan de aankomst in Nederland het “basisexamen inburgering in het buitenland” moeten behalen. Dit examen is een voorwaarde voor het verkrijgen van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Naar de opvatting van het kabinet is ook deze maatregel in het licht van de recente jurisprudentie verenigbaar met het associatierecht, omdat rekening kan worden gehouden met bijzondere individuele omstandigheden van betrokkene.

Hierbij wordt opgemerkt dat de herinvoering van de inburgeringsplicht voor Turkse nieuwkomers ook zal doorwerken in de voorwaarden voor het verkrijgen van een sterker verblijfsrecht zoals geregeld in de Vreemdelingenwet 2000 (het inburgeringsvereiste).

Na een redelijke, nog nader te bepalen, overgangstermijn zullen Turkse onderdanen die in aanmerking willen komen voor een permanent verblijfsrecht, met succes het inburgeringstraject moeten hebben afgerond.

De herinvoering van de inburgeringsplicht voor Turkse nieuwkomers binnen het nieuwe inburgeringstelsel zorgt voor een verhoging van de geraamde uitgaven voor het nieuwe stelsel omdat het volume toeneemt. Deze extra kosten neem ik, onder verwijzing naar mijn brief over financiële dekking van kosten nieuwe stelsel voor gemeenten van 14 november 2019, mee in de financiële uitwerking van het nieuwe stelsel.

Het kabinet is zich ervan bewust dat deze keuze gevolgen heeft voor Turkse nieuwkomers onder andere in financiële zin en realiseert zich dat de herinvoering van de inburgeringsplicht voor Turkse nieuwkomers in samenhang met het vereiste om het basisexamen inburgering buitenland met goed gevolg af te leggen, een aanzienlijke beleidswijziging betekent ten opzichte van de huidige situatie. Het kabinet hecht aan goede voorlichting en zal maatschappelijke organisaties actief informeren over deze wijziging en wat dit betekent voor Turkse nieuwkomers.

de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

W. Koolmees

 

GAAT HET GEBEUREN OP 5 FEBRUARI A.S.?

Even een voorafje: woensdag a.s. debatteert de Tweede Kamer over de komende nieuwe inburgeringswet. VNG en Divosa hebben een brief geschreven naar de Kamerleden. De brief vind je als je verder leest.

 

Datum: 29 januari 2020
Onderwerp: Input VNG & Divosa t.b.v. AO Inburgering en Integratie 5 februari
Geachte dames en heren,
Op 5 februari debatteert u over Inburgering en Integratie. Per 1 januari 2021 moet het nieuwe inburgeringstelsel van kracht worden. Wij, VNG en Divosa, steunen de hoofdlijn en ambitie van de nieuwe wet: meer nieuwkomers participeren sneller. Echter, zonder voldoende middelen en mogelijkheden om regie te nemen, kunnen gemeenten de nieuwe wet niet implementeren en uitvoeren. Het is nodig dat de financiële en inhoudelijke knelpunten snel worden opgelost, zodat gemeenten op tijd klaar zijn voor hun nieuwe taken. Deze punten hebben wij herhaaldelijk al gemaakt, in onze reactie op de conceptwet in september en ons persbericht van 12 november. Wij hopen op korte termijn hierover bestuurlijk in overleg te kunnen met de minister.
Omdat gemeenten niet opnieuw geconfronteerd kunnen worden met een financiële tegenvaller, hebben wij aangedrongen op een kostenonderzoek. Uit dit onderzoek blijkt dat er 42 miljoen extra nodig is voor gemeenten. Daarnaast is het nodig dat er middelen voor de implementatie beschikbaar komen, dat gaat om 56 miljoen (cf. ons persbericht van 12 november jl.). Het is randvoorwaardelijk dat deze middelen zo snel als mogelijk worden vrij gemaakt, uiterlijk in het Voorjaarsnota-traject. Zonder financiële dekking kunnen gemeenten de kwaliteit van de inburgering niet garanderen. Dit gaat ten koste van de begeleiding aan inburgeraars (aantal voortgangsgesprekken, maatschappelijke begeleiding) en kan andere negatieve effecten hebben zoals een ‘race to the bottom’ bij de aanbesteding van de inburgeringstrajecten. Gemeenten willen deze nieuwe taken alleen op zich nemen als dit daadwerkelijk een verbetering voor de inburgeraar betekent.
Ook over de regierol van gemeenten en de uitvoerbaarheid moeten nog stappen worden gezet. Het is nog niet duidelijk wat er is gebeurd met de zorgpunten van gemeenten uit onze consultatie. In de concept-wettekst is er sprake van een ingewikkelde rolverdeling over partijen en een sterke sturing vanuit het Rijk. Dit zet gemeenten in een positie waarbij zij hun taken niet goed kunnen uitvoeren. Ook is het onduidelijk wat er in de lagere regelgeving komt te staan en wat de gevolgen daarvan zijn, zowel in de uitvoering als financieel. Het is jammer dat deze knelpunten niet zijn opgelost alvorens de wet voor advies naar de Raad van State is gestuurd.
Per 1 januari 2021 worden gemeenten verantwoordelijk voor de inburgering. Tot die tijd moet er nog veel gebeuren. Wij wachten het voorstel van de minister om de financiële en inhoudelijke knelpunten op te lossen af.