DE NATIONALE OMBUDSMAN LAAT ONS HET VOLGENDE WETEN:(belangrijk!)

2018/094 DUO moet gezakte kandidaten inburgeringsexamen meer toelichting geven over reden van zakken

Een Amerikaanse man, die ruim tien jaar woont en werkt in Nederland, wil Nederlander worden. Hij klaagt erover dat DUO hem geen toelichting heeft gegeven over de reden waarom hij is gezakt voor een onderdeel van het inburgeringsexamen. Na gesprekken met de Nationale ombudsman stuurt DUO de man een formulier met algemene informatie waarin onder andere staat dat hij niet heeft laten zien dat hij heeft nagedacht over zijn droombaan. De ombudsman vindt dit een stap in de goede richting, maar de man had een mondelinge toelichting moeten krijgen waarom zijn werkervaring onvoldoende was. Verder vindt de ombudsman dat DUO gezakte kandidaten meer toelichting moet geven als ze dat willen.

Instantie: Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO)

Klacht: verzoek om inzage in afgelegde examen geweigerd

Oordeel: gegrond.

SAMENVATTING:

Instantie: Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO)

Klacht: geweigerd om verzoeker mondeling dan wel schriftelijk enige toelichting te geven over de redenen waarom hij niet is geslaagd

Oordeel: gegrond.

Verzoeker woont in Nederland en werkt ruim tien jaar in de financiële sector. Hij heeft de Amerikaanse nationaliteit en wilde zich laten naturaliseren tot Nederlander. Daartoe moet hij een inburgeringsexamen afleggen. Een onderdeel van het inburgeringsexamen is het examen Oriëntatie op de Nederlandse Arbeidsmarkt. Verzoeker is gezakt voor dit onderdeel.

Verzoeker klaagt erover dat hij DUO hem geen toelichting heeft gegeven over de redenen waarom hij is gezakt voor het examen.

Na gesprekken met de Nationale ombudsman kreeg hij een feedbackformulier met algemene informatie over wat er tijdens het examen niet goed is gegaan. In dit feedbackformulier stond onder andere dat hij niet heeft laten zien dat hij heeft nagedacht over zijn droombaan.

De Nationale ombudsman vindt het een stap in de goede richting dat DUO met een feedbackformulier enig vorm van inzage geeft in de beoordeling van het examen.

De Nationale ombudsman is echter van mening dat de feedback aan verzoeker niet is afgestemd op verzoekers specifieke situatie en daarom geen inzicht geeft in de redenen waarom verzoeker niet is geslaagd.

De Nationale ombudsman is van mening dat een mondelinge toelichting waarom zijn werkervaring onvoldoende was, op zijn plaats was geweest. Daarnaast kan de Nationale ombudsman zich voorstellen dat er ook andere examenkandidaten zijn die een nadere toelichting wensen.

De onderzochte gedraging is niet behoorlijk, wegens schending van het vereiste van maatwerk.

Aanbevelingen:

De Nationale ombudsman beveelt aan de minister van SZW, in overleg met DUO, aan:

– om ervoor te zorgen dat aan verzoeker alsnog uitleg wordt gegeven over wat hij niet goed heeft gedaan, zodat hij inzicht krijgt in de redenen waarom hij het examen niet heeft gehaald;

– en om ervoor te zorgen dat een nadere toelichting wordt gegeven aan examenkandidaten die dit wensen, zodat zij inzicht krijgen in de redenen waarom zij het examen niet hebben gehaald.

 

Bron: Nationale Ombudsman, maandelijkse rapportage.

EU BURGERS EN VERKIEZINGEN IN 2019?

1. Stemrecht voor EU-burgers voor de verkiezing van het Europees Parlement op 23 mei 2019.
EU burgers die in Nederland wonen en dus onderdaan zijn van een andere EU-lidstaat, hebben onder een aantal voorwaarden stemrecht voor Europees Parlementsverkiezingen (EP-verkiezingen). Het gaat om personen die:
• op de dag van de kandidaatstelling (zijnde 9 april 2019) woonachtig en ingeschreven zijn in het Europese deel van Nederland;
• op de dag van de stemming 18 jaar zijn of ouder en
• niet zijn uitgesloten van het kiesrecht, hetzij in Nederland, hetzij in de lidstaat waarvan zij onderdaan zijn.
Om aan EP-verkiezingen te kunnen meedoen, moeten EU burgers een schriftelijk registratieverzoek( het Y 32 formulier) indienen in de gemeente waar zij wonen.\. Burgemeester en wethouders zijn vervolgens verantwoordelijk voor de registratie van de kiesgerechtigdheid in de BRP.
2. Y 32-formulier
Voor het verzoek om registratie als kiesgerechtigde kan de niet-Nederlandse EU-burger het zogeheten Y 32-formulier gebruiken. De gemeente moet dit formulier toesturen aan iedere EU-burger die zich van buiten Nederland in de gemeente gaat wonen.
Verder moet gemeente het formulier verkrijgbaar stellen voorafgaand aan een EP-verkiezing, en wel minstens zes weken voor en op de dag van de kandidaatstelling (art. Y 1a van het Kiesbesluit). Voor de EP-verkiezing van 23 mei 2019 valt de dag van de kandidaatstelling op 9 april 2019.
Dat betekent dat het Y 32-formulier uiterlijk op 26 februari 2019 verkrijgbaar moet zijn bij uw gemeente. De gemeente brengt tevens uiterlijk 26 februari 2019 de mogelijkheid van registratie in de publiciteit (art. Y 32, negende lid, van de Kieswet).
De gemeente gaat waarschijnlijk EU burgers aan te schrijven.
Om hun stemrecht nog voor de EP-verkiezing op 23 mei 2019 te kunnen uitoefenen, moeten de EU-onderdanen hun verzoeken uiterlijk op de dag van kandidaatstelling (dat is 9 april 2019) hebben ingediend. Verzoeken die bij de gemeente na 9 april 2019 binnenkomen, dienen voor de EP-verkiezing van 23 mei 2019 buiten beschouwing te worden gelaten.
3. Geen stemrecht voor de EP-verkiezing voor personen met een Britse nationaliteit.
Waarschijnlijk zal het Verenigd Koninkrijk (VK) op 29 maart 2019 uit de Europese Unie treden. Als het VK de Europese Unie verlaat, hebben Britse EU Burgers géén stemrecht meer voor de EP-verkiezing van 23 mei 2019.
Britten die in Nederland wonen en zich in het verleden hebben laten registreren om in Nederland te kunnen stemmen voor EP-verkiezingen, krijgen dus géén stempas voor die verkiezing.
Bron: NVVB, het oorspronkelijke bericht is ingekort.

HEBBEN MENSEN UIT ‘BELGISCH CONGO’ EN SURINAME IETS MET ELKAAR GEMEEN?

“Personen geboren uit Congolese ouders in “Belgisch-Congo” waren Belg

Het Hof van Beroep van Brussel beslist in een arrest van 10 augustus 2018 dat personen geboren uit “Congolese” ouders in Belgisch-Congo, dus vóór de Congolese onafhankelijkheid in 1960, wel degelijk de Belgische nationaliteit bezaten. Door de annexatie van Congo bij België in 1908 hadden die ouders immers, net als alle Congolezen, de Belgische nationaliteit gekregen.

Op het moment van de onafhankelijkheid van Congo, op 30 juni 1960, verloren zij, en ook hun kinderen, de Belgische nationaliteit. Maar als zij voldoen aan de voorwaarden van artikel 24 van het Wetboek van de Belgische nationaliteit (WBN) kunnen zij de Belgische nationaliteit herkrijgen.

Beslissing hof van beroep Brussel

Om de Belgische nationaliteit te kunnen herkrijgen, moet je ze eerst verliezen. En om de Belgische nationaliteit te verliezen, moet je ze eerst gehad hebben.

In het verleden stelde het Hof van Cassatie, in een arrest van 21 april 2011, dat personen geboren in Belgisch-Congo uit Congolese ouders, wel Belgische onderdanen waren, maar geen Belgische burgers: zij hadden minder rechten en hadden bijvoorbeeld een apart rechtssysteem. Zij verwierven de Belgische nationaliteit niet op basis van de Belgische nationaliteitswetten, maar op basis van specifieke wetgeving voor de kolonie.

Het Hof van Cassatie meende dan ook dat deze ”Belgen met Congolees statuut”, die op het moment van de onafhankelijkheid van Congo hun Belgische nationaliteit verloren, zich niet kunnen beroepen op de procedure tot herkrijging van de Belgische nationaliteit zoals voorzien in artikel 24 WBN.

Het hof van beroep van Brussel stelt nu dat er maar één Belgische nationaliteit is, die men heeft of niet heeft. Zoals hierboven uiteengezet werden de Congolese Belgen niet als Belgische ‘burgers’, maar slechts als Belgische ‘onderdanen’, of ‘Belgen met Congolees statuut’ beschouwd. Toch heeft dit onderscheid volgens het hof geen invloed op het bezit van de nationaliteit zelf. Er bestaat maar één soort Belgische nationaliteit”. (…)

Bron: Agentschap Integratie en Inburgering, Brussel.

OPLUCHTING…

Het CBS zegt als volgt:

Bijna drie kwart van de stellen met een Turkse of Marokkaanse achtergrond is na twaalf jaar nog bij elkaar. Dat is even vaak als stellen met een Nederlandse achtergrond. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van het CBS in het Jaarrapport Integratie 2018.
Van alle stellen die in 2003 gehuwd of ongehuwd gingen samenwonen is onderzocht welk deel aan het einde van 2015 is gescheiden. Het blijkt dat bijna drie kwart van de paren met twee partners met Turkse migratieachtergrond of twee partners met een Marokkaanse achtergrond na twaalf jaar nog bij elkaar is. Dat is even vaak als koppels met een Nederlandse achtergrond. Stellen met twee partners van Surinaamse of Antilliaanse herkomst scheiden aanzienlijk vaker. Na twaalf jaar was ongeveer de helft uit elkaar.

Gemengde relaties minder stabiel

Het minst stabiel zijn gemengde stellen van een man met een Turkse of Marokkaanse achtergrond en een vrouw met een Nederlandse achtergrond. Van deze stellen is na twaalf jaar nog iets meer dan 40 procent bij elkaar. Gemengde stellen van een Turkse of Marokkaanse vrouw en een man met een Nederlandse achtergrond komen minder vaak voor, maar eindigen minder vaak in een scheiding. De stabiliteit van deze relaties varieert van 55 procent (Marokkaanse vrouw, Nederlandse man) tot 67 procent (Turkse vrouw, Nederlandse man).

Huwelijken van Nederlandse partners meest stabiel

Ook is onderzocht hoeveel huwelijken acht jaar na de bruiloft nog intact zijn. Het blijkt dat huwelijken van twee Nederlandse partners het meest stabiel zijn. Van hen is 13 procent in de eerste acht jaar gescheiden. Van de huwelijksparen met twee Turkse of twee Marokkaanse partners is na dezelfde huwelijksduur 19 procent uit elkaar. Huwelijken van een Marokkaanse of Turkse man met een Nederlandse vrouw zijn het minst stabiel. Na acht jaar is 44 procent van deze huwelijken ontbonden.

Bron: CBS Jaarrapport Integratie 2018.

NEDERLANDERS IN HET BUITENLAND…

Ter info:

NIHB – NEDERLANDERS IN HET BUITENLAND

NIHB is een online community zonder winstoogmerk wiens missie het is te verbinden en het welzijn van Nederlandse burgers in het buitenland te bevorderen, te ondersteunen, informeren en voor te lichten. Onderzoek te ontwikkelen over kwesties en acties en dergelijke informatie communiceren en te verspreiden via de diverse communicatiekanalen, alsook platform te bieden voor verder ongestructureerde verbinding, uitwisseling informatie en delen van alles dat men individueel van waarde acht waaronder even zo de nodige prietpraat. Zonder verbinding is er geen kracht en geen overtuiging, het is in niet onbelangrijke mate het laatste waardoor individuen meer dan het idee krijgen dat ze kontakt krijgen en gehoord worden!

De NIHB functioneert op vrijwillige basis en kan voortbestaan en groeien door sponsoring, advertentie inkomsten en donaties. U kunt ons ook steunen door uzelf aan te melden als NIHB vrijwilliger! Wij zijn o.a. op zoek naar content writers, ambassadeurs voor NIHB (spread the word), mensen die onderzoek willen verrichten over bepaalde kwesties en mensen die bepaalde expertise/kennis in huis hebben.

Blijf op de hoogte en meld u hieronder aan voor onze nieuwsbrief, ontmoet en deel ervaringen en informatie met andere Nederlanders in het buitenland in onze gesloten Facebook Community met meer dan 16.000 leden wereldwijd, volg ons via de Facebook Pagina en Twitter.

Een recent nieuwsbericht van de NIHB:

Paspoorten voor Nederlanders in het buitenland niet duurder

D66-Kamerlid Sjoerd Sjoerdsma heeft kunnen voorkomen dat de paspoortkosten voor Nederlanders in het buitenland duurder worden. Dat stond eerst in het plan van minister Blok van Buitenlandse Zaken. Sjoerdsma heeft samen met de VVD geregeld dat de kosten niet verhoogd worden van 130 naar 157 euro. Daarentegen moet juist gekeken worden of het verlengen en aanvragen van een paspoort goedkoper kan.

D66-Kamerlid Sjoerd Sjoerdsma: “Het kabinet moet de één miljoen Nederlanders in het buitenland juist meer helpen, niet tegenwerken met nog hogere kosten. Sommigen moeten al duizenden kilometers afleggen en vliegtickets betalen om bij de dichtstbijzijnde ambassade te komen voor het verlengen van hun paspoort.” 

Hoge kosten

De kosten voor een nieuw paspoort in het buitenland zijn vastgesteld op 130 euro. Het kabinet wilde dit verhogen naar 158 euro. Een verhoging dus van maar liefst 27 euro. Als reden gaf het ministerie van Buitenlandse Zaken op dat vanwege de toegenomen loonkosten en hogere huurprijzen bij ambassades, de paspoortkosten noodgedwongen hoger moeten worden. 

Extra kosten paspoort

D66 vindt dat dit niet mag worden afgewenteld op Nederlanders in het buitenland. Zij zijn vaak al veel extra geld en tijd kwijt om een paspoort aan te vragen of verlengen. Zo is er in Australië maar één locatie, in Sydney, waardoor gezinnen soms duizenden kilometers moet reizen om een paspoort aan te kunnen vragen. Hierdoor lopen de reis- en overnachtingskosten al snel in de honderden euro’s bovenop de standaardkosten voor een paspoort. 

Goedkopere paspoorten

In Nederland bieden gemeenten paspoorten veel goedkoper aan doordat ze er veel meer uitgeven. Hierdoor is de prijs in Nederland ongeveer de helft goedkoper: 65,30 euro. D66 en de VVD hebben minister Blok gevraagd te kijken of de paspoortkosten voor Nederlanders in het buitenland juist nog goedkoper kan.

Bron: Newsroom Min BuZa dd. 21-11-2018.

BREXIT OKAY?

 

Bij deze een korte samenvatting van het Brexit akkoord waar het gaat over migratie.

Deze ontwerptekst voor de overeenkomst over de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie behelst het volgende:

De overeenkomst maakt het mogelijk voor Unieburgers, Britten en hun families om hun rechten die voortvloeien uit het EU recht voor de rest van hun leven te blijven uitoefenen, mits deze rechten gebaseerd zijn op keuzes gemaakt voor het einde van de transitieperiode op 31 december 2020. Zij kunnen hun leven, werk en studie voortzetten zoals zij dit op dit moment doen onder dezelfde inhoudelijke voorwaarden onder het EU recht, incl. het verbod op discriminatie o.g.v. nationaliteit en het recht op gelijke behandeling in vergelijking tot onderdanen van gastlanden. De enige restricties die van toepassing zullen zijn, zullen voortkomen uit deze overeenkomst. De overeenkomst sluit niet uit dat het VK of de Lidstaten ruimere rechten toekennen.

Verblijfsrechten

Unieburgers en Britten en hun familieleden, en andere personen die verblijven in het gastland cf. de voorwaarden uit de Overeenkomst, hebben het recht het gastland in en uit te gaan, zoals in art. 4 lid 1 en art. 5 lid 1 Richtlijn 2004/38, met een geldig paspoort of een nationale ID kaart in het geval van Unieburgers en Britten, en met een geldig paspoort voor andere personen.

De inhoudelijke voorwaarden voor verblijf blijven hetzelfde als onder het huidige EU recht op vrij verkeer. Lidstaten die een verplicht registratiesysteem hanteren, moeten beslissingen over het toekennen van de nieuwe verblijfstatus onder deze overeenkomst gemaakt worden o.b.v. objectieve criteria en dezelfde voorwaarden als uiteengezet in de Richtlijn 2004/38. Unieburgers en Britten voldoen aan deze voorwaarden als zij werknemer of zelfstandige zijn, voldoende middelen en een ziektekostenverzekering hebben, familielid zijn van een persoon die aan deze criteria voldoet of al het recht op permanent verblijf hebben verworven. De overeenkomst verlangt geen fysieke aanwezigheid in het gastland aan het eind van de transitieperiode. Zij die beschermd zijn onder de overeenkomst en nog geen recht op permanent verblijf hebben, zullen hun verblijf in het gastland kunnen voortzetten en permanent verblijf te verkrijgen.

Unieburgers en VK onderdanen die in het gastland aankomen tijdens de transitieperiode genieten dezelfde rechten en plichten als zij die in het gastland aangekomen zijn voor 30 maart 2019. Ook zullen hun rechten aan dezelfde restricties en beperkingen onderworpen zijn. De betrokken personen zullen niet langer van de overeenkomst profiteren, als zij afwezig zijn van het gastland voor meer dan vijf jaar.

Rechten van arbeiders, zelfstandigen en de erkenning van beroepskwalificaties

De personen die onder de overeenkomst vallen hebben het recht om werk aan te nemen of economische activiteiten uit te voeren als zelfstandige. Zij houden ook alle werknemersrechten die gebaseerd zijn op het EU recht. De overeenkomst beschermt ook het recht van grensarbeiders en van zelfstandig ondernemers die op de grens werken.

Wie onder de overeenkomst valt en zijn beroepskwalificaties erkend heeft gekregen in het land waar hij of zij op dat moment verblijft of, voor grensarbeiders, waar hij of zij werkt, kan op die erkenning blijven vertrouwen v.w.b. het uitoefenen van de professionele activiteiten gekoppeld aan deze beroepskwalificaties. Aanvragen om erkenning van beroepskwalificaties gedaan voor het eind van de transitieperiode worden beoordeeld cf. de EU regels die van toepassing waren op het moment van aanvraag.

Sociale Zekerheid

De overeenkomst voorziet in regels voor de coördinatie van sociale zekerheid en het behoud van het recht op o.a. gezondheidszorg en pensioen. De sociale zekerheidsvoorzieningen van de overeenkomst beslaan de rechten van Unieburgers en Britten in grensoverschrijdende sociale zekerheidssituaties die betrekking hebben op zowel het VK als ten minste een andere lidstaat aan het eind van de transitieperiode. Zij kunnen worden uitgebreid om triangulaire sociale zekerheidssituaties, betrekking hebbende op een lidstaat, het VK en een EFTA lidstaat, te dekken. Hiervoor moeten drie verschillende overeenkomsten van toepassing zijn: een artikel in de overeenkomst die EFTA onderdanen beschermd, een provisie die Unieburgers beschermd in corresponderende overeenkomsten tussen de VK en EFTA landen, en provisies die Britten beschermd in corresponderende overeenkomsten tussen de EU en EFTA landen. Alleen als deze laatste twee overeenkomsten zijn gesloten en toepasbaar zijn, zal het artikel in de overeenkomst die EFTA onderdanen beschermd ook van toepassing zijn.

Bron: Europese Commissie, Fact Sheet.

EEN ADVOCAAT VOOR IEDEREEN EN ALTIJD?

De minister voor rechtsbescherming wil een nieuw systeem voor hulp door een advocaat. Op 9 november jl. schrijft de minister een brief met zijn plannen.

Wat is het probleem volgens de minister?
Een juridische benadering biedt lang niet altijd een oplossing voor de achterliggende problematiek. Het beroep op gesubsidieerde rechtsbijstand is in de afgelopen jaren sterk toegenomen, terwijl het aantal rechtszaken is gedaald. De toename van het beroep op rechtsbijstand leidt tot een toename van de kosten, gedeeltelijk veroorzaakt door het stelsel zelf. Zo loont het op dit moment voor advocaten om door te procederen, omdat ze per procedure een toevoeging krijgen. De beloning is niet verbonden aan het vinden
van een oplossing. Ook is de overheid onnodig vaak wederpartij in procedures, mede doordat overheidsinstanties zich te formalistisch opstellen. Ten slotte komt het vaak voor dat rechtzoekenden die (net) boven de inkomensgrens van de Wrb vallen niet het commerciële tarief van een advocaat kunnen betalen. Hierdoor ontstaat er ongelijkheid in de toegang van het recht.

Wat is de basis voor goede rechtsbijstand?
Een goed functionerend systeem biedt iedereen toegang tot het recht, onafhankelijke rechtsbescherming, dienstverlening van hoge kwaliteit en kan langere tijd mee. Deze uitgangspunten vormen de toetssteen voor de herziening van het stelsel voor rechtsbijstand. Voorop staat dat de toegang tot het recht gewaarborgd moet zijn. Dit betekent toegang tot informatie, advies, begeleiding bij onderhandeling,
rechtsbijstand en, waar nodig, een beslissing van de rechter. Het betekent ook dat geschillen laagdrempelig opgelost moeten worden, evt. door rechtzoekenden zelf. De dienstverlening zal, ongeacht het type hulp of bijstand, aan controleerbare eisen moeten voldoen. Goede hulp is integraal en adresseert de kern van de problematiek, niet alleen het juridische aspect.

Wat zijn de plannen?
Het nieuwe stelsel is erop gericht geschillen in een vroeg stadium op een laagdrempelige manier op te lossen. Er komen zowel online als fysiek toegankelijke voorzieningen voor zelfhulp, informatie en advies Iedereen, ongeacht het inkomen, moet daar gemakkelijk terecht kunnen. Als er meer specialistische hulp nodig is, volgt een verwijzing naar aanbieders van rechtshulppakketten. Waar nodig en mogelijk zal hulp
zoveel mogelijk integraal worden vormgegeven, met een goede verbinding tussen het juridische en sociale domein. De rechtshulppakketten zijn een belangrijk element van het nieuwe stelsel. Het gaat om pakketten die voorzien in een integrale behandeling van een probleem voor een integrale prijs.
Rechtsbijstandverleners krijgen een vergoeding voor oplossingen i.p.v. procedures. Daarnaast krijgen zij een betere vergoeding voor de gewerkte uren.

Wanneer begint het?
In de eerste helft van 2019 moet het ontwerp van het stelsel, incl. de rollen en functies, nader vorm krijgen en zal een begin worden gemaakt met de eerste pilots met rechtshulppakketten, o.a. gericht op strafzaken, bestuursrecht en scheidingszaken. Medio 2020 komt er midterm review. Het streven is om in 2024 een volledig nieuw stelsel operationeel te hebben.

Bron: Migratieweb.

PS: deze plannen hebben tot nu toe veel reacties opgeleverd: kort gezegd wordt de minister verweten dat hij een systeem wil maken, waar burgers met gevulde beurs zich een advocaat kunnen veroorloven. Burgers met smalle beurs moeten hun problemen maar op een andere manier oplossen. Maar iedere burger moet de mogelijkheid hebben om zijn probleem voor te leggen aan de rechter, zo is de gedachte van de critici.